Hoe denken boer en burger over landbouw in Vlaanderen?
nieuwsVILT peilt vijfjaarlijks naar het imago van de landbouw(er). Leggen we de resultaten van de nieuwe enquête naast een bevraging van 645 landbouwers door de overheid, dan zitten boer en burger niet altijd op dezelfde golflengte. Verrassend is dat de burger denkt dat land- en tuinbouwbedrijven verder zullen groeien en specialiseren, terwijl de bedrijfsleiders duidelijk niet goed weten welke richting het zal uitgaan.
Het nieuwe Landbouwrapport (LARA) vergelijkt de wijze waarop land- en tuinbouwers naar hun beroep kijken met het beeld dat burgers hebben van de landbouw in Vlaanderen. Voor dat laatste baseert het Departement Landbouw en Visserij zich op de nieuwe resultaten van de vijfjaarlijkse imago-enquête die VILT samen met de Universiteit Gent uitvoert, ditmaal via een online bevraging van 809 Vlamingen.
Wat vaardigheden betreft, zijn de 645 respondenten van het Vlaams Landbouwmonitoringsnetwerk het er bijna allemaal over eens dat een land- of tuinbouwer een goed manager moet zijn (95%). Een overgrote meerderheid van de 809 respondenten in de burgerenquête van VILT deelt die mening (86%). Zeven op de tien land- en tuinbouwers vinden dat hun beroep regelmatige bijscholing vergt. Ook een meerderheid van de Vlamingen is daarvan overtuigd (58%).
Gevraagd naar de rol van landbouw vinden zowel burgers als boeren de zorg voor open ruimte belangrijk. Ze zijn ervan overtuigd dat de sector belangrijk is voor de economie van ons land. Ongeveer zeven op de tien boeren zien een rol voor zichzelf weggelegd in het natuurbehoud.
Landbouwers zijn er zelf sterk van overtuigd dat zij de laatste jaren met steeds meer respect voor het milieu produceren (91%). Ook de Vlaming is die mening toegedaan, zij het in iets mindere mate (70%). Dat meningsverschil tussen boer en burger wordt groter wanneer het over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gaat. 85 procent van de boeren meent dat de sector daar zorgvuldig mee omspringt, terwijl maar 31 procent van de burgers die mening deelt. Het gros van de respondenten (43,5%) durft zich daar niet over uitspreken.
De vraag of land- en tuinbouw niet beter kleinschalig blijft, verdeelt de Vlamingen, maar acht op de tien vindt wel dat bedrijven in de toekomst moeten kunnen groeien binnen de wettelijke grenzen. Precies de helft van de respondenten verwacht dat dat ook gaat gebeuren. Ze beseffen dat een land- of tuinbouwbedrijf erg kapitaalsintensief is, maar vinden wel dat de landbouw in Vlaanderen zijn familiaal karakter moet behouden (59%).
Opmerkelijk, de boer of tuinder lijkt minder overtuigd van schaalvergroting dan de burger. Ruim een kwart van de bedrijfsleiders vindt dat landbouw kleinschalig moet blijven. Amper de helft is voor onbeperkte groei van land- en tuinbouwbedrijven binnen de wettelijke grenzen. Slechts 52 procent van de landbouwers gelooft dat hij zich in de toekomst verder moet specialiseren. Bij de Vlaamse bevolking leeft die overtuiging duidelijk meer (73%).
Land- en tuinbouwers voelen zich ondergewaardeerd in onze maatschappij (80%). Driekwart van de Vlaamse bevolking beaamt dat de boerenstiel meer waardering verdient. Zowel boer (69%) als burger (73%) vinden dat het contact tussen beiden versterkt moet worden. Opvallend is nog dat 67 procent van de burgers en slechts 62 procent van de bedrijfsleiders het normaal vindt dat de overheid helpt bij een mislukte oogst of in geval van dierziekten.
Lees ook: geVILT 'Vlaming kijkt kritisch maar positief naar landbouw'
Meer info: LARA 2012