Boerenbond blij met wending IPPC-richtlijn
nieuwsBoerenbond stelt met tevredenheid vast dat de Europese milieuministers bij de herziening van de zogeheten IPCC-richtlijn wel rekening houden met de bekommernissen vanuit de land- en tuinbouwsector. Eerder dit jaar opteerden de europarlementsleden voor een strenge regeling op het vlak van vergunningsvoorwaarden voor grote, industriële installaties.
In het oorspronkelijke voorstel van het Europees parlement werd het toepassingsgebied van de richtlijn voor pluimveehouderijen verlaagd van de huidige 40.000 plaatsen naar 40.000 plaatsen voor slachtkuikens, 30.000 plaatsen voor leghennen, 24.000 plaatsen voor eenden en 11.500 plaatsen voor kalkoenen. Daarnaast werd ook een berekening voorgesteld voor 'andere soorten'.
"Hierdoor zouden heel wat gemengde bedrijven met varkens en zeugen onder de richtlijn vallen. Op een bepaald moment werd zelfs geopperd om de richtlijn ook te laten gelden voor grote rundveebedrijven", zegt Iris Penninckx van Boerenbond. De landbouworganisaties verzetten zich tegen een uitbreiding van het toepassingsgebied omdat de milieu-impact van grote veehouderijen volgens hen reeds voldoende bewaakt wordt door andere regelgeving.
De Europese milieuministers volgen die redenering. Als het van hen afhangt, wordt het huidige toepassingsgebied van de richtlijn immers behouden. De ministerraad is ook van oordeel dat de IPPC-richtlijn geen extra maatregelen of verplichtingen moet opleggen rond het uitrijden van dierlijke mest buiten het terrein van een bedrijf dat onder de richtlijn valt. Verder willen de ministers dat de bijkomende monitoring en rapportering van veehouderijen op het vlak van bodem- en grondwaterkwaliteit beperkt blijft.
Een knelpunt voor Boerenbond is nog altijd de termijn die voorzien wordt om vergunningen van bedrijven aan te passen na de publicatie van een Europese BBT-studie. Het Europees parlement kiest voor vier jaar, de milieuministers doen er een jaar bij. "Maar ook vijf jaar is veel te kort aangezien investeringstermijnen in de landbouwsector vaak 15 tot 20 jaar bedragen", zegt Penninckx. "Dit zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat een stalsysteem moet aangepast worden vooraleer de afschrijvingstermijn ervan verlopen is".
Op basis van het nieuwe voorstel zouden lidstaten in specifieke omstandigheden wel in langere termijnen mogen voorzien. "De mogelijkheid wordt wel geschapen, maar het is momenteel nog koffiedik kijken in welke mate de lidstaten van die regeling gebruik willen maken", besluit Penninckx.
Het standpunt van de Europese milieuministers is het startpunt voor de tweede lezing. Dit najaar of begin volgend jaar moeten zowel het Europees parlement als de Raad zich opnieuw over de tekst buigen.