"Beleid moet Vlaamse veehouderij anders bekijken"
nieuwsNaar aanleiding van de komende verkiezingen brengt Wervel vzw een economische analyse uit van de Vlaamse veehouderij. Wervel vraagt het beleid om een veehouderijmodel te stimuleren dat tegemoetkomt aan de vele maatschappelijke uitdagingen. Wervel laakt de "hoera-stemming" rond de economische meerwaarde van de sector. "Varen onze veehouders daar wel bij?"
Landbouw-ngo Wervel grijpt de reactie van Vlaams landbouwminister Kris Peeters op de commotie rond beelden over het dierenleed in de varkenshouderij aan om te duiden waar het schoentje volgens hen wringt. In zijn reactie benadrukte Peeters het economische belang van de sector: "Met een productiewaarde van 1,6 miljard euro is het de belangrijkste sector van de Vlaamse landbouw. Bovendien wordt 65 procent van het varkensvlees geëxporteerd, wat ons een belangrijke speler op de wereldmarkt maakt", aldus Peeters.
Deze op zich juiste vaststellingen gaan volgens Wervel voorbij aan de vraag of onze veehouders, en bij uitbreiding de hele maatschappij, daar wel bij varen: "De groeiende productiewaarde en het exportsucces zijn eenzijdige indicatoren die een te positief beeld creëren. Cijfers van de Vlaamse landbouwadministratie zelf geven, indien ze over langere periode bekeken worden, een aantal verontrustende inzichten weer. Zo vertoont de toegevoegde waarde van de sector al decennialang een dalende trend. Deze economische indicator is objectiever dan de productiewaarde omdat hij de kosten verrekent", aldus Wervel.
"De laatste jaren nam de veevoederkost een hoge vlucht en werd het de belangrijkste kostenpost van de sector. De enorme afhankelijkheid van soja maakt dit probleem alleen erger. Verder zijn de netto-bedrijfsresultaten al enkele jaren negatief voor de meeste takken van de veehouderij, divergeren de inkomens steeds verder van het landelijke gemiddelde, daalt de werkgelegenheid en is het opvolgingspercentage bedroevend laag. Ook veroorzaakt de intensieve veehouderij sociale, ecologische en andere maatschappelijke kosten, hier en in het Zuiden, die niet worden verrekend", gaat Wervel verder.
De organisatie vindt dat de indruk wordt gewekt dat door technologische ingrepen zoals ammoniakemissiearme stallen en mestverwerking de veeteeltsector ongebreideld kan blijven groeien. "Maar niets is minder waar. De milieudruk is rechtstreeks gekoppeld aan de grootte van de veestapel. De enige manier om de milieudruk significant te doen dalen, is de veestapel inkrimpen en daar bestaat een maatschappelijk draagvlak voor. Dure technologieën jagen de boeren op kosten die zich niet vertalen in hogere prijzen. Zo werken deze technologieën een verdere schaalvergroting, intensivering en uitstoot van veehouders in de hand. Uit deze lock-in geraken we enkel indien er een trendbreuk komt in het beleid", denkt Wervel.
Wervel doet daarom de nodige aanbevelingen voor de komende verkiezingen. Centraal staat de grondgebondenheid van de Vlaamse veeteelt en het regionaal sluiten van kringlopen. "De teelt van diverse lokale eiwithoudende gewassen moet daarom op alle vlakken worden gestimuleerd, alsook het gebruik van rest- en afvalstromen uit de menselijke voeding als veevoeder. Dit impliceert een daling van de veestapel. De vermindering van de vleesconsumptie, die trouwens al ingezet werd, creëert enorme kansen voor de Vlaamse voedingsindustrie, die nu nog onvoldoende benut worden", vindt Wervel.
Als oplossing voor de lage inkomens in onder meer de varkenssector moet er volgens Wervel ingezet worden op de ontwikkeling van de korte keten die in de veehouderij nauwelijks bekend is: "Zo kunnen veehouders makkelijker een eerlijke prijs verkrijgen. Budgetten voor plattelandsontwikkeling moeten gaan naar initiatieven die echte milieuwinst leveren, in plaats van naar dure technologieën die de enorme milieu-impact van het huidige systeem wat verlagen."
En de consument? "Aan de consumptiezijde moeten vleesmatiging en duurzaam vlees worden gestimuleerd. Het is frappant dat de meest duurzame en gezonde (vlees)producten in de markt ook de duurste zijn. De markt internaliseert de externe kosten van het huidige systeem niet en geeft een foutief prijssignaal. Er moet onderzocht worden hoe dit kan worden gecorrigeerd. De consument moet correct geïnformeerd worden over de vleesproducten die ze kopen. VLAM-campagnes zoals 'Vlees van hier? Met plezier!' zijn pure misleiding en nefast voor de eiwittransitie", oordeelt Wervel.
Wervel is ervan overtuigd dat een Vlaams beleid voor de veehouderij gebaseerd op voorgaande punten tegemoet zou komen aan wat de maatschappij verwacht op vlak van milieu, dierenwelzijn en afkomst en kwaliteit van voeding, maar ook de boeren meer garantie zou geven op vlak van inkomenszekerheid, arbeidsvreugde en trots. "Bovendien zou zo'n beleid een antwoord bieden op de veel complexere globale politieke vraagstukken zoals klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, landgebruik en landroof, armoede en honger", aldus nog Wervel.
Lees het rapport en de aanbevelingen hier.