Beheerders verantwoordelijk voor inperking giftig kruid
nieuwsLandbeheerders en -eigenaars zijn verantwoordelijk voor de inperking of bestrijding van het giftige Jacobskruiskruid op plaatsen waar dieren grazen. Verder moeten paardenhouders zelf de risico’s kunnen inschatten en aanpakken. "Voorlichting en sensibilisering zijn dus erg belangrijk, en het paardenloket heeft daarbij een belangrijke taak te vervullen", reageert minister Schauvliege op een parlementaire vraag van Jos De Meyer.
De Meyer (CD&V) brengt de problematiek van Jacobskruiskruid op begraasde weilanden opnieuw ter sprake naar aanleiding van een recente brochure van het Paardenloket. Uit ‘De meest beruchte giftige planten, struiken en bomen voor paarden’ en het oudere ‘Jacobskruiskruid, een gevaar voor onze paarden’ blijkt immers dat een effectieve behandeling tegen vergiftiging vaak ontbreekt. “Het is daarom belangrijk dat paarden geen tuinafval te eten krijgen en zeker niet in aanraking komen met gemaaid Jacobskruiskruid, zoals in bermmaaisel. Dit laatste is belangrijk omdat Jacobskruiskruid in droge vorm nog steeds giftig is, maar niet meer afstotend smaakt”, klinkt het.
Omdat het kruid de laatste decennia steeds vaker opduikt, vraagt De Meyer naar de maatregelen die Schauvliege neemt. Daarbij verwijst hij naar een eerdere bespreking (2010) in de commissie Leefmilieu en Natuur, waarbij de minister stelde dat sensibilisering en bestrijding tot haar taak behoorden. “Op plaatsen waar dieren grazen, moeten we het kruid uitroeien. Verder moeten we ervoor zorgen dat het zich niet verder kan verspreiden”, klonk het toen.
Ook nu stelt Schauvliege dat de Vlaamse overheid de nodige beheermaatregelen in acht neemt. “Dat gebeurt met aandacht voor nabuurschap, maar zonder een verregaande bestrijding”, legt ze uit. “Bestrijding of inperking op begraasde terreinen, evenals preventie van overmatig grazen op die terreinen, is immers de verantwoordelijk van de landbeheerder of -eigenaar zelf.”
Wat de mogelijke aanwezigheid van zaden van Jacobskruiskruid in kruidenmengsels met wilde bloemen betreft, stelt Schauvliege dat een verbod “gelet op de relatief beperkte draagwijdte en relatief moeilijke handhaafbaarheid” op dit ogenblik niet aan de orde is. Eveneens stelt ze dat bermmaaisel met Jacobskruiskruid als tuinafval niet ter beschikking wordt gesteld van dierenhouders.
“Over het algemeen pleit ik voor een verantwoorde, gerichte aanpak van eventuele risico’s door de betrokken paardenhouders zelf. Sensibilisering en voorlichting zijn dus van groot belang, en het Paardenloket, dat ondersteund wordt door de Vlaamse overheid, vervult daarbij een belangrijke rol.”