Bedrijf ontwikkelt mestverwerkingsmodel met larven
nieuwsILVO, het Innovatiesteunpunt en UGent onderzoeken samen met een jong Vlaams bedrijf het potentieel van mestverwerking door vliegenlarven op het niveau van een individueel varkensbedrijf. Concreet wordt bekeken of het proces economisch rendabel kan zijn en of het de uitstoot van broeikasgassen op het bedrijf kan verminderen. Het project werd voorgesteld tijdens het European Livestock Forum op Agribex.
Het bedrijf Millibeter heeft een procedé ontwikkeld om afval met de hulp van larven om te zetten in nieuwe grondstoffen. Sinds november 2012 kweekt het bedrijf daartoe larven van de tropische zwarte wapenvlieg, larven die zich voeden met allerlei soorten organisch afval zoals mest, groen- en slachtafval. In ruil daarvoor leveren ze eiwitten, vetten en chitine, een biopolymeer dat zich in hun skelet bevindt. “De eiwitten kunnen verwerkt worden in visvoeder, de vetten in de oleo-chemische industrie en de chitine in verschillende industriële en medische toepassingen”, legt initiatiefnemer Johan Jacobs uit.
Momenteel zit het procedé nog in de labo- en onderzoeksfase. Daartoe werkt het bedrijf onder meer samen met het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), het Innovatiesteunpunt van Boerenbond en de Universiteit Gent. Met name concentreert Millibeter zich op het ontwikkelen van een toepasbaar mestverwerkingsmodel op het niveau van een individueel varkensbedrijf. “We kijken of de technologie kan opgeschaald worden zodat het bruikbaar is in de praktijk, of het een vermindering van de broeikasgasuitstoot oplevert, en of dat allemaal op een rendabele manier kan”, stelt Jacobs.
Als diplomaat werd hij in een vorig leven regelmatig geconfronteerd met de mestproblematiek. “Iets wat ik altijd eigenaardig vond want op zich vormt mest geen probleem. De natuur beschikt over voldoende manieren om mest te verwerken. Alleen is het volume dat wij produceren te groot voor de oppervlakte waarop wij leven. En in plaats van te pleiten voor een schaalverkleining van de veehouderij, zoek ik een manier om die natuurlijke verwerkingsprocessen op te schalen.”