"Ze noemen me nu zelfs een geitenwollen sok"
nieuws"Zonder veel moeite klim ik naar boven om de bewakingscamera uit te zetten. Ik laat me naar beneden glijden en schakel de andere camera's op dezelfde manier uit. Ik doe wat ik moet doen. De lucifer volgt. Intussen zit Geert al in zijn auto. Ik ren er zo snel mogelijk naartoe, Geert maakt een bocht van 180 graden, pikt mij op en scheurt ervandoor. Intussen is het gebouw al aan het fikken. De auto's die de brand passeren, rijden gewoon door. Zwijgend rijden we de snelweg op. Allebei kijken we naar het vuur dat tot daar te zien is. De vlammen flakkeren zes of zeven meter boven het dak".
We schrijven 12 augustus 1999. De McDonald's-vestiging in Merksem gaat in vlammen op en de brandstichting wordt omschreven als de grootste aanslag van de Belgische tak van het Animal Liberation Front. De grootste, maar lang niet de enige, want in die dagen tekent het ALF voor een hele reeks - al dan niet gelukte - aanslagen tegen nertsenkwekerijen, fastfood-restaurants en vleesbedrijven. Het duurt een tijdje, maar uiteindelijk wordt het groepje dierenextremisten ontmaskerd en opgesloten. Kopstuk Anja Hermans, amper 20 op het moment van de aanslagen, vliegt jarenlang de gevangenis in.
"Gelukkig hebben ze mij toen opgepakt", zegt ze nu. "Ik heb geen idee waar het anders geëindigd zou zijn". Een dik jaar geleden heeft ze haar straf beëindigd en sindsdien probeert ze weer iets op te bouwen. Ze werkt op een kinderboerderij, studeert voor opvoedster en woont weer bij haar ouders. "Neen, het is niet de bedoeling dat dit boek de start is van een nieuw leven. Dat zou te gemakkelijk zijn. De dingen die ik heb uitgestoken, zijn te erg om nu te zeggen: hop, we draaien de bladzijde om en beginnen opnieuw".
Ze praat kalm. De piercings zijn er nog. De dreadlocks ook. En de zelfgezette tatoeages natuurlijk ook. Maar de vlammende kwaadheid is weg. Het is moeilijk te geloven dat jij diegene bent die enkele jaren geleden op televisie verscheen om de aanslagen van het Animal Liberation Front op te eisen. Anja Hermans: (met een bitter lachje) "Zwijg daarover alsjeblieft. Mijn eigen In de gloria-moment noem ik dat. Ik heb de beelden onlangs nog eens teruggezien. Heel confronterend, moet ik toegeven. Mocht ik niet geweten hebben dat ik het zelf was, ik zou gedacht hebben: Wat een pipo's zitten daar".
"Ik zie mezelf daar nog zitten met mijn blauwe K-Way en met de sjaal die ze later bij een huiszoeking zouden vinden. En mijn vriendin Lyndsay zat daar met een bivakmuts met zo'n grote gaten dat je kon zien dat ze een donkere huid had. We kwamen als serieuze terroristen anoniem aanslagen opeisen. Maar we hadden net zo goed onze naam op ons voorhoofd kunnen schrijven".
Stonden jullie er op dat ogenblik eigenlijk bij stil dat je wel eens jarenlang naar de gevangenis zou kunnen vliegen? "We wisten dat zoiets kon gebeuren, maar we dachten daar heel infantiel en lichtzinnig over. We hadden toen nog geen idee wat zo'n gevangenisstraf voor ons zou betekenen. Zoals we er ook niet bij stilstonden wat de impact was van onze acties". Die aanslagen waren nochtans serieus. Verschillende brandstichtingen bij McDonald's-vestigingen, de vrijlating van honderden nertsen, aanslagen tegen vleesbedrijven. En dan - als dieptepunt - een poging om de auto van een Antwerpse onderzoeksrechter in brand te steken.
"Dat was zo verschrikkelijk stom. Een moment van grote waanzin, dat ik voor altijd in mijn geweten zal meedragen. We zouden flessen benzine onder de auto van de man plakken en die in brand steken. Maar we wilden niemand verwonden. We hadden informatie gekregen dat er niemand thuis was. Alleen bleek die informatie fout. De onderzoeksrechter was wel thuis, en zijn kinderen ook". In het boek ben je daarover erg streng voor jezelf. "Ik walg van mezelf", schrijf je. "Ik weet nu al dat ik me dit nooit zal vergeven. Het was blind extremisme in zijn puurste soort".
Was er dan niemand uit jullie eigen omgeving die de handrem kon optrekken? "Bijna niemand wist dat wij achter de aanslagen zaten. Zelfs onze vrienden uit het anarchistische wereldje niet. Sommigen hadden natuurlijk wel een vermoeden. Maar we bleven liegen en zeggen dat we er niets mee te maken hadden. Het is trouwens beangstigend hoe gemakkelijk dat liegen mij afging. Ik was in die tijd sowieso niet te stoppen. Door niemand".
Je bent in je boek heel open over je eigen rol en over die van je verschillende kompanen. Maar over één mysterieuze figuur blijf je vaag. "Hij", noem je hem. Verder geen naam of beschrijving. Terwijl je hem wel omschrijft als het brein achter de aanslagen. "Hij is degene die niet-stabiele jongeren gebruikte. Hij jutte ons op en trok zijn handen van ons af toen het mis ging. Toen zag ik niet wat hij deed, maar nu begrijp ik hoe gevaarlijk hij is. Ik wil zijn naam niet noemen. Ik heb daar zo mijn redenen voor. Maar ik wil andere jongeren wel waarschuwen voor kerels als hij".
Voel je je dan misbruikt? "Neen, dat bedoel ik niet. Ik had neen kunnen zeggen. Ik had mijn aandeel in de aanslagen en ik wil zeker niet het slachtoffer spelen. Maar ik was toen nog heel naïef en jong. En hij heeft daar handig op ingespeeld". Als je over die periode schrijft, dan valt mij vooral die beangstigende kwaadheid op. Haat tegenover alles en op iedereen. "Mocht ik de Anja Hermans van toen nu tegenkomen, dan zou ik er in een grote boog omheen lopen. Ik doolde rond in die tijd, want ik had de deur thuis achter mij dichtgeslagen. Ik trok van kraakpand naar kraakpand. Soms sliep ik gewoon op straat en at ik uit containers. Maar alles was beter dan weer naar huis gaan. Ik werd voortgedreven door pure haat".
"Als ik opstond, dan was het met de idee: fuck, weer een dag in deze verfuckte maatschappij. Niets was er schoon, alles was om zeep. Ik trok in die tijd van actie, naar meeting, van vergadering naar betoging. Tegen extreem-rechts, tegen de kinderen die stierven in Afrika, tegen kernwapens, tegen justitie, tegen dierenleed, enzovoort. Mijn hoofd zat overvol ellende. De wereld stond in brand en al die burgerkloten deden niets om te helpen blussen. Ik weet nu wel dat het een simplistische haat was. Maar toen had ik echt het gevoel dat ik moest terugvechten".
Terwijl je nu beseft dat al dat terugvechten niets heeft uitgehaald? "Het is cliché - ik weet het - maar het verstand komt met de jaren. Ik ben nog altijd vegetariër en ik ben het nog altijd niet eens met de manier waarop de wereld draait. Maar ik besef nu dat ik meer verschil maak door te werken op de kinderboerderij, door dieren te verzorgen en jongeren op te vangen". Kortom: woeste Anja is braaf geworden. "Sommigen noemen me zelfs al een geitenwollen sok. Ach, laat ze maar lachen. Ik heb geen zin meer om hoog op de barricade te staan. Als alles meezit heb ik binnenkort mijn diploma opvoedster, daarmee kan ik ook een verschil maken. En als ik nog actie voer, dan is het vóór iets, niet meer tegen".
Je hoort vaak zeggen dat een gevangenisstraf zinloos is. Maar die jaren in de cel hebben jou blijkbaar wel deugd gedaan. "Het is niet de gevangenis die mij veranderd heeft. Wel de tijd die je er krijgt om na te denken. En ik had veel tijd. 3 jaar en 11 maanden. Maar gemakkelijk is het niet geweest. Het heeft veel tijd gekost om rust te vinden". Maar uiteindelijk is het zelfs gelukt om de band met je ouders te herstellen. Hoewel je hen jarenlang verketterd hebt, klinkt er aan het einde van het boek alleen nog sympathie en dankbaarheid. "Terecht. Ik mag mijn twee pollekes kussen met zo'n ouders, want ze hebben mij nooit laten vallen. Ondanks alle ellende die ik hen heb bezorgd".
"Ik heb die mensen tien jaar lang door de hel geleid". Heb je enig idee hoe jij in hun plaats gereageerd zou hebben? "Ik zou mijn dochter bij haar haar van de Antwerpse Groenplaats gesleurd hebben. Maar ook dat zou geen oplossing geweest zijn. Sommige jongeren kan je niet stoppen. Die moeten eerst keihard met hun kop tegen de muur lopen".(KS)
Bron: Het Nieuwsblad