Waterkwaliteit toont enkel positieve trend voor nitraat
nieuwsVoor het tweede jaar op rij blijft het aandeel meetpunten in landbouwgebied dat de drempelwaarde van 50 mg nitraat per liter water overschrijdt, steken op 21 procent. Daardoor lijkt het behalen van de doelstelling voor 2018 – maximum vijf procent meetplaatsen met overschrijding – een moeilijke opdracht. Met MAP5 tracht de Vlaamse overheid met een versterkte gebieds- en bedrijfsgerichte aanpak alsnog de doelstelling te halen. Hoewel het mestdecreet uitvoering geeft aan de Europese nitraatrichtlijn gaat MAP5 niet alleen over stikstof maar ook over fosfor. Te veel fosfaat in het oppervlaktewater leidt immers net zo goed tot algengroei en een slechte waterkwaliteit. Op vlak van fosfaat is er nog een langere weg af te leggen want de milieukwaliteitsnorm werd op 72 procent van de meetplaatsen overschreden. De trend is eerder stijgend dan dalend zodat een vernieuwende maar ook strenge aanpak, fosfaatontmijning genaamd, soelaas moet brengen.
De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) publiceerde deze week drie rapporten over de waterkwaliteit in Vlaanderen. In landbouwmiddens wordt er vooral uitgekeken naar het rapport met de nieuwe nitraatcijfers. Levert de betrachting om zuiniger en zorgvuldiger te bemesten resultaat op? Gaat de waterkwaliteit in landbouwgebied er in Vlaanderen ook effectief op vooruit? Na een scherpe daling van het aantal meetplaatsen met een overschrijding van de nitraatnorm tijdens de vorige campagne brengt 2014-2015 een status-quo. Op 21 procent van de MAP-meetpunten werd meer dan 50 mg nitraat per liter water gemeten.
Uit een trendanalyse van de nitraatconcentratie per meetplaats blijkt dat het percentage meetplaatsen met een significante dalende trend (42%) merkelijk groter is dan het percentage meetplaatsen met een significante stijgende trend (3%). Toch volstaat het tempo waarmee de verbetering zich doorzet niet om de doelstelling in 2018 (maximum vijf procent rode meetpunten, nvdr.) te halen. Vlaams minister van Landbouw en Omgeving gaf deze week te kennen dat ze op het vijfde mestactieprogramma rekent om nog betere resultaten te boeken.
Waar de nog te leveren inspanning voor nitraat overzienbaar lijkt, is dat minder het geval voor fosfaat. In het winterjaar 2014-2015 overschreden de gemiddelde fosfaatconcentraties de milieukwaliteitsnorm voor orthofosfaat op 72 procent van de meetplaatsen. Een vergelijking met de jaren voordien leert dat zowel de gemiddelde concentratie als het percentage meetplaatsen met normoverschrijding weinig of geen variatie vertonen. Bovendien is de trendanalyse minder gunstig dan voor stikstof: er zijn maar 9 procent meetplaatsen met een significant dalende trend tegenover 20 procent meetplaatsen met een significant stijgend trend.
VMM concludeert daaruit dat de fosfaatproblematiek meer aandacht dient te krijgen in het waterkwaliteitsbeleid. Aangestuurd door een nieuw en verstrengd mestactieprogramma (MAP5) zal de landbouwsector in de periode 2015-2018 extra inspanningen doen om het probleem aan te pakken. In MAP5 worden de fosfaatbemestingsnormen vastgelegd op basis van het fosforgehalte van de bodem. Elk landbouwperceel wordt ingedeeld in een klasse van één tot vier, naargelang de fosfaatbeschikbaarheid in de bodem.
In klasse 2, de streefzone, mag er zoveel fosfor worden toegediend via bemesting als er door de plant onttrokken wordt aan de bodem. Voor de percelen in klasse 3 en 4 gelden strengere bemestingsnormen zodat het landbouwgewas ‘verplicht’ wordt om de bodemvoorraad fosfaat aan te spreken. Het achterliggende idee van fosfaatontmijning in de bodem vond reeds ingang met MAP4 (2010-2014). Doel is om alle landbouwpercelen geleidelijk naar de streefzone te brengen zodat de aangevoerde fosfor via bemesting afgestemd kan worden op de gewasbehoefte aan fosfaat. Dat werkt overigens in twee richtingen: op percelen arm aan fosfaat mag er meer bemest worden dan het gewas onttrekt aan de bodem.
Meer info: VMM
Bron: VMM / eigen verslaggeving