Wageningen stopt met ggo-aardappelonderzoek
nieuwsDe universiteit van Wageningen heeft voorlopig geen middelen meer om het onderzoek naar genetisch gewijzigde aardappelrassen die resistent zijn tegen de aardappelziekte (phytophthora) verder te zetten. Aan dat onderzoeksproject werkten ook enkele Vlaamse onderzoeksinstellingen mee, maar het Vlaamse onderzoek naar de genetisch gemodificeerde BintjePLUS komt niet in het gedrang, zo klinkt het. Professor Lieve Gheysen (UGent), coördinator van het onderzoek BintjePLUS, hoopt wel dat de Europese Commissie cisgenese, het inbrengen van soorteigen genen, niet langer onder de toelatingsprocedure plaatst die geldt voor transgenese, het inbrengen van genen van andere soorten.
Tien jaar lang werkte Wageningen UR aan het onderzoeksprogramma DuRPh (Duurzame Resistentie Phytophthora), maar de Nederlandse overheid voorziet geen vervolgsubsidie meer. Het bedrijfsleven wil het onderzoeksproject ook niet adopteren, waardoor er voor Wageningen UR niets anders opzit dan het onderzoeksmateriaal voorlopig 'in vitro' in stand te houden, zegt projectleider Anton Haverkort. “Zowel de bevoegde staatssecretaris als het bedrijfsleven willen niet meer mee, mede onder druk van de publieke opinie”, zo staat te lezen in het studenten- en medewerkersblad Resource.
De vraag is of die houding zal veranderen als de Europese Commissie cisgenese niet langer onder dezelfde toelatingsprocedure plaatst als transgenese. Want zowel Nederlandse als Vlaamse onderzoekers zijn daar vragende partij voor, maar ook het bedrijfsleven, zo is zowel in Wageningen als aan de UGent te horen. "De planten die wij resistent maken verschillen in heel weinig met conventioneel veredelde planten", zegt professor Lieve Gheysen (UGent).
"Elke ggo-plant moet door heel wat testen vooraleer hij gecommercialiseerd mag worden”, aldus Gheysen. “Maar als je dezelfde eigenschappen via veredeling introduceert, hoef je dat niet te doen. Wij hopen dat de regelgeving wat soepeler wordt. Waar normaal klassieke veredeling tien tot twintig jaar over doet, kan via genetische modificatie op één of twee jaar. Bovendien is het via veredeling moeilijker om meerdere resistentiegenen te combineren, dat levert complexe kruisingsschema's op, terwijl je via genetische modificatie de genen die je samen wil, in één stap kan introduceren."
Cisgenese is maar één van de zeven of acht ggo-technieken waarvoor kennisinstellingen en bedrijven momenteel lobbyen, via het New Breeding Techniques Platform, om die niet onder de huidige ggo-regelgeving te laten vallen, legt Nina Holland van lobbywatchdog Corporate Europe Observatory (CEO) uit. "De reden waarom ggo's gereguleerd moeten worden, heeft te maken met voedselveiligheid en milieubescherming. Eén van de zaken waarmee je rekening moet houden, zijn de onverwachte en onbedoelde effecten die op kunnen treden, omdat men niet weet wat er precies gebeurt als je een genoom verandert. Dat is de redenering van de wetgever en de wetenschap geweest bij het opstellen van de regels."
Een tweede argument is dat eenmaal in de natuur, ggo-zaden met niet-ggo's kunnen mengen en ook daarvan de gevolgen niet gekend zijn, zeggen de tegenstanders. Inhoudelijk zegt CEO ook dat cisgenese gebruikmaakt van dezelfde oude technieken als alle vorige ggo's, waardoor er geen reden is om die uit te zonderen van de risico-evaluatie. De ngo merkt tot slot ook op dat niet alleen bedrijven, maar ook kennisinstellingen en publieke onderzoekers, de nieuwe technieken uit de regelgeving willen omwille van economische argumenten, in het kader van de concurrentiekracht. De Europese Commissie neemt tegen het einde van dit jaar een beslissing.
Bron: Belga