nieuws

"Voorzie voldoende middelen voor Natura 2000-beleid"

nieuws
In het kader van de onderhandelingen over de Natura 2000-doelstellingen verwijst Boerenbond naar een VITO-studie die aantoont dat de economische impact van het natuurbeleid enorm zou zijn. Boerenbond, ABS, UNIZO en Voka benadrukken daarom de noodzaak om een ondersteunend flankerend beleid uit te bouwen dat verankerd wordt in een rechtszeker kader.
30 april 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:21
Lees meer over:

In het kader van de onderhandelingen over de Natura 2000-doelstellingen verwijst Boerenbond naar een VITO-studie die aantoont dat de economische impact van het natuurbeleid "immens groot" zou zijn. Boerenbond, ABS, UNIZO en Voka benadrukken daarom de noodzaak om een ondersteunend flankerend beleid uit te bouwen dat verankerd wordt in een rechtszeker kader.

De studie die Boerenbond bestelde bij het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) toont aan dat de economische impact van het Natura 2000-beleid op de landbouwsector “immens groot” is. Op basis van de scenario’s uitgewerkt in de studie kunnen bijvoorbeeld de inspanningen in de varkenshouderij, om de stalemissies met 25 procent te verminderen, bovenop een voortzetting van het huidige beleid, oplopen tot meer dan 1.400.000.000 euro. Het verbeteren van de natuurkwaliteit enkel via het vergunningenbeleid is volgens Boerenbond dan ook een onmogelijke opgave: een andere – meer globale of programmatische – aanpak dringt zich op.

Boerenbond verwacht dat de overheid de economische impact mee in rekening brengt om dan een doordachte beslissing te nemen, waarbij de inspanningen die geleverd moeten worden om de natuurkwaliteit te verbeteren billijk verdeeld worden over de diverse sectoren heen. Maar ook het natuurbeleid zelf moet grondig bijgestuurd en geheroriënteerd worden. Daarbij moet onder meer voldoende aandacht besteed worden aan een flankerend beleid, compensaties, schaderegeling, enzovoort.

Om de bestaanszekerheid maximaal te garanderen, moet, naast het flankerend beleid, ingezet worden op fasering, op overgangsbepalingen, op planologische ruil en gespreide inzet in de tijd van de beschikbare instrumenten, aldus ABS, Boerenbond, Voka en UNIZO. Ze stellen dan ook dat de Vlaamse regering geen definitieve beslissing kan nemen over de vaststelling van de instandhoudingsdoelstellingen zonder een rechtszeker kader ontwikkeld te hebben wat betreft het flankerend beleid dat duidelijkheid verschaft over de inzetbare flankerende maatregelen en hun toepassingsgebied.

De implementatienota vertrekt van het principe 'sterkste schouders, zwaarste lasten’, maar een goed voornemen volstaat niet. Daarom vinden de vier organisaties dat een wettelijke verankering noodzakelijk is als de Vlaamse regering daadwerkelijk het natuurbeleid wil focussen op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Het is volgens hen mogelijk het principe te concretiseren door de regelgeving op een aantal punten te wijzigen.

Zo moet in het Natuurdecreet een bepaling worden ingeschreven die stelt dat de gebiedsspecifieke instandhoudingsdoelstellingen bij voorrang moeten worden gerealiseerd op de terreinen van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en de met subsidies aangekochte terreinen van de erkende terreinbeherende verenigingen. De subsidies voor het aankoopbeleid van reservaten moeten gericht worden ingezet binnen de Speciale Beschermingszones (SBZ).

Ook de regelgeving op het vlak van subsidiëring en erkenning van natuurreservaten kan worden aangepast met als doelstelling meer zekerheid in te bouwen zodat de gronden die door de erkende terreinbeherende verenigingen met het oog op natuurbehoud binnen de perimeter van de SBZ’s worden aangekocht, ook daadwerkelijk met het oog op de realisatie van de gebiedsspecifieke instandhoudingsdoelstellingen worden beheerd.

Voka en UNIZO wijzen er verder op dat er momenteel verschillende compensatie- en vergoedingsmechanismen bestaan voor de zogenaamde grondgebonden vermogens- of inkomensnadelen, maar dat er nog een oplossing gezocht moet worden voor de schade die ontstaat bij vergunningsplichtige inrichtingen wanneer de instandhoudingsdoelstellingen hun bewegingsruimte inperkt om te investeren of exploiteren.

In het Minaraadadvies van 25 oktober 2012 werd in die zin reeds gesteld dat er een oplossing gezocht moet worden voor de schade die voortvloeit uit verscherpte vergunningsvoorwaarden om de instandhoudingsdoelstellingen te halen, waardoor ook de investeringskost verhoogt. Ook moet een oplossing worden gezocht voor het vraagstuk van de kapitaalschadecompensatie die aan de orde is wanneer de verderzetting of uitbreiding van een exploitatie op belangrijke wijze wordt belemmerd of onmogelijk wordt gemaakt ten gevolge van de instandhoudingsdoelstellingen, aldus nog Voka en Unizo.

Meer info: Gezamenlijk standpunt economische actoren in IHD-dossier

Bron: eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek