nieuws

Vogelgriep in Frankrijk breidt verder uit

nieuws
Het aantal besmettingen met hoogpathogene vogelgriep in Frankrijk blijft verder uitbreiden. Over heel Frankrijk zijn nu al minstens 13 haarden vastgesteld. De betrokken pluimveebedrijven houden voornamelijk eenden of ganzen. Daarnaast zijn ook kippen en parelhoenders getroffen. Behalve de 13 uitbraken met hoogpathogene vogelgriep werden ook enkele eendenbedrijven aangetroffen met laagpathogene H5-virussen. Het Voedselagentschap vraagt de sector om “zeer alert” te zijn en contacten met de getroffen zones zoveel mogelijk te vermijden. Indien dit toch gebeurt, moeten de bioveiligheidsregels maximaal in acht worden genomen.
15 december 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:33
Lees meer over:

Het aantal besmettingen met hoogpathogene vogelgriep in Frankrijk blijft verder uitbreiden. Over heel Frankrijk zijn nu al minstens 13 haarden vastgesteld. De betrokken pluimveebedrijven houden voornamelijk eenden of ganzen. Daarnaast zijn ook kippen en parelhoenders getroffen. Behalve de 13 uitbraken met hoogpathogene vogelgriep werden ook enkele eendenbedrijven aangetroffen met laagpathogene H5-virussen. Het Voedselagentschap vraagt de sector om “zeer alert” te zijn en contacten met de getroffen zones zoveel mogelijk te vermijden. Indien dit toch gebeurt, moeten de bioveiligheidsregels maximaal in acht worden genomen.

De vogelgriep breidt verder uit in Frankrijk, houden Boerenbond en Landsbond hun leden-pluimveehouders op de hoogte via snelle updates. Ruim de helft van de besmettingen werd gevonden op basis van virologisch onderzoek uitgevoerd op monsters die in het kader van het verhoogde toezicht werden genomen, zonder dat er klinische problemen werden vastgesteld. Dit verhoogde toezicht is van kracht op alle pluimveebedrijven in de regio. Alle tot nu toe gevonden virussen (H5N1, H5N2, H5N9) zijn Europese H5-stammen. Dat zijn klassieke stammen die hun hoogpathogene karakter voornamelijk of uitsluitend vertonen bij kippen, kalkoenen, parelhoenders, fazanten en dergelijke, maar die weinig of soms zelfs geen klinische problemen veroorzaken bij eenden en ganzen.

Het is nog niet duidelijk hoe de verschillende uitbraken aan elkaar gelinkt zijn, maar het leidt geen twijfel dat het slecht toepassen van de bioveiligheidsregels op deze bedrijven een rol speelt, aldus het Voedselagentschap (FAVV). Mogelijk is er op dat vlak initieel een vals gevoel van veiligheid ontstaan doordat de betrokken virussen weinig of geen problemen veroorzaken bij eenden, en heeft het virus zich zo ook na het opduiken van de eerste uitbraken nog kunnen verspreiden.

De Franse overheid pakt elke uitbraak aan zoals dat ook bij ons gebruikelijk is. Ze doodt alle gevoelige dieren op de besmette bedrijven, zowel laagpathogeen als hoogpathogeen, en bakent rond elke uitbraak de klassieke risicogebieden (3 km en 10 km) af waarbinnen strenge bioveiligheidsmaatregelen en strikte beperkingen gelden voor alle activiteiten in de pluimveesector. Bovendien is alle handelsverkeer van pluimvee en risicoproducten vanuit de betrokken risicogebieden opgeschort.

Het FAVV acht het op dit ogenblik nog niet opportuun om de veiligheidsmaatregelen in ons land aan te passen. Het agentschap baseert zich daarvoor op een drietal elementen. In de eerste plaats heeft de pluimveesector in België geen diercontacten (levend pluimvee of broedeieren), noch andere contacten (voeder, technische ondersteuning, dierenarts, pakploegen,…) met de vijf getroffen departementen, die toch nog steeds behoorlijk ver – meer dan 700 kilometer – verwijderd zijn van België. Ook de hobbysector (duiven, siervogels) houdt momenteel geen contact met deze regio. Ten derde zijn de uitbraken schijnbaar niet onmiddellijk gelinkt met wilde vogels en de najaarstrek gaat niet in onze richting. Daarmee zijn trekvogels en wilde vogels in het algemeen geen onmiddellijke risicofactor voor België.

De huidige voorzorgsmaatregelen wat betreft contacten met de risicogebieden (4-dagenregel en bijkomend onderzoek bij terugkeer uit de risicogebieden) en de gebruikelijke bioveiligheidsregels in de ganse sector en in het bijzonder op de pluimveehouderijen, zouden voldoende moeten zijn om het huidige risiconiveau op te vangen. Uiteraard geldt deze aanname enkel indien de sector deze bioveiligheidsregels inderdaad strikt en correct toepast. Het FAVV vestigt tenslotte nogmaals de aandacht op de verplichting om monsters voor onderzoek over te maken aan Dierengezondheidszorg Vlaanderen wanneer de productieparameters (legcijfer, opname van voeder en water, sterftecijfer) ongunstige waarden vertonen. Dit is een essentieel element in het vroegtijdig opsporen van vogelgriep.

Meer info: FAVV

Bron: Flashbericht Boerenbond/Pluimvee Nieuwsflits

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek