Vogelgriep aangetoond bij vossen in Friesland
nieuwsIn Friesland zijn vossen positief getest op hoogpathogene vogelgriep (HPAI H5N1). Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) en het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC), uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw. Bij twee van de 50 onderzochte vossen werd een actieve besmetting vastgesteld. Ongeveer de helft van de dieren bleek eerder met het virus in aanraking te zijn geweest. Het onderzoek draagt bij aan de ontwikkeling van een effectief surveillanceprogramma voor vogelgriep bij zoogdieren.
Vogelgriep treft voornamelijk (water)vogels, maar ook zoogdieren kunnen besmet raken. In Europa wordt het virus bij zoogdieren het vaakst aangetroffen bij carnivoren en aaseters zoals vossen. In de natuur kunnen deze dieren met het virus in aanraking komen, bijvoorbeeld door het eten van karkassen van besmette vogels.
De vossen werden in het kader van beheer- en schadebestrijding geschoten in de provincie Friesland, in de periode van maart 2024 tot en met augustus 2025. De kadavers werden bemonsterd door het DWHC en geanalyseerd door WBVR. De verschillende monsters zijn zowel virologisch als serologisch onderzocht.
Actieve vogelgriepbesmetting
Twee van de 50 onderzochte vossen testten positief op het vogelgriepvirus. Van één van deze monsters kon een verdere genetische analyse worden uitgevoerd. Hieruit bleek dat het ging om een specifieke variant van het virus die in dezelfde periode ook circuleerde onder wilde fauna in de regio.
Bij de genetische analyse werden bovendien potentieel zoönotische mutaties aangetroffen. Deze mutaties worden beschouwd als belangrijke indicatoren voor de aanpassing van vogelgriepvirussen aan zoogdieren. De actieve infectie werd vastgesteld in neus- en keeluitstrijkjes, maar niet in het hersenweefsel. Dit suggereert dat een infectie niet altijd gepaard gaat met beschadiging van het zenuwstelsel. Dit wijkt af van de huidige monitoring bij zoogdieren, die vooral is gericht op neurologische afwijkingen.
De helft van de vossen kwam ooit in contact met het virus
Naast actieve virusinfecties is ook gekeken naar de aanwezigheid van antilichamen in het bloed. Bij 47 vossen kon dit worden onderzocht; 22 daarvan testten positief. Dit betekent dat ongeveer de helft van de onderzochte vossen ooit in hun leven met vogelgriep in aanraking is geweest.
Zowel de vossen met een actieve infectie als de vossen met antilichamen zijn aangetroffen in perioden waarin het virus ook circuleerde onder wilde vogels in de regio.
Vos als indicatorsoort
Het onderzoek onderstreept het belang van continue surveillance van vogelgriep bij wilde zoogdieren, met name in waterrijke gebieden en in perioden met verhoogde viruscirculatie onder vogels.
Volgens de onderzoekers is de vos een geschikte indicatorsoort voor de monitoring van vogelgriep bij zoogdieren. Het testen van geschoten vossen uit beheer- en schadebestrijding kan waardevolle informatie opleveren voor de surveillance van vogelgriep bij zoogdieren. Virologisch onderzoek wordt daarbij gezien als het meest geschikt voor vroegtijdige signalering (‘early warning’), terwijl serologisch onderzoek inzicht geeft in trends van besmettingen onder vossen.