Veel oplapwerk nodig voor broze habitats en soorten
nieuwsVia het Natuurindicatorenrapport brengt onderzoeksinstituut INBO beleidsmakers op de hoogte omtrent de toestand van de natuur in Vlaanderen. De indicatoren rond de soorten en habitattypes van Europees belang illustreren dat er op lange termijn nog extra inspanningen nodig zijn voor de verbetering van hun staat van instandhouding. De uitgangspositie is niet bepaald gunstig te noemen. Eind 2013 was het met meer dan driekwart van de in Vlaanderen aanwezige habitats en met de helft van de hier aanwezige waardevolle soorten erg slecht gesteld. Daarnaast tonen de indicatoren rond klimaatverandering en uitheemse soorten aan dat een blijvende inzet nodig is om de impact van deze bedreigingen op de biodiversiteit te verminderen.
Het Natuurindicatorenrapport maakt deel uit van de decretaal vastgelegde natuurrapportering door onderzoeksinstituut INBO. De natuurindicatoren geven beknopt feiten en cijfers weer over de natuur en het natuurbeleid in Vlaanderen. Waar mogelijk gebeurt dit via tijdreeksen die weergeven hoe een fenomeen evolueert. Een uitgebreide set aan natuurindicatoren is terug te vinden op de gelijknamige website. Het rapport geeft een overzicht van de belangrijkste indicatoren.
Eén indicator beschrijft de staat van instandhouding van habitattypes van Europees belang. De Europese habitatrichtlijn neemt natuurtypes in bescherming die mondiaal bedreigd zijn en waarvoor Europa een belangrijke rol vervult. De staat van instandhouding van die habitattypes wordt geëvalueerd op basis van vier door Europa vastgelegde criteria: het verspreidingsgebied, de oppervlakte, de kwaliteit en de toekomstverwachtingen.
Eind 2013 bevond meer dan driekwart van de in Vlaanderen aanwezige habitattypes (38 op 47) zich in een zeer ongunstige staat van instandhouding. Daarnaast waren er nog vier habitattypes (9%) in een matig ongunstige staat. Slechts vijf (11%) habitattypes, waaronder een rotsbodemgrasland en een kustduinhabitat, verkeren in goede toestand. Hoewel het met de meeste habitattypes in Vlaanderen helemaal niet goed gesteld is, kenden zeven ervan toch een lichte verbetering ten opzichte van 2007. Een volgende beoordeling van de staat van instandhouding gebeurt in 2019.
Het Vlaamse milieubeleidsplan stelt als langetermijndoelstelling voorop dat de Europees waardevolle habitats die hier voorkomen in een gunstige staat van instandhouding moeten verkeren. Het toekomstplan voor Vlaanderen (Pact 2020) mikt voor de kortere termijn op de inrichting, herbestemming, verbetering of afbakening van voldoende habitat om 70 procent van de Europese instandhoudingsdoelstellingen te realiseren.
Beide doelstellingen gelden behalve voor habitats ook voor soorten van Europees belang. Inzake soorten is de uitgangspositie iets gunstiger. Neemt niet weg dat het eind 2013 met meer dan de helft van de hier aanwezige soorten (34 op 59) zeer slecht gesteld was. Daarnaast hadden nog tien soorten (16%) een matige staat van instandhouding en was van zes soorten (10%) de toestand onbekend. Slechts met negen soorten (15%) gaat het goed: drie kikkers, één vis (bittervoorn) en vijf vleermuizen. In vergelijking met 2007 gingen 14 soorten er op vooruit, maar verslechterde de situatie voor 17 andere soorten.
Het gevaar voor de biodiversiteit komt ook van de klimaatverandering en van uitheemse soorten. In de natuur zijn steeds meer aanwijzingen te vinden van de impact van een opwarmend klimaat. Bij een aantal bomen (o.a. berk) en grassoorten komt de stuifmeelproductie vroeger op gang. Ook de bladontwikkeling van eik en beuk wijzigt. Beide soorten lopen vroeger uit in warme jaren. Hun groeiseizoen verlengt en het is nog onduidelijk wat daarvan de gevolgen zijn. Daarnaast zijn er ‘ruimtelijke verschuivingen’, in de zin dat zuidelijke soorten zich ook in Vlaanderen in hun sas gaan voelen. Als voorbeelden geeft INBO twee libellensoorten die vroeger alleen als zwerver in onze regio werden waargenomen.
Een tweede bedreiging waar het natuuronderzoeksinstituut de nodige aandacht aan besteedt, is het voorkomen van invasieve exoten. Behalve een bedreiging voor inheemse soorten kunnen ze ook een ernstige impact hebben op het functioneren van ecosystemen. Hun aantal neemt toe sinds 1800 en vertoont een exponentiële groei. In het kader van het Europees exotenbeleid werd een internationale signaallijst van problematische soorten opgesteld. In Vlaanderen komen minstens 89 uitheemse soorten voor die op deze signaallijst staan. Minstens 41 daarvan gedragen zich ook echt invasief in de natuur.
Meer info: Natuurindicatorenrapport 2016