nieuws

Tongbestand laat duurzame vangst Vis van het Jaar toe

nieuws
Naar aanleiding van de verkiezing van tong tot Vis van het Jaar geeft het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek tekst en uitleg bij de biologische kenmerken van deze soort en de staat van de tongbestanden waarop de Vlaamse vloot vist. Het dichtst bij onze deur, in de Noordzee, gaat het tamelijk goed met het tongbestand. Totaal onbezorgd klinkt ILVO evenwel niet: “De voorbije jaren zagen we de teruggooipercentages toenemen tot circa 20 procent in 2013. Velen maken zich ook zorgen over de impact die de nieuwe (en efficiëntere) pulsvisserij door Nederlandse vaartuigen heeft op dit bestand.”
24 juni 2014  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:26
Lees meer over:

Naar aanleiding van de verkiezing van tong tot Vis van het Jaar geeft het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek tekst en uitleg bij de biologische kenmerken van deze soort en de staat van de tongbestanden waarop de Vlaamse vloot vist. Het dichtst bij onze deur, in de Noordzee, gaat het tamelijk goed met het tongbestand. Totaal onbezorgd klinkt ILVO evenwel niet: “De voorbije jaren zagen we de teruggooipercentages toenemen tot circa 20 procent in 2013. Velen maken zich ook zorgen over de impact die de nieuwe (en efficiëntere) pulsvisserij door Nederlandse vaartuigen heeft op dit bestand.”

De tong is bij ons ongetwijfeld één van de best bekende platvissen. Volwassen tongen kunnen tot ongeveer 70 cm lang worden en dan tot 3,5 kg wegen en meer dan 20 jaar oud zijn. Exemplaren van meer dan 30 tot 50 cm worden echter niet vaak meer aangetroffen. “Gelukkig zijn tongen van 30 cm (3 tot 4 jaar oud) doorgaans al seksueel volwassen, en hebben ze reeds een bijdrage geleverd aan het voortbestaan van hun populaties”, vertelt ILVO-onderzoeker Kelle Moreau.

Tong verkiest zandige en modderige bodems. Hier kunnen ze zich ingraven en biedt hun kleur hen maximale bescherming. De jongere levensstadia bevinden zich doorgaans in ondiepere zones dichter bij de kust, en naarmate ze ouder worden migreren ze naar steeds diepere gebieden. Ook ’s winters worden diepere zones verkozen, tot circa 150 meter diep. Tijdens het paaiseizoen (april-mei) komen de volwassen vissen samen op vaste paaiplaatsen in ondiepere zones langsheen de kusten, de rest van het jaar leven ze in principe solitair. Per vrouwtje kunnen ze tot 150.000 eieren per jaar produceren, maar het reproductief succes kan zeer sterk verschillen van jaar tot jaar.

Het verspreidingsgebied loopt van het zuiden van Noorwegen en het westen van de Baltische Zee langsheen alle West-Europese kusten tot Senegal en de Kaapverdische Eilanden in het zuiden. Ook in de Middellandse Zee en het zuidwesten van de Zwarte Zee wordt de soort aangetroffen. Binnen de visgronden die onze vloot aandoet, worden zes afzonderlijke bestanden van tong onderscheiden: de Noordzee, het Oostelijk Engels Kanaal, het Westelijk Engels Kanaal, de Keltische Zee, de Ierse Zee en de Golf van Biskaje.

In recente jaren kwam de grootste aanvoer uit het Oostelijk Engels Kanaal (circa 33% in 2013), gevolgd door de Keltische Zee (circa 28% in 2013) en de Noordzee (circa 24% in 2013). De Vlaamse vissers die tong vangen, doen dat voornamelijk binnen een gemengde visserij op schol en tong met een minimum maaswijdte van veelal 80 mm. Tongen korter dan 24 cm worden niet zo veel gevangen. Bijgevolg hoeft er weinig ondermaatse tong (veelal dood of beschadigd) terug in zee te worden gegooid.

Moreau raamt de gemiddelde teruggooi van tong door de Vlaamse vloot op 5 à 10 procent. De bodemsleepnetten waarmee de meeste vaartuigen werken, zijn niet selectief zodat er natuurlijk ook ongewenste bijvangst is van andere soorten. “Hieraan wordt gewerkt”, aldus de ILVO-onderzoeker, die verwijst naar het convenant waarin Rederscentrale, Vlaamse overheid, ILVO en Natuurpunt zich engageren voor de verduurzaming van de vloot.

Een belangrijke voorwaarde voor een duurzame visserij zijn visbestanden die zich in een gezonde biologische toestand bevinden. Moreau verduidelijkt: “Er moet meer vis aanwezig zijn dan de hoeveelheid die minimaal nodig is opdat de populatie zichzelf in stand kan houden. Enkel dan kan een ‘overschot’ op duurzame wijze geoogst worden.” Voor de zes tongbestanden van de Vlaamse visserij ziet dat er redelijk goed uit. Met uitzondering van het tongbestand in de Ierse Zee is de volwassen populatie tong voldoende groot op de verschillende plekken waar er gevist wordt. Dat maakt een duurzame exploitatie mogelijk.

Bron: ILVO

Beeld: VLAM

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek