Textielgrondstoffen ondervinden prijshausse
nieuwsEen verminderd aanbod als gevolg van de crisis, een herstellende vraag en voor een deel speculatie, dat zijn de factoren die aan de basis liggen van de spectaculaire prijsstijging van zowel natuurlijke als synthetische textielgrondstoffen. Enkel vlas lijkt de prijsstijging van de andere textielgrondstoffen niet te volgen. Dat staat te lezen in het informatieblad van het Belgisch Vlasverbond.
De prijsstijging voor textielgrondstoffen gaat in het geval van wol tot 65 procent, wat verregaande gevolgen kan hebben voor de verwerkers. Spinners en wevers zijn immers al verzwakt uit de crisis gekomen en zijn niet zeker dat zij hun duurdere aankopen kunnen doorrekenen in hun eigen verkoopprijzen. Bovendien dreigen sommige grondstoffen schaars te worden. Zo koopt China 70 procent van de Australische wol en is zij bezig de markt droog te leggen.
De oorzaak van de plotse prijsstijging is een combinatie van een verminderd aanbod en een herstellende vraag. Veel vezelproducenten hadden hun productiecapaciteit al jaren terug, en vooral tijdens het crisisjaar 2009, verminderd. Anderzijds toont het verbruik een snelle herneming van de kledingproductie in zones zoals Azië en de grote groeilanden in het algemeen. Door hun productie op te drijven, willen kledingfabrikanten een antwoord bieden op het stijgende verbruik op de lokale markten enerzijds en de groeiende export anderzijds.
Sommige waarnemers relativeren de recente prijshausse door te wijzen op de enorme daling van de grondstoffenprijzen die eraan voorafging. De wereldwijde economische crisis maakte dat eind 2008 vooral de synthetische vezels een scherpe prijsval kenden van gemiddeld 40 procent.
De prijsstijgingen van synthetische vezels zullen afnemers niet doen overschakelen op natuurlijke vezels want ook de katoen- en wolprijzen zitten de laatste tijd duidelijk in de lift. De oorzaken zijn dezelfde als bij de synthetische vezels, met name een verminderde productie enerzijds en een hernemende vraag anderzijds.
Katoen is de laatste zes maanden 20 à 25 procent duurder geworden en vergeleken met januari 2009 bedraagt de prijsstijging zelfs 44 procent. Door de recente verzwakking van de euro tegenover de dollar laat de prijsstijging voor ruw katoen zich dubbel voelen. Katoen kost vandaag meer dan 1,40 euro per kg, tegenover 85 eurocent een jaar terug.
De verhoogde vraagvooruitzichten vallen samen met een sterk verminderde productie, gedeeltelijk veroorzaakt door tegenvallende weersomstandigheden, maar ook door katoenboeren die een deel van hun areaal overschakelen op andere, meer rendabele teelten. Alle belangrijke productieregio's (China, VS, Brazilië, West-Afrika) worden met dit fenomeen geconfronteerd.
Ook wol (slechts 2 procent van de vezelproductie in de wereld, tegenover 34 procent voor katoen) heeft te maken met een vermindering van het aanbod. Aan de basis daarvan ligt een inkrimping van het schapenbestand in Australië, de belangrijkste producent van wol in de wereld. Door de verminderde vraag naar kleding besloten veel schapenboeren om een deel van hun schapen te slachten en het vlees te verkopen. Ook de droogte had een nefaste invloed op het aanbod. Daartegenover stond de herneming van de Chinese vraag, met een sterke stijging van de wolprijzen tot gevolg.
Sinds begin dit jaar is wol circa 20 procent duurder geworden en in vergelijking met januari 2009 bedraagt de stijging zelfs 65 procent. Wol staat daarmee terug op zijn peil van vóór de financieel-economische crisis en is slechts een boogscheut verwijderd van zijn topnotering in januari 2008.
Vlasvezel is één van de schaarse uitzonderingen die tot nu toe nauwelijks in prijs is gestegen. Toch lijken ook voor vlas alle voorwaarden voorhanden om een prijsherstel te verantwoorden. Zo zijn de weersomstandigheden van de jongste weken niet ideaal voor de vlasteelt en het Belgisch Vlasverbond verwacht dit jaar dan ook een oogst die kleiner uitvalt dan die van vorig jaar. Bovendien is er in West-Europa vijf procent minder vlas uitgezaaid dan in 2009.
Als de grondstoffenprijzen blijven stijgen, zullen uiteindelijk ook de afgewerkte textiel- en kledingproducten duurder moeten worden en dat niet alleen in Europa, maar ook in de rest van de wereld. Het aandeel van de grondstof in de kostprijs van een kledingstuk bedraagt gemiddeld circa 20 procent. Sommige waarnemers geloven echter niet dat kledij echt duurder zal worden. De kledingmarkt is immers een bijzonder concurrentiële markt, waar het element prijs van doorslaggevend belang is. De marges bij de verwerkende industrie zullen hierdoor nog meer onder druk komen te staan.
Bron: eigen verslaggeving