nieuws

Stakeholders debatteren op jubileumviering Inagro

nieuws
Op de jubileumviering van 60 jaar onderzoek en voorlichting in Beitem afgelopen week werden een aantal afgevaardigden van de sector op het podium geroepen. Na een inleiding door voorzitter Naeyaert en afgevaardigd bestuurder Demeulemeester, mochten zij hun zegje doen over ecologie, technologie, ondernemerschap en voorlichting. Elk debat werd ingeleid door een video, waarin werknemers van vroeger en nu over de thema’s en de evolutie ervan getuigden.
14 maart 2016  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:26
Lees meer over:

Op de jubileumviering van 60 jaar onderzoek en voorlichting in Beitem afgelopen week werden een aantal afgevaardigden van de sector op het podium geroepen. Na een inleiding door voorzitter Naeyaert en afgevaardigd bestuurder Demeulemeester, mochten zij hun zegje doen over ecologie, technologie, ondernemerschap en voorlichting. Elk debat werd ingeleid door een video, waarin werknemers van vroeger en nu over de thema’s en de evolutie ervan getuigden.

In het gesprek over ecologie kwamen Bart Naeyaert, Nico Bogaert (afdelingshoofd VLM Regio West), Guido Lammerant (akkerbouwer) en Renaat Devreese (geitenhouder) aan het woord. “Er is al een lange weg afgelegd op vlak van milieubewustzijn. Het is intussen bij alle land- en tuinbouwers goed doorgedrongen”, stak Lammerant van wal. Bogaert beaamde dit, en voegde eraan toe dat de wetgeving rond ecologie, zoals de mestwetgeving, dan ook veel invloed heeft op de bedrijven. Volgens hem verloopt de samenwerking tussen de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) of de Mestbank en de land- en tuinbouwers goed, met voldoende ruimte voor overleg en vrijheid. Iets wat lammerant meteen nuanceerde. “Als mijn zoon op de boerderij een hele dag doet wat ik zeg, dan heb ik op het einde van de dag het gevoel dat we goed hebben samengewerkt. Maar hij zal dat anders ervaren”, zei hij om het verschil in perceptie tussen VLM en de land- en tuinbouwers te duiden.

Ook Devreese was van mening dat de boer meer vertrouwen moet krijgen, en benadrukte het belang van rechtszekerheid op vlak van milieuwetgeving. Daarbij verwees hij naar de oranje PAS-brief die hij in de bus kreeg, een gevolg van natuur die hij zelf vrijwillig in de buurt van zijn boerderij heeft gecreëerd. Naeyaert ten slotte zei dat er soms te veel regels worden gemaakt, en dat dit niet altijd het doel van een wet ten goede komt. “Soms zou beter het doel worden gespecifieerd, maar het pad er naar toe wat vrijer worden gelaten.”

Het gesprek over technologie werd gevoerd tussen Greet Ghekiere (directie Inagro), Thomas Hoeterickx (productmanager Smart Farming bij Hilaire Vanderhaeghe), Jan Deconinck (wortelteler), Jurgen Vangeyte (ILVO) en Pieter-Jan Maenhout (ontwikkelaar precisielandbouw CNH). Concreet ging het over smart farming en het belang van goede software om de grote toevloed aan data te kunnen interpreteren. Deconinck getuigde als teler over zijn ervaringen met sensoren. “Het laat je toe op de juiste plaats de juiste maatregelen te nemen”, klonk het tevreden. Hij ging zelfs een stapje verder door te zeggen dat zijn voeling met de bodem en het veld er door smart farming op vooruit in plaats van achteruit is gegaan, een vrees die bij sommige land- en tuinbouwers leeft.

Zijn gesprekspartners beaamden het potentieel van smart farming, maar waarschuwden tegelijkertijd voor het belang aan inzicht bij de boer zelf. “De teler moet nog steeds weten hoe hij de data moet interpreteren. Voor ons als dienstverleners ligt in de begeleiding hiervan een belangrijke rol weggelegd ”, stelde Ghekiere. “Technologie is uiteindelijk maar een hulpmiddel”, zei ook Maenhout. “De boer heeft nog steeds de touwtjes in handen.”

In het derde debat kwamen Paul Demyttenaere (REO Veiling), Bernard Haspeslagh (ARDO), Johan Deweer (melkveehouder en kaasmaker) en Georges Van Keerberghen (Boerenbond) praten over ondernemerschap en het belang van flexibiliteit. “In het verleden heeft Vlaanderen te veel gefocust op kostenefficiënte bulkproductie. Vandaag is productdifferentiatie het modewoord. We moeten evolueren naar een sector met enerzijds bedrijven die zich op nichemarkten richten en anderzijds bedrijven die doordacht groeien. Want één oplossing die werkt voor alle bedrijven, bestaat niet”, zei Van Keerberghen.

Demyttenaere reageerde dat hij niet houdt van de termen bulk versus niche, en stelde dat beide uiteindelijk om hetzelfde draaien: wat wil de markt? Volgens Haspeslagh is dat duidelijk: een goede prijs en kwaliteit, maar ook smaak, gezondheid en duurzame productie. Die laatste ‘niet-zichtbare kwaliteitsaspecten’ worden volgens hem bovendien belangrijker. Deweer ten slotte getuigde over zijn ervaringen als korteketenboer. “Het is een avontuur, het vergt vaardigheden die een boer normaal niet nodig heeft. Maar voor mij is het een positief verhaal”, klonk het. En dat anderen kiezen voor groei in plaats van verbreding, is volgens hem een pluspunt. “Het creëert meer ruimte voor de kleintjes eronder”, klonk het.

In het vierde en laatste debat lieten Elke Deraedt (melkveehoudster), Elien Vancaysele (kenniscoöperaties Inagro), Marleen Mertens (beleidsadviseur Vlaamse overheid) en Hendrik Vandamme (voorzitter ABS) hun licht schijnen over de toekomst van voorlichting, en welke vorm die in de 21ste eeuw moet aannemen. Ze zijn het erover eens dat persoonlijke voorlichting belangrijk blijft, ondanks het feit dat de tijdsdruk op de boerderijen toeneemt. “Op studiedagen bijvoorbeeld krijgen land- en tuinbouwers de expertise van verschillende instanties te horen, en dat is interessant. Bovendien ontstaat zo interactie: als beleidsmakers horen wij op zo’n dagen hoe de boer erover denkt, en omgekeerd”, zei Mertens.

Vancaysele beaamde dat lerend netwerken en ervaringen delen belangrijk is, uit haar ervaring met de kennisplatformen in het kader van de Varkensacademie. Deraedt voegde toe dat daarnaast adviseurs belangrijk zijn, die objectieve informatie verlenen. “Dankzij hun expertise, eventueel tegen betaling, kan je het overzicht bewaren”. Vandamme ten slotte sloot zich daar uitdrukkelijk bij aan. “Voorlichting en objectieve informatie, bijvoorbeeld vanuit de proefcentra, blijven van cruciaal belang.”

Op de jubileumviering werd verder stilgestaan bij de evolutie van het onderzoek en de voorlichting op de site in Beitem sinds 1956. Inagro organiseert naar aanleiding hiervan nog enkele activiteiten. Meer daarover vind je op de website.   

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek