nieuws

Sensibilisering fytogebruikers is werk van lange adem

nieuws
Metingen door de Vlaamse Milieumaatschappij wijzen uit dat pesticiden en hun afbraakproducten nog altijd voor een significante belasting van het oppervlaktewater zorgen. De bestrijdingsmiddelen die particulieren en overheden gebruiken en de gewasbeschermingsmiddelen die in de gangbare landbouw ingezet worden, komen dus in het water terecht terwijl ze daar niet thuishoren. We klopten bij Phytofar, de beroepsvereniging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, aan omdat één en ander tegenstrijdig lijkt. Waarom is het van de markt verdwijnen van de meest milieuschadelijke middelen en de sensibilisering van gebruikers niet zichtbaarder in de meetresultaten? Op deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag bestaat geen simpel antwoord. Het heeft onder meer te maken met de trage doorbraak van systemen die puntvervuiling op het erf uitsluiten en met verbeterpunten die er bij (een groep) gebruikers nog zijn. Verfijnde detectiemethodes zijn ook een deel van de verklaring.
29 september 2015  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:23

Metingen door de Vlaamse Milieumaatschappij wijzen uit dat pesticiden en hun afbraakproducten nog altijd voor een significante belasting van het oppervlaktewater zorgen. De bestrijdingsmiddelen die particulieren en overheden gebruiken en de gewasbeschermingsmiddelen die in de gangbare landbouw ingezet worden, komen dus in het water terecht terwijl ze daar niet thuishoren. We klopten bij Phytofar, de beroepsvereniging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, aan omdat één en ander tegenstrijdig lijkt. Waarom is het van de markt verdwijnen van de meest milieuschadelijke middelen en de sensibilisering van gebruikers niet zichtbaarder in de meetresultaten? Op deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag bestaat geen simpel antwoord. Het heeft onder meer te maken met de trage doorbraak van systemen die puntvervuiling op het erf uitsluiten en met verbeterpunten die er bij (een groep) gebruikers nog zijn. Verfijnde detectiemethodes zijn ook een deel van de verklaring.

Chemische bestrijdingsmiddelen worden ingezet tegen onkruiden, insecten en plantenziekten en hebben professionelen (landbouwers, openbare besturen, tuinaannemers, enz.) én particulieren als gebruikers. Door drift en afspoeling komen ze in het oppervlaktewater terecht, waar ze schadelijk kunnen zijn voor het milieu omdat ze het waterleven aantasten. Zich bewust van dat risico meet de Vlaamse Milieumaatschappij al 20 jaar het voorkomen van pesticidenrestanten in het oppervlaktewater. Van een groot deel van de pesticiden wordt niets teruggevonden in het water, wat een prestatie mag heten gelet op de zeer nauwkeurige detectiemethodes. Anderzijds zorgde een beperkt aantal actieve stoffen voor heel wat normoverschrijdingen in 2014. De resultaten van de meest recente meetcampagne zijn dus niet geruststellend.

Met het VMM-rapport onder de arm trokken we naar Phytofar, de belangenverdediger van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie in ons land. Terwijl een vaak geconsulteerd naslagwerk als het Landbouwrapport leert dat de milieudruk door gewasbeschermingsmiddelen op het waterleven daalt (Seq+-index), blijkt dat veel minder duidelijk uit de meetresultaten van VMM. “Hun rapport geeft eerder een momentopname dan een evolutie weer”, reageert Sofie Vergucht namens de leden-fabrikanten van Phytofar. “Het VMM-rapport laat niet echt toe om conclusies te trekken omtrent de evolutie van het aantal probleemlocaties en overschrijdingen. Twee tabellen helpen daar weliswaar een beetje bij. De eerste laat zien dat de concentratie in het oppervlaktewater van inmiddels niet meer toegelaten actieve stoffen daalt. Voor de gewasbeschermingsmiddelen die vandaag op de markt zijn, is dit variabel. Sommige stoffen worden minder vaak aangetroffen terwijl andere constante meetwaarden vertonen.”

De fabrikanten maken zich sterk dat er op een aantal meetpunten van VMM een positieve evolutie merkbaar is. Vergucht: “Veelal zijn dit plaatsen waar demoprojecten lopen en waar door verschillende partners (landbouworganisaties, proefcentra,…) sterk wordt ingezet op sensibilisering, informatie en opvolging.” Als voorbeelden noemt ze de TOPPS-projecten die landbouwers sensibiliseren rond puntvervuiling en de PROWADIS-projecten rond drift, erosie en afspoeling. Een andere actie is het promoten van driftreducerende spuitdoppen, waar de laatste jaren in de fruitteelt sterk op ingezet is. Het West-Vlaamse praktijkcentrum Inagro en het Proefcentrum Fruitteelt in het Limburgse Kerkom hebben intensief meegewerkt aan deze projecten. Voor veel landbouwers is het nu duidelijker hoe ze puntvervuiling kunnen vermijden en hoe ze drift en afspoeling kunnen reduceren. Op andere plaatsen zijn de meetresultaten minder goed. “Daar is ruimte voor verbetering”, erkent Phytofar, “en daar zal de komende jaren aan gewerkt worden. Stewardship is iets waar de fabrikanten blijven op inzetten.”

Sensibilisering van de gebruikers is voor de fabrikanten de enige manier om er voor te zorgen dat de middelen die zij op de markt brengen geen kort leven beschoren zijn door foutief gebruik. De industrie neemt die rol bijgevolg spontaan op, maar zou daarin graag beter ondersteund worden door de bevoegde overheden. Sofie Vergucht verduidelijkt: “Wij betreuren dat door een gebrek aan harmonisatie van regelgeving in de EU systemen gefnuikt worden die op een heel efficiënte en praktisch haalbare manier een oplossing bieden voor puntvervuiling.” Als het van Phytofar afhangt, dan vinden systemen zoals de biofilter, fytobak en heliosec snel(ler) ingang want een doorbraak laat op zich wachten. Die technieken zijn nochtans zeer effectief in het voorkomen van puntvervuiling op het erf.

Vandaag zijn het wegvloeien van restanten spuitvloeistof en een ondoordachte reinigingsmethode van het spuittoestel belangrijke oorzaken van waterverontreiniging. Het toeval wil dat de Vlaamse overheid een aantal workshops gaat organiseren waar land- en tuinbouwers in groep een ‘biofilter-bouwpakket’ kunnen kopen en met de hulp van ervaren mensen de verschillende eenheden gebruiksklaar kunnen maken. Landbouwers kunnen hun belangstelling voor zo’n doe-het-zelf-cursus kenbaar maken bij het praktijkcentrum in hun buurt.

Om de verantwoordelijkheid niet alleen bij de gebruiker te leggen, zijn nieuwe gewasbeschermingsmiddelen die op de markt komen meestal minder milieuschadelijk dan hun voorgangers. Tezelfdertijd wordt het bestaande gamma actieve stoffen met de regelmaat van de klok kritisch onder de loep genomen door de overheid. Als gevolg daarvan worden producterkenningen ingetrokken of aangepast, waarvan landbouwers en andere gebruikers op de hoogte worden gebracht via Fytoweb.

Waarom die ingrepen zich niet sterker vertalen in goede meetresultaten in het oppervlaktewater heeft een aantal verklaringen. Phytofar: “Voor een aantal actieve stoffen zijn de normen de laatste jaren strenger geworden, en ook de detectiemethodes zijn sterk verfijnd. Zo meet men nu in nanogram, zo maar eventjes een miljardste van een gram. Aangezien er naar meer actieve stoffen gezocht wordt en er nauwkeuriger gemeten en gedetecteerd wordt dan vroeger, heeft dit ook een invloed op wat er gevonden wordt.” Daarnaast verschillen de normen per land en zelfs per regio, Vlaanderen versus Wallonië. Daardoor is het volgens Phytofar moeilijk om regio’s of landen te vergelijken. “Vlaanderen telt inderdaad een aantal overschrijdingen maar de gehanteerde normen zijn bij ons meestal (maar niet altijd) strenger dan in andere landen of regio’s. Zo heb je logischerwijs meer overschrijdingen. Wij pleiten dan ook voor een harmonisatie van de normen.”

Phytofar wenst tot slot nog te benadrukken dat sensibilisering werkt en de verschillende stakeholders (landbouworganisaties, proefcentra, distributie,…) daaraan meewerken. “Dergelijke sensibilisatiecampagnes zijn vaak specifiek en toegespitst op een bepaalde regio. Het is niet evident om alle gebruikers in gans België intensief te sensibiliseren. Er zijn heel veel land- en tuinbouwers die de goede praktijken toepassen, maar we zullen de boodschap blijven herhalen want het is onze doelstelling dat álle land- en tuinbouwers, en bij uitbreiding alle gebruikers van onze producten, de goede praktijken kennen en naleven. We zullen ook overleggen met alle betrokken partijen en met VMM om samen te kijken hoe we de concentraties gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater kunnen verminderen en hoe we de omslag van advies naar effectieve implementatie van maatregelen kunnen bewerkstelligen.”

Vermeldenswaardig in dit verband is de fytolicentie die eind november verplicht wordt voor alle professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Eind augustus verstreek de deadline voor het aanvragen van een licentie op basis van ervaring. Gebruikers die nu een fytolicentie aanvragen moeten eerst slagen voor een examen. En de grote groep die over een fytolicentie beschikt op basis van ervaring wordt verplicht om zich continu bij te scholen om de geldigheidsduur ervan te verlengen. Zo wil de overheid garanderen dat professionelen op de hoogte blijven van nieuwe evoluties op vlak van gewasbescherming. Als sensibilisering kunnen verplichte opleidingen natuurlijk wel tellen.

Vanaf 25 november 2015 moeten alle gebruikers over een fytolicentie beschikken, maar het is nog te vroeg om in 2015 al een effect te verwachten op de residumetingen in oppervlaktewater. De verplichte opleidingen gaan immers pas volgend jaar van start. Voor particulieren komt er geen fytolicentie hoewel ‘huis-en-tuingebruik’ van bestrijdingsmiddelen net zo goed kan zorgen voor afspoeling naar het oppervlaktewater. In de verkoop aan particulieren zijn daarom de verpakkingen en de formuleringen gewijzigd. Fabrikanten gaan bijvoorbeeld zelf de actieve stof al verdunnen, de zogenaamde ready-to-use producten, zodat de gebruiker daar niet mee kan missen. Particulieren zullen eveneens gericht advies krijgen van de verkopers in de winkels die over een fytolicentie beschikken, en kunnen extra informatie over een correct gebruik inwinnen via een gespecialiseerde website en een gratis telefoonnummer waar experten hun vragen zullen beantwoorden. Aan de website en de ‘expertenhulplijn’ wordt nog volop gewerkt.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek