Schauvliege wil boeren in Vlaamse Rand ondersteunen
nieuwsVlaams minister van Landbouw, Natuur en Omgeving Joke Schauvliege acht het opportuun dat er een multidisciplinair team komt om de landbouw in de Vlaamse rand rond Brussel te ondersteunen. Dit team moet bijvoorbeeld ruilverkavelingen begeleiden, maar ook samenwerking tussen landbouwers inzake afzet en korte keten bevorderen. Dat zei de minister in de commissie Landbouw naar aanleiding van een aantal parlementaire vragen die volgden op een VLM-studie over landbouw in de Vlaamse Rand.
Een tweetal weken geleden lichtte de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een rapport toe over landbouw in de Vlaamse Rand. De bedoeling van deze studie was de landbouw in deze regio in kaart brengen en bekijken wat de toekomstplannen, kansen en uitdagingen zijn van de landbouwers in de rand rond Brussel. De studie heeft ook in kaart gebracht wat de gevolgen zijn van mogelijke bestemmingswijzigingen, want momenteel wordt er werk gemaakt van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor het Vlaams Strategisch Gebied rond Brussel (VSGB).
“De conclusie van de studie is dat de Vlaamse Rand nog altijd beschikt over een dynamische en diverse landbouwsector. In 2013 telden de 19 gemeenten van de Vlaamse Rand nog meer dan 17.000 hectare geregistreerde landbouwgrond. Die wordt bewerkt door 1.072 bedrijven. Die bedrijven zijn erg divers: veel akkerbouw en rundveehouderij, maar ook veel tuinbouw en paarden-, varkens- en pluimveehouderij”, vat Schauvliege het rapport samen.
Specifieke problemen voor landbouwers in de rand zijn onder meer de hoge gronddruk, hoge grondprijzen, moeilijke mobiliteitssituatie, de grote versnippering van de percelen en onbegrip van omwonenden. Voordelen zijn de centrale ligging en de aanwezigheid van een belangrijke afzetmarkt, meer bepaald Brussel. De landbouwers in de Vlaamse Rand verwachten van de overheid dat er juridische zekerheid wordt verschaft en dat er een flankerend beleid wordt uitgewerkt wanneer ze getroffen worden door bestemmingswijzigingen. Tegelijk vragen ze een betere informatiedoorstroming en willen ze dat de Vlaamse en de Brusselse overheden beter afstemmen met elkaar.
De Vlaamse parlementsleden Michel Doomst (CD&V) en Bart Nevens (N-VA) stelden de minister de vraag in welke mate ze gaat rekening houden met de aanbevelingen uit de studie. “Zoals de studie zelf ook aangeeft, zijn er al wat initiatieven genomen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die gericht zijn op een meer duurzame en lokale voedselproductie”, zei Schauvliege. “De contacten met het Brusselse Gewest hadden onder meer betrekking op deze studie en op de studie ‘Richtplan Neerpede’.” De minister gaf ook aan dat er eveneens wordt onderzocht hoe een meer structurele samenwerking tussen VLM, het Departement Landbouw en Visserij en de diensten in Brussel tot stand kan komen.
Schauvliege is van mening dat op korte termijn zowel VLM als Ruimte Vlaanderen een aantal initiatieven kunnen nemen om de gevolgen van het RUP Vlaams Strategisch Gebied rond Brussel op te vangen. “Daarbij denk ik aan een flankerend beleid op maat van elk bedrijf dat getroffen is door dit RUP en aan regelmatig overleg met de Brusselse actoren. Binnen de Vlaamse regering zal ik bepleiten dat de nodige financiering wordt voorzien voor ondersteunende maatregelen.” In 2012 heeft de regering aan VLM al de opdracht gegeven om 2,5 miljoen euro te reserveren voor de aankoop van gronden in de Vlaamse Rand.
Op lange termijn ziet de minister heil in acties zoals een herbevestiging van agrarisch gebied of een kmo-zone voor de korte keten. “Ook minister Ben Weyts heeft mij laten weten dat de landinrichtingsprojecten die lopend zijn in de Rand, moeten worden voortgezet als flankerend beleid”, stelt Schauvliege. Op middellange termijn is er volgens haar nood aan een multidisciplinair team ‘Landbouw in de Rand’ om bijvoorbeeld bij ruilverkavelingen stand-by te zijn, maar ook om samenwerking tussen landbouwers inzake korte keten en afzet te bevorderen.
In het rapport spreekt men over een loket dat aansluit bij de specifieke situatie van de Vlaamse Rand waar landbouwers met hun vragen terecht kunnen. “Er bestaat al een ‘Steunpunt Hoeveproducten’ voor landbouwers, ter ondersteuning van korte ketenproducenten. Maar ik ben ervan overtuigd dat een lokaal loket beter de vragen zou kunnen opvangen van de landbouwers in de Vlaamse Rand. Omgekeerd weten potentiële klanten niet welk aanbod er is. Een lokaal loket zou vraag en aanbod kunnen samenbrengen. We zullen onderzoeken of er binnen het Steunpunt Hoeveproducten een expert zou kunnen zijn die Brussel en de Vlaamse Rand heel goed kent, maar zoiets gebeurt best in overleg met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.”