nieuws

Rekenhof legt pijnpunten aquacultuursector bloot

nieuws
De aquacultuursector geraakt maar moeilijk van de grond in Vlaanderen. Op vraag van de Vlaamse overheid onderzocht het Rekenhof de sector om na te gaan of er plausibele verklaringen zijn voor de zwakke ontwikkeling van de sector. Het Rekenhof ziet vooral het gebrek aan ruimte en water, de complexiteit van de regelgeving, de kennislacunes en het financiële risico als de belangrijkste oorzaken.
18 december 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:24
Lees meer over:

De aquacultuursector geraakt maar moeilijk van de grond in Vlaanderen. Op vraag van de Vlaamse overheid onderzocht het Rekenhof de sector om na te gaan of er plausibele verklaringen zijn voor de zwakke ontwikkeling van de sector. Het Rekenhof ziet vooral het gebrek aan ruimte en water, de complexiteit van de regelgeving, de kennislacunes en het financiële risico als de belangrijkste oorzaken.

In tegenstelling tot de visserij gaat het bij aquacultuur om het kweken van vissen, schaaldieren en schelpen om ze te verkopen. Een duurzame aquacultuur kan een bijdrage leveren aan de oplossing van de overbevissing bij een stijgende bevolking. Wereldwijd steeg de aquacultuurproductie de laatste tien jaar, maar niet in Europa en al helemaal niet in België, waar de al beperkte productie verder verzwakt.

De Vlaamse aquacultuursector is heel klein. Er zijn nauwelijks bedrijven die vis of schaaldieren produceren voor menselijke consumptie. De meest recente cijfers die voorhanden zijn, dateren van 2011 en spreken van een Belgische productie van 49 ton. Volgens het Operationeel programma in uitvoering van het Nationaal Strategisch Plan voor de Belgische visserijsector voor 2007-2013 was het nochtans de bedoeling om 3.000 ton te produceren tegen 2010 en 4.500 ton tegen 2015. Voor Vlaanderen zijn er geen aparte doelstellingen vooropgesteld.

De Europese Unie ondersteunt aquacultuur via het Europees Visserijfonds. In Vlaanderen wordt de sector gesteund via het Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en aquacultuursector. Tot nu toe werden maar twee subsidievragen ingediend voor investeringssteun aan bedrijven – die nog niet geleid hebben tot uitbetaling – en er werden vier projecten gesubsidieerd die gericht zijn op wetenschappelijk onderzoek.

Volgens het Rekenhof kampt de aquacultuur in Vlaanderen deels met de problemen die zich ook in andere Europese landen stellen. “De kandidaat-ondernemer moet bereid zijn een groot financieel risico te nemen. Hij moet fors investeren, terwijl het risico op mislukking door ziekte of sterfte van de dieren, zeker de eerste jaren, aanzienlijk is. Ook de inkomsten kunnen zwaar onder druk komen door de internationale concurrentie waar aan lagere kosten wordt geproduceerd”, luidt de analyse.

Het Rekenhof wijst ook op de complexe regelgeving. “Wie wil ondernemen in de aquacultuursector moet zijn weg vinden in de regels op vlak van ruimtelijke ordening, milieu, voedselveiligheid, enz., en de nodige vergunning bekomen”, klinkt het. Omdat de sector zo klein is, zijn er ook heel wat kennislacunes. Het zorgt er bijvoorbeeld ook voor dat de kweker afhankelijk blijft van derden voor nieuw kweekmateriaal of dat het productieproces risicovol verloopt door ziekte of sterfte of dat kosten zoals voor voeder of energie niet geoptimaliseerd kunnen worden.

Ook het minder gunstig fysisch milieu voor aquacultuur, vooral het gebrek aan water van geschikte kwaliteit en de beperkte mogelijkheden voor aquacultuur in open zee wegens een klein, drukbezet en fysisch minder gunstig zeegebied, verhogen de complexiteit en prijs van de productie. “Een aquacultuurbedrijf opstarten in Vlaanderen is dus geen gemakkelijke opgave. Wel kan een kandidaat-ondernemer rekenen op de hoogstaande knowhow en begeleiding van verschillende onderzoeksinstellingen en op financiële ondersteuning van Vlaanderen en Europa”, luidt de conclusie van het Rekenhof.

Op basis van de bevindingen heeft het Rekenhof een aantal aanbevelingen geformuleerd voor de Vlaamse regering die de ontwikkeling van aquacultuur kunnen faciliteren. In de eerste plaats moet er een specifiek Vlaams beleidsplan voor aquacultuur worden ontwikkeld, in nauw overleg met de sector. Daarin moeten ook doelstellingen en indicatoren worden geformuleerd. Daarnaast moet de Vlaamse regering lokale overheen stimuleren om bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen de inplanting van aquacultuurbedrijven niet uit te sluiten en eventueel er zelfs speciale zones voor te voorzien.

Tegelijk moet Vlaanderen ook steun blijven verlenen aan de verbetering van de kennis door wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek te ondersteunen. Vooral onderzoek naar waterzuinige productiesystemen verdient aandacht. Potentiële starters moeten begeleid worden op technisch, financieel en juridisch vlak. Om het financiële risico voor kandidaat-ondernemers te beperken, moet Vlaanderen subsidies of waarborgen blijven verlenen, conform de Europese regelgeving. Tot slot adviseert het Rekenhof ook om de netwerking in de aquacultuursector te blijven ondersteunen zodat de sector efficiënt kennis kan uitwisselen en meer visibiliteit kan ontwikkelen.

Meer informatie: Aquacultuur in Vlaanderen

Bron: Eigen verslaggeving/Belga

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek