nieuws

"Ramp dreigt als exoten Afrikaanse veerassen vervangen"

nieuws
Het aantal verschillende veerassen in Afrika neemt zienderogen af. Met de invoer van exotische rassen of het inkruisen van dergelijke genetica in lokale veerassen wordt op korte termijn de productie verhoogd, maar op lange termijn dreigt een ramp, waarschuwen specialisten van het International Livestock Research Institute.
10 september 2010  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:12

Het aantal verschillende veerassen in Afrika neemt zienderogen af. Met de invoer van exotische rassen of het inkruisen van dergelijke genetica in lokale veerassen wordt op korte termijn de productie verhoogd, maar op lange termijn dreigt een ramp, waarschuwen specialisten van het International Livestock Research Institute (ILRI) tijdens een congres voor Afrikaanse landbouwwetenschappers.

Experts van ILRI constateren dat het aanpassingsvermogen van Afrikaanse veehouders heel gering is, zolang ze niet de financiële middelen hebben om met behulp van fokkerij hun vee te versterken. ILRI ziet te vaak dat er pogingen worden gedaan de productiviteit van het vee te verbeteren door de inheemse rassen te vervangen door op productiecijfers gefokte ingevoerde dieren, die op lange termijn de lokale omstandigheden niet aankunnen. Bovendien hebben ingevoerde dieren vaak meer verzorging nodig dan de robuuste inheemse rassen.

"Het Afrikaanse vee behoort tot het veerkrachtigste van de wereld en toch zien we de genetische diversiteit van verschillende rassen verwateren of verdwijnen", zegt Aboud Fall, ILRI-onderzoeksleider voor het behoud van veerassen in West-Afrika. Volgens ILRI-erfelijkheidsdeskundige Steve Kemp wordt vee te sterk beoordeeld op productiekenmerken en moet meer gekeken worden naar eigenschappen die in Afrika even relevant zijn, zoals het vermogen van een dier om trekkracht te leveren, mest te produceren of te kunnen dienen als een levende spaarpot, als verzekering tegen oogstverliezen.

Aboud Fall waarschuwt dat het inkruisen van nieuwe bloed desastreuse effecten kan hebben. In Zuid-Mali wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van sperma van West-Afrikaanse dieren die vatbaar zijn voor slaapziekte, die wordt overgebracht door de tsetsevlieg. De productie gaat op korte termijn omhoog, maar tegelijk verdwijnt door dat kweekprogramma de bestaande natuurlijke resistentie van de lokale rassen tegen de veelal dodelijke slaapziekte.

In het algemeen zijn lokale rassen beter bestand tegen parasieten die door de tsetsevlieg of door teken worden overgebracht. Volgens de experts van ILRI is die natuurlijke resistentie een beter wapen tegen de parasieten dan het gebruik van medicijnen. Resistentie tegen medicijnen is immers een ander probleem waar de lokale veehouders mee te kampen hebben.

Fall pleit voor de ontwikkeling van genenbanken voor de Afrikaanse rassen. "We moeten op zijn minst deze rassen behouden - op de boerderij of in genenbanken - omdat hun erfelijke eigenschappen belangrijk kunnen zijn in de strijd tegen besmettelijke ziektes. Bovendien hebben ze eigenschappen die kunnen helpen bij de aanpassing aan het veranderende klimaat."

Hij acht het vervangen van lokale rassen door exoten uit de VS, Europa of Azië onnodig omdat zij in staat zijn om de waardevolle eigenschappen van inheemse soorten te herkennen in het genetisch materiaal. "Die informatie is cruciaal om de productiviteit op Afrikaanse bedrijven te handhaven of te verbeteren." Het instituut is daarom bezig met een grootscheeps onderzoek waarbij genetische eigenschappen regionaal worden vastgelegd. Dit zogenoemde 'landscape genomics' houdt in dat op DNA-niveau wordt bepaald wat de verschillen per regio zijn tussen de verschillende rassen.

Bron: Agrarisch Dagblad

Beeld: ILRI

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek