"Productiebeheersing moet boeren weer rendabel maken"
nieuwsIn het kader van de lezingenreeks ‘TransEATiedenkers’ die draait rond de transitie van ons landbouw- en voedselsysteem en georganiseerd wordt door de afdeling Monitoring en Studie van de Vlaamse landbouwadministratie, deelde bioboer Bavo Verwimp zijn probleemanalyse en toekomstvisie met een geboeid publiek: "We zien allemaal waar het probleem zit, maar we moeten daar ook conclusies uit durven trekken."
Tijdens de lezingenreeks wordt nagedacht over de aanpassingen die nodig zijn om het huidige landbouw- en voedselsysteem te verbeteren. Het was deze keer aan bioboer, Wervel-lid en deeltijds ambtenaar van de Vlaamse Landmaatschappij Bavo Verwimp om uit te leggen hoe we dat grote transitievraagstuk kunnen aanpakken. Verwimp runt een gemengd landbouwbedrijf met vleesvee, akkerbouw, tuinbouw en agrarisch natuurbeheer, en richt zich voor de afzet van zijn producten hoofdzakelijk op korte ketenverkoop. In 2008 maakte hij de overstap naar de biolandbouw.
Het vertrekpunt van de lezing was de vaststelling dat we vooral niet mogen vergeten dat de landbouwsector enorm geëvolueerd is de laatste decennia, ook in positieve zin. Nog nooit was onze landbouwproductie zo efficiënt. Op een kleinere ruimte produceren we meer gewassen, meer melk en meer vlees dan ooit tevoren. Dankzij steeds strenger wordende milieuwetgevingen slagen we er bovendien steeds meer in om de ecologische impact van die productie in te perken. Zo waken de boeren al dan niet verplicht over de waterkwaliteit, en passen ze productiemethodes aan om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de biodiversiteit op het platteland te bewaren en te ondersteunen.
Desondanks deze positieve elementen kampt de sector met een fundamenteel probleem: het gebrek aan rentabiliteit. Steeds meer landbouwbedrijven slagen er niet in het hoofd boven water te houden, en bovendien vergrijst de landbouwsector: steeds minder jongeren kiezen voor de boerenstiel. En daar is het huidige economische model deels verantwoordelijk voor, stelt Verwimp. "Een veel te lage prijs voor de producent is de achilleshiel van de landbouweconomie zoals die vandaag functioneert. Sinds de invoering van de Europese landbouwsubsidies is er nog geen wezenlijke vooruitgang geboekt."
Verwimp schuift een vijftal factoren naar voren die verklaren waarom het voor veel boeren erg moeilijk is hun boterham te verdienen met hun landbouwactiviteiten. Eerst en vooral omdat het vrije marktsysteem niet (meer) werkt voor de landbouw. Als een boer zijn inkomsten enkel en alleen moet halen uit de verkoop van zijn producten, is hij vandaag al te vaak overgeleverd aan de grillen van de (wereld)markt, met een hoge prijsdruk en prijsschommelingen tot gevolg. Inherent aan de sector is ook de lage prijselasticiteit en de moeilijkheid om vraag en aanbod op elkaar af stemmen.
Ook de ongelijke beschikbaarheid van informatie speelt de boer parten: doorgaans heeft hij "vanop zijn erf" minder zicht op de marktwerking en -evoluties dan bijvoorbeeld een handelaar of verkoper. Daardoor vertrekt hij bijna automatisch vanuit een zwakkere onderhandelingspositie. Verwimp merkte op dat de landbouwer daarenboven niet steeds handelt als een ‘homo economicus’. Dat wil zeggen dat hij zich niet altijd volgens de marktprincipes gedraagt en niet steeds de economisch beste oplossingen kiest. Voor sommige boeren is het bijvoorbeeld belangrijker om de boerderij te behouden voor volgende generaties in plaats van ze te verkopen tegen een hoog bedgrag.
Op basis van al deze vaststellingen concludeert Verwimp dat we op zoek moeten naar een alternatief economisch model waarbij er zowel op micro- als op macroniveau nieuwe economische mechanismes worden uitgedacht die het inkomen van de boer verzekeren. Kleinschalige, lokale initiatieven zoals de korte keten, Community Supported Agriculture (CSA), diversificatie van het inkomen, fair trade labels, enzovoort, zijn een eerste stap in de goede richting, maar volstaan niet om een miljoenenpopulatie te voeden.
Daarom moet er ook aan de basis van ons economisch model en onze marktwerking worden ingegrepen. Het model dat Verwimp voorstelt, is gebaseerd op het aanvaarden van de beperkingen van ons ecosysteem als kader voor de economie. Binnen deze ecologische economie moeten we op zoek naar een duurzame schaalgrootte, een rechtvaardige welvaartsverdeling en, net zoals dat geldt voor de gangbare landbouw, efficiënte productiemethodes.
Concreet verdedigde Verwimp onder meer de quotaregeling als beschermingsmiddel tegen prijsvolatiliteit en inkomensonzekerheid, en andere vormen van productiebeheersing. Een economisch model dat aanstuurt op eindeloze groei botst vroeg of laat op zijn grenzen, en het is de rol van de overheid om de landbouw op dat vlak in de juiste richting te sturen. Daarom is het zo belangrijk dat ook boeren mee nadenken en discussiëren over hoe dat nieuwe macro-economische model er moet uitzien, aldus nog Verwimp.
Meer informatie: 'Andere landbouw? Andere Economie!'
Bron: eigen verslaggeving