Palmolieprijs doet nettowinst Sipef ruim verdubbelen
nieuwsDe productie van de palmolieplantages van Sipef bleef in 2007 nagenoeg stabiel op 187.832 ton. De plantages in het zuiden van Sumatra en in de provincie Bengkulu hadden te lijden onder de droogte, maar dit werd gecompenseerd door een 16 procent hogere oogst bij Hary Oil Palms in Papoea-Nieuw-Guinea. De rubberproductie steeg met 5 procent, terwijl de eigen theeproductie met 14 procent toenam.
De voornaamste reden voor de fors hogere resultaten van Sipef is echter de sterke stijging van de marktprijzen. Zo bedroeg de gemiddelde palmolieprijs het afgelopen jaar 780 dollar per ton, tegen 478 dollar in 2006. De stevige prijsstijging was te danken aan de grote vraag in India en China naar palmolie, maar ook aan de groei van de biobrandstoffen en de hoge olieprijs. Ook voor rubber en thee lagen de gemiddelde marktprijzen in 2007 hoger.
Sipef realiseerde in 2007 een omzet van 209,5 miljoen dollar, tegen 163,7 miljoen dollar het jaar voordien. Voor 2008 verwacht Sipef een stijging van alle producties. Als de hoge prijzen voor palmolie en rubber aanhouden, zullen de resultaten in 2008 "behoudens negatieve weersomstandigheden, wisselkoersen of andere factoren" hoger liggen dan vorig jaar.
Volgens financieel directeur Johan Nelis wijzen alle indicatoren erop dat de palmolieprijs ook in 2008 hoog zal blijven, "boven de 1.000 dollar per ton". Door de strenge kou is de raapzaadolieproductie in China immers mislukt, terwijl in de VS de sojaboeren niet méér hebben bijgeplant. 'Ik zie geen directe reden waarom de prijs zou kunnen verminderen', zegt hij. De prijzen voor rubber en thee zijn sinds begin dit jaar ook fors gestegen. Bij thee speelt vooral de onrust in Kenia, een van de belangrijkste producenten van kwaliteitsthee.
De expansie loopt intussen niet helemaal van een leien dakje. De voorbije twee jaar maakte Sipef voorakkoorden bekend voor de acquisitie in drie fasen van 20.000 hectare op Sumatra. Uiteindelijk is daarvan alleen het eerste project doorgegaan, een terrein van 8.350 hectare dat is overgenomen van het plantagebedrijf PT Umbul Mas Wisesa. De andere twee projecten, voor respectievelijk 6.500 en 5.100 hectare, liepen echter op een sisser af. "Ze waren veel te complex voor ons. Er zaten al te veel mensen illegaal op die terreinen en die moet je dan vergoeden, wat een heel onderhandelingsproces met zich meebrengt", legt Nelis uit.
Intussen is Sipef wel een bijkomende 4.690 hectare aangeboden, maar de groep wil in die regio graag verder uitbreiden tot 20.000 hectare. Om de toekomst veilig te stellen wil Sipef in een volgende fase ook bijkomende gronden verwerven op Papoea-Nieuw-Guinea. "Iedereen zoekt momenteel plantages. Daarom is het erg belangrijk een landbank te hebben", zegt Nelis. Papoea-Nieuw-Guinea is agronomisch veruit het beste land voor palmolieplantages, maar als gevolg van de lage bevolkingsdichtheid liggen de kosten voor arbeid en logistiek er hoger dan in Indonesië.(KS)
Bron: Belga