Opportuniteiten uit Warmteplan voor land- en tuinbouw
nieuwsVoor het zomerreces keurde de Vlaamse regering het ‘Warmteplan’ van minister van Energie Bart Tommelein goed. De productie van groene warmte en recuperatie van restwarmte hinken achterop ten opzichte van andere bronnen van hernieuwbare energie zoals zonnepanelen en windmolens. Tegen 2020 wil Vlaanderen 9.197 GWh groene warmte-energie produceren door warmtenetten, meer zonneboilers en warmtepompen bij nieuwbouw en groene warmte uit biomassa. In de zoektocht naar geschikte locaties voor warmtenetten wordt volgens het Innovatiesteunpunt naar de glastuinbouwzones gekeken.
Het Warmteplan van minister Tommelein moet Vlaanderen helpen om na zonne- en windenergie ook volop in te zetten op de productie van groene warmte en de recuperatie van restwarmte. Volgens een studie van VITO kan groene warmte één derde tot de helft van de Belgische doelstelling van 13 procent hernieuwbare energie invullen. In het tweewekelijks vaktijdschrift Management&Techniek schat het Innovatiesteunpunt de betekenis van het Warmteplan voor land- en tuinbouw in.
In Vlaanderen heeft elk te verwarmen gebouw zijn eigen ketel en brander. “Van dit principe zijn we stilaan aan het afstappen”, schrijft Innovatieconsulent energie Laurens Vandelannoote. Hij verwijst naar warmtenetten als collectieve oplossing in stedelijke gebieden, of in gebieden met een voldoende dichtheid wat de warmtevraag betreft. Op geopunt.be is een warmtekaart gemaakt waar je zowel de potentiële bronnen van groene warmte als de afnamepunten kan zien. “Voor land- en tuinbouw wordt sterk gekeken naar de glastuinbouwzones”, aldus Vandelannoote.
Verder is het de bedoeling dat er tot 2020 jaarlijks gemiddeld 9.500 zonneboilers en 6.400 warmtepompen bijkomen. Aangezien de opbrengst van een huishoudelijke zonneboiler eerder beperkt is, heeft het beleid verregaande interesse in grootschalige systemen. “Hier liggen kansen voor de land- en tuinbouw”, meent het Innovatiesteunpunt, met verwijzing naar de premies van distributienetbeheerders voor grootschalige zonneboilers en naar het onderzoek omtrent sectoren met een grote vraag naar warm water op lage temperatuur. De melkveesector is daarbij betrokken. Voor sectoren of toepassingen met een groot potentieel worden gepaste extra maatregelen gezocht.
Door de hoge elektriciteitsprijzen zijn warmtepompen ondanks hun groot potentieel momenteel één van de duurste methodes om warm water te produceren. Hier is het beleid zich bewust van. “Samen met de VREG wordt bekeken hoe een nieuwe tariefstructuur de keuze voor een warmtepomp kan stimuleren”, weet de consulent van het Innovatiesteunpunt. In de toekomst kunnen warmtepompen een belangrijke rol vervullen in een slim elektriciteitssysteem, door gebruik te maken van hun thermische buffercapaciteit. Mits een dynamisch tarief van toepassing wordt, kan het interessant zijn om de warmtepomp uit te schakelen bij hoge vraag naar elektriciteit, en omgekeerd in te schakelen als de elektriciteitsproductie piekt zodat het ‘overschot’ aan elektriciteit wordt omgezet in tijdelijk opgeslagen warmte.
Bron: Management&Techniek