Neonicotinoïden niet alleen schadelijk voor honingbijen
nieuwsPolitici en wetenschappers focussen zich in het debat over neonicotinoïden op de honingbij, maar er is groeiend bewijs dat andere insecten en zelfs vogels schade van deze stoffen ondervinden. Dat beweert EASAC, European Academies Science Advisory Council, in een advies aan de Europese Commissie. Het baseert zich daarvoor op onderzoeken die sinds 2012 zijn uitgevoerd naar de effecten van neonicotinoïden. De Commissie had EASAC verzocht om de kennis over neonicotinoïden nog eens op een rij te zetten.
Eind 2013 voerde Europa een tijdelijk verbod in op neonicotinoïden, nadat EFSA had vastgesteld dat het gebruik ervan schadelijk was voor bijen. Ondertussen deden heel wat geruchten de ronde dat onderzoeken werden vervalst of bepaalde zwaktes vertoonden. Dat was voor de Europese Commissie reden genoeg om het hoogste wetenschappelijke orgaan van de EU, EASAC, een blik te laten werpen op alle onderzoeken om zo een aantal sluitende conclusies te formuleren waarop het haar beleid kan baseren. Het verbod op de neonicotinoïden werd immers tijdelijk ingesteld.
Op basis van ruim 100 recente studies concludeert EASAC dat er “duidelijk wetenschappelijk bewijs is dat ook zeer lage doses schadelijk zijn voor soorten waartegen ze helemaal niet zijn bedoeld”. “Het zijn vooral soorten die een rol spelen in de bestuiving of in plaagbeheersing die de laatste tientallen jaren systematisch sterk in soortenrijkdom achteruit zijn gegaan. Het gaat hierbij om wilde bijen, zweefvliegen, vlinders, loopkevers of akkervogels”, zeggen de onderzoekers.
Hoewel het neonicotinoïdenverbod werd opgelegd om de honingbij te beschermen, constateert EASAC nu dat er uitgerekend bij de honingbij tegenstrijdige resultaten vast te stellen zijn. Volgens de onderzoekers kan dit komen doordat honingbijen in uitzonderlijk grote kolonies leven waardoor ze weerbaarder zijn tegen invloed van giftige stoffen dan bijvoorbeeld hommels die in kleinere kolonies leven of wilde bijen die helemaal geen kolonies vormen.
De EASAC-experten stellen ook dat de grootschalige preventieve inzet van neonicotinoïden in de vorm van een zaadcoating leidt tot onnodige verontreiniging van het milieu. De middelen in de zaadcoating komen na het zaaien binnen enkele weken in de bodem terecht. “Deze wijze van plaagbestrijding staat in schril contrast met het Europese beleid waarin ‘Integrated Pest Management’ centraal staat. Dat beleid houdt onder meer in dat een plaag pas wordt bestreden wanneer er schade aan het gewas dreigt”, staat te lezen in het rapport.
Meer informatie: Ecosystem services, agriculture and neonicotinoids
Bron: Eigen verslaggeving/De Morgen
In samenwerking met: Boerderij
Beeld: Loonwerk Defour