Mestrapport wijst op lichte verbetering waterkwaliteit
nieuwsVoor het vijfde jaar op rij is de Vlaamse mestbalans in evenwicht. De waterkwaliteit verbeterde lichtjes in 2012, al blijven in sommige regio’s inspanningen nodig om de Europese norm te halen. Om landbouwers te stimuleren, wordt gewerkt met een bonus-malus systeem voor het nitraatresidu. Volgens minister Schauvliege rendeert de gebiedsgerichte aanpak want daalt het areaal focusgebied met lagere drempelwaarden.
Naar jaarlijkse gewoonte werd het Voortgangsrapport van de Mestbank in de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement toegelicht. De hoofdconclusie van het Voortgangsrapport is dat de Vlaamse mestbalans in 2012 opnieuw in evenwicht was, een constante sinds 2007. Daar zijn diverse redenen voor: een veestapel die stagneert, het gebruik van eiwit- en fosforarme voeders, in grote mate mestverwerking en export van ruwe mest (-34,5 miljoen kilo stikstof) en de toepassing van derogatie die extra afzetruimte creëert voor dierlijke mest.
De inspanningen die de land- en tuinbouwers leveren, hebben als resultaat dat de milieueffecten in 2012 gestaag blijven verbeteren. Maar alle parameters evolueren in de verschillende regio’s niet op dezelfde wijze. Gemiddeld waren de gemeten nitraatresidu’s (52 kg N/ha) op de percelen in 2012 gunstig en veel lager dan de vorige jaren. Dat duidt er volgens Vlaams milieuminister Joke Schauvliege op dat de landbouwers meer aandacht schenken aan een duurzame bemesting op perceelsniveau.
Tegen 2014 moet het aantal meetplaatsen met een maximum nitraatgehalte van 50 mg per liter water toegenomen zijn tot boven 84 procent. Hoewel de resultaten de voorbije jaren stelselmatig verbeterden, werd de nitraatnorm in de winter van 2012-2013 nog steeds in 26 procent van de meetpunten niet gehaald. Met name in zes van de elf Vlaamse bekkens is er ondanks een lichte verbetering van de waterkwaliteit nog werk aan de winkel. Vooral in de bekkens van de Leie, de IJzer, de Maas en de Demer zijn extra inspanningen nodig.
De kwaliteit van het grondwater verbetert want de nitraatconcentratie vertoont globaal een aanhoudende, dalende trend. Met het oog op verdere verbeteringen van de waterkwaliteit werkte Schauvliege in 2011 naast een strenger mestactieplan zes flankerende acties uit om de sector te stimuleren en te ondersteunen. De oprichting van het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB) is daarvan de meest bekende.
Naast dit flankerend beleid werd het mestbeleid vanaf 2011 gebiedsgerichter uitgewerkt. Gebieden waar de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater onvoldoende is, worden afgebakend als ‘focusgebieden’. Landbouwers dienen op die percelen te streven naar een lager nitraatresidu aan het eind van het seizoen. Goed voor hen is dat inspanningen ook beloond worden door een jaarlijkse afbakening van dat focusgebied, die tot nu toe resulteerde in een bestendige daling van het totale areaal focusgebied.
"In 2014 zal ongeveer 280.000 hectare afgebakend worden als focusgebied. In 2013 bedroeg dat nog circa 300.000 hectare", illustreert minister Schauvliege. "Als de huidige verbeteringen van de waterkwaliteit zich volgend jaar doorzetten, zou zelfs ongeveer 46.000 hectare in 2015 als focusgebied geschrapt kunnen worden. De gebiedsgerichte aanpak lijkt dan ook te renderen."
Meer info: Voortgangsrapport Mestbank 2013
Bron: eigen verslaggeving / Belga