"Marges in rundvleesketen zijn nergens bijzonder groot"
nieuwsUit een analyse van het Prijzenobservatorium blijkt dat de totale opbrengsten van de Vlaamse rundveehouders tussen 2006 en 2011 met 19 procent gestegen zijn. De totale kosten kenden echter een stijging van 30 procent. De gestegen veevoederprijzen vormen daarin een belangrijke factor. Maar niet alleen de rundveehouder heeft het moeilijk, ook in de rest van de keten zijn de marges eerder beperkt.
Federaal landbouwminister Sabine Laruelle gaf de opdracht om de studie over de kosten en prijzen in de verschillende schakels van het productieproces van rundvlees uit 2009 te actualiseren. In de studie wordt enerzijds uiteengezet hoe de rundvleeskolom in België werkt en anderzijds worden de marges van de verschillende schakels in de keten nader toegelicht. Die keten bestaat uit de rundveehouder, de mengvoederindustrie, slachthuizen en uitsnijderijen en de detailhandel.
Het aantal rundveebedrijven in België daalt en het aantal dieren per bedrijf neemt toe, maar ondanks die toenemende concentratie blijft de rendabiliteit van de rundveehouder onder druk staan, constateert het Prijzenobservatorium. Vooral de veevoederkosten die enorm gestegen zijn onder invloed van de hoge internationale grondstoffenprijzen zijn daarvan de oorzaak. Zij zijn immers de belangrijkste variabele kostencomponent van de rundveehouder.
Volgens berekeningen van het Prijzenobservatorium stegen de veevoederprijzen tussen 2005 en augustus 2013 met bijna 68 procent. De verkoopprijs van een karkas van superieure bevleesdheid en weinig vet nam daarentegen maar met 20 procent toe. “De rundveehouder slaagt er dus niet in de stijgende kosten van voeder door te rekenen in de verkoopprijs”, luidt de conclusie.
Volgens de door de FOD Economie beheerde rundvleesindex kan de opbrengst van het rundvlees voor de boer wel nog met tien procent naar omhoog. "Deze opbrengsten in Vlaanderen en Wallonië zijn voldoende om de werkingskosten te dekken, maar volstaan niet om ook nog de gezinsarbeid te vergoeden", klinkt het in de studie. "Het netto-bedrijfsresultaat dat rekening houdt met het toegerekend loon vertoont dan ook een tekort over de gehele beschouwde periode."
Guy Vandepoel, adviseur rundvee bij Boerenbond, merkt op dat de meeste rundveebedrijven gemengde bedrijven zijn, die ook opbrengsten hebben uit grasland, melk en groenteteelt. Hij bevestigt wel dat de boer te weinig krijgt voor zijn rundvlees. "We hebben nu de rundvleesindex, die een prijs voor het rundvlees signaleert. Het is de FOD Economie die die index beheert. Uit hun berekeningen blijkt dat de prijs aan de boer nog met tien procent hoger kan. Als het zover komt, zal die prijsstijging onrechtstreeks ook de consument aangerekend worden."
Maar volgens Vandepoel kan er in de lange keten tussen boer en winkel nog veel efficiënter gewerkt worden. "Met Boerenbond pleiten we al lang voor een kortere keten", zegt Vandepoel. Daarnaast bestaan er tussen de verschillende rundveebedrijven belangrijke verschillen in opbrengst, wat volgens Vandepoel te maken heeft met de professionalisering in de sector. Vandepoel verwacht dat de prijzen van het voeder op middellange termijn zullen stabiliseren.
Ook stroomopwaarts en stroomafwaarts lijken de marges niet groot in vergelijking met de gemiddelde marges in de voedingsindustrie. Voor de mengvoederindustrie, de slachthuizen en uitsnijderijen werd dit aangetoond aan de hand van financiële gegeven uit de jaarrekeningen. In de mengvoedersector schommelde de bruto bedrijfsmarge in de periode 2005-2011 tussen 2,19 en 3,33 procent. De netto bedrijfsmarge lag in diezelfde periode tussen 1,02 en 1,71 procent.
De gemiddelde bruto en netto bedrijfsmarge van de uitsnijderijen en slachthuizen bedroegen voor de periode 2005-2011 respectievelijk 3,46 en 1,67 procent. Daarmee scoren ze iets beter dan de mengvoederindustrie. Maar zowel de mengvoedersector als de slachthuizen en uitsnijderijen blijven daarmee onder het jaarlijks gemiddelde van de voedingsindustrie die een bruto bedrijfsmarge heeft van 5,71 procent en een netto marge van 3,24 procent.
Voor de detailhandel zijn deze gegevens niet voorhanden op productniveau. Daarom werd de evolutie van de rendabiliteit in deze sector benaderd via een vereenvoudigd prijstransmissiemodel. Daaruit blijkt dat het de meest rendabele schakel was tussen 2005 en 2011 met een jaarlijks gemiddelde bruto en netto bedrijfsmarge van 4,99 procent en 3,48 procent. Daarmee oversteeg de detailhandel zelfs de jaarlijks gemiddelde netto bedrijfsmarge van de voedingsindustrie (3,24%).
De consumptie van rundvlees daalde de afgelopen jaren. Voor rundvlees was die daling meer uitgesproken dan voor andere vleessoorten. “Dat heeft wellicht te maken met het feit dat rundvlees in vergelijking met andere vleessoorten iets duurder is”, zegt het Prijzenobservatorium. Maar in vergelijking met Frankrijk is rundvlees dan weer relatief goedkoop in ons land.
Meer informatie: Actualisering van de studie over de rundvleeskolom
Bron: eigen verslaggeving / Belga