Lokaal veevoeder maakt varkensvlees milieuvriendelijker
nieuwsDe productie van varkensvlees op basis van zo veel mogelijk lokaal geteeld veevoeder, zoals tarwe en lupine, scoort beduidend beter op broeikasgasemissies en energiegebruik dan de gangbare Nederlandse varkensvleesproductie. Dat blijkt uit een studie van een onafhankelijk Nederlands kennis- en adviesbureau. Het transport van veevoeder blijkt daarbij doorslaggevend. Ook het gebruik van lokale reststromen uit de voedingsindustrie als veevoeder is een belangrijke manier om de emissies te beperken.
Het kennis- en adviesbureau CLM heeft samen met het Italiaanse Research Centre on Animal Production (CRPA) de milieu-impact van verschillende Nederlandse en Italiaanse varkensvleesketens in beeld gebracht door middel van levenscyclusanalyses. De Italiaanse ketens zijn Cinta Senese en Parma varkensvlees. Nederlandse ketens die onderling zijn vergeleken, zijn het Good Farming Global-concept van VION, de Keten Duurzaam Varkensvlees en het lupinevarken van de familie ten Have-Mellema.
CLM heeft per kilo geslacht gewicht uitgerekend wat de broeikasgasemissies zijn, het energie-, land- en watergebruik en het eutrofiëringspotentieel. Dit laatste is een maat voor belasting van water en bodem met fosfaten en nitraten. De totale keten van de productie van varkensvlees is in de analyse meegenomen: van veevoederproductie tot en met het bereiden van het vlees door de consument.
Uit de analyse blijkt dat de veevoederproductie de belangrijkste factor is in de milieubelasting. Ruim 60 procent van de broeikasgasemissies is gerelateerd aan het voeder, ongeveer de helft vindt plaats bij de voederproductie en, afhankelijk van het rantsoen, 6 tot 17 procent bij het transport van veevoeder en veevoedergrondstoffen. Voor energie-, land- en watergebruik zijn deze percentages nog hoger. Om die reden scoort de keten met lokaal veevoeder duidelijk beter.
Een vergelijking van de ketens laat zien dat gebruik van reststromen uit de voedingsindustrie substantieel bijdraagt aan de vermindering van de milieubelasting van varkensvlees. Zulke reststromen worden in de Nederlandse productie al veelvuldig gebruikt. Door daarnaast zelf voedergewassen te telen, of in de buurt veevoedergrondstoffen te kopen, kan ook worden bespaard op transportkilometers en vervalt de daaraan gerelateerde milieu-impact.
De broeikasgasemissies per kilo karkasgewicht van het VION-varken wordt voor 18 procent bepaald door het transport van veevoeder en bedraagt 0,51 kilo CO2-equivalenten. De broeikasgasemissie door transport van veevoeder is bij het lupinevarken ruim vier keer kleiner en is berekend op 0,12 kilo CO2-equivalenten per kilo karkasgewicht. De Keten Duurzaam Varkensvlees scoort op alle vijf de onderzochte duurzaamheidsthema’s minimaal zes procent beter dan het Good Farming Global concept van VION. Dit is grotendeels te verklaren door betere technische resultaten: de voederconversie is ongeveer zes procent lager en dus is minder voeder nodig per kilo vlees, wat de milieubelasting doet dalen.
Meer informatie: LCA of Dutch pork Assessment of three pork production systems in the Netherlands
Bron: Foodholland