nieuws

Leuvense ggo-bananen voor veldproeven naar Oeganda

nieuws
In Oeganda is alles in gereedheid gebracht voor veldproeven met gemodificeerde bananen uit het laboratorium voor Tropische Plantenteelt van de K.U.Leuven. De planten zijn minder gevoelig voor black sigatoka, een verwoestende bladschimmelziekte. "We willen dat de mensen daar de wetenschappelijke expertise verwerven om beslissingen te kunnen nemen", zegt onderzoeker Rony Swennen. De tien miljoen ton bananen die Oeganda jaarlijks produceert, is het basisvoedsel voor de lokale bevolking.
22 juni 2007  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:00
In Oeganda is alles in gereedheid gebracht voor veldproeven met genetisch gewijzigde bananen uit het laboratorium voor Tropische Plantenteelt van de K.U.Leuven. De planten zijn dankzij hun genetische wijziging minder gevoelig voor black sigatoka, een bladschimmelziekte die veel schade aanricht in bananenplantages wereldwijd. Een toelating om de bananen in de Oegandese buitenlucht te testen, is er al. Nu is het nog wachten op de vergunning om de bananen in Oeganda binnen te brengen.

De bananenplanten zijn steriel, ze vormen geen zaad of stuifmeel die de genetische wijziging zou kunnen verspreiden. Voor Oeganda worden het, als alles goed gaat, de eerste veldproeven met genetisch gewijzigde planten. De wetgeving die de toelatingen en de voorwaarden voor zulke veldproeven regelt, is de jongste jaren op poten gezet met buitenlandse hulp. Het geld kwam voornamelijk van het Amerikaanse ontwikkelingsagentschap, USAID, dat ook het onderzoek naar de genetisch gewijzigde bananen steunt.

De onderzoeksorganisatie Bioversity International bracht de ontwikkelingspartners bij elkaar. "Door het werk van het internationale consortium krijgen mensen in Oeganda ook een opleiding in bioveiligheid. Het hoort bij de technologietransfer", benadrukt Rony Swennen, die het bananenonderzoek van de bio-ingenieurs in Leuven leidt. Geoffrey Arinaitwe, die in Leuven de bananen leerde wijzigen in het kader van zijn doctoraatsonderzoek, is nu in Oeganda aan de slag, in het Kawanda Agricultural Research Institute, waar de veldproeven zullen plaatsvinden.

Samen met collega's maakt Arinaitwe er genetisch gewijzigde Oost-Afrikaanse hooglandbananen, om ze ziekteresistent en voedzamer te maken. De hooglandbananen zijn kookbananen, de meest geteelde soort in Oeganda. Ze zijn ook belangrijk in Congo, Rwanda, Burundi en Kenia. De planten die in Leuven gewijzigd zijn, brengen bogoya-bananen voort, een zoete banaan die eerder als dessert dan als basisvoedsel gegeten wordt.

Vooraleer de Oegandese boeren gewijzigde bananen kunnen telen, is er echter nog een lange weg te gaan. Swennen is voorzichtig: "We gaan stap voor stap te werk", zegt hij. "Eerst moeten we nog bewijzen dat onze bananen niet alleen in het lab, maar ook in het veld tegen black sigatoka bestand zijn. Dan volgen nog andere tests". Het belangrijkste doel van het project is het opbouwen van plaatselijke kunde en technologie, aldus Swennen. "We willen dat de mensen daar zelf het onderzoek kunnen voortzetten en de wetenschappelijke expertise verwerven om beslissingen te nemen".

Als de gewijzigde planten alle tests doorstaan, willen de ontwikkelingspartners ze gratis ter beschikking stellen aan de kleine boeren. Oeganda is na India de grootste bananenproducent ter wereld. De tien miljoen ton bananen die het land jaarlijks produceert, is het basisvoedsel voor de lokale bevolking. De Oegandezen consumeren gemiddeld een halve tot een hele kilo bananen per persoon per dag. De export is minimaal.(KS)

Lees ook: Interview: Bart Panis (KUL): "Leuvense genenbank houdt banaan springlevend"

Bron: De Standaard</i>

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek