nieuws

Lessen uit het Nederlandse topsectorenbeleid

nieuws
In 2010 lanceerde het Nederlandse kabinet Rutte I een nieuw innovatiebeleid dat onder meer de agro-foodsector een stevige duw in de rug wil geven. Publiek-private samenwerkingen, topconsortia voor kennis, fiscale ondersteuning, krediettoegang en een vlotte marktwerking moeten de sector naar een hoger niveau tillen. Waar liggen de kansen? En hoe ze benutten?
18 juni 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:22

In 2010 lanceerde het Nederlandse kabinet Rutte I een nieuw innovatiebeleid dat onder meer de agro-foodsector een stevige duw in de rug wil geven. Publiek-private samenwerkingen, topconsortia voor kennis, fiscale ondersteuning, krediettoegang en een vlotte marktwerking moeten de sector naar een hoger niveau tillen. Waar liggen de kansen? En hoe ze benutten?

Op initiatief van de afdeling Monitoring en Studie van de Vlaamse landbouwadministratie kwamen Joost de Jong van het Nederlands ministerie van Economische Zaken (waar ook landbouw onder valt) en Marcel de Groot uitleggen hoe het Nederlandse topsectorenbeleid er precies uitziet en op welke manier het de Nederlandse agro-foodsector vooruithelpt. Op het eerste zicht doet die sector het nu al uitstekend: met een bijdrage van 9,2 procent aan het BBP is het de grootste industriesector van Nederland, goed voor 9 procent van de totale Nederlandse tewerkstelling.

De sector werkt bovendien vijf keer zo efficiënt als het Europees gemiddelde en is wereldwijd de op één na grootste exporteur van voedselproducten. Het leeuwendeel van de export gaat naar de buurlanden Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Om die koppositie te consolideren, is er in het kader van het topsectorenbeleid nagegaan waar het nog beter kan. Volgens Joost de Jong wordt er nog te weinig geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling en moet de aanwezige kennis via een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt meer benut worden. "Kennis, kunde, kassa", is het motto. Verder moet de arbeidsmarkt een stuk flexibeler en moet ook de regeldruk worden afgebouwd.

Voor de agro-foodsector werden drie kansen gedefinieerd. Het eerste devies luidt: "Meer met minder." Duurzame, innovatieve voedselsystemen moeten de sector laten groeien binnen de ecologische grenzen van onze planeet. Een tweede pijler draait rond de toegevoegde waarde van de Nederlandse producten. Over heel de keten, van de primaire productie over de verwerking en de distributie tot de retailsector, moet worden ingezet op waardecreatie, die verder gaat dan enkel efficiëntie. Een derde en laatste kans is het opnemen van internationaal leiderschap door de export van kennis en geïntegreerde totaaloplossingen.

In de praktijk houdt zo’n totaaloplossing in dat je in een gastland bijvoorbeeld adviseert welk vee het meest geschikt is voor melkproductie en op welke manier deze dieren gehuisvest moeten worden. Ook de knowhow van Nederlandse diervoederproducenten, marktonderzoekers en machinebouwers uit de zuivelindustrie kunnen helpen bij het opzetten en ontwikkelen van een performante zuivelsector. Wat de export betreft opent een assertief buitenlandbeleid en een doortastende economische diplomatie, vooral in de opkomende landen, heel wat mogelijkheden. In eigen land vormen de vergrijzing van de landbouwsector en het versterken van het maatschappelijk draagvlak voor de sector de twee belangrijke aandachtspunten.

Om rond deze aandachtspunten te werken en de vooropgestelde strategie om te zetten in praktijkresultaten werden "topteams" samengesteld, waarin mensen uit het bedrijfsleven en de overheid samen met een consultant een route uitstippelen. Eén van de instrumenten die moet helpen de doelstellingen te verwezenlijken zijn de innovatiecontracten tussen bedrijven en overheid. In 2012 werden ruim 200 privaat-publieke samenwerkingsprojecten ingediend, met 100 miljoen euro investeringen vanuit de privésector.

Tot slot werd de Jong nog gevraagd of het stimuleren van de export de prijzen in de primaire sector niet onder druk zou zetten door de bikkelharde concurrentie op de wereldmarkt. Wat is de plaats van de boer in deze topsector? Volgens de Jong evolueert de sector naar meer vraagsturing, wat bij voldoende overleg in de keten geen probleem hoeft te zijn voor de landbouwers. Wel voorspelt de Jong dat de focus meer zal komen te liggen bij producten die een meerwaarde bieden, omdat de marges daar hoger zijn op de internationale markt. Aan de boeren om hierop in te spelen, aldus de Jong. Een tendens die de boeren in dat opzicht tegemoet kan komen, is het toenemende succes van allerhande korte keteninitiatieven, waar de boer door de rechtstreekse verkoop aan de consument een correcte prijs krijgt.

Bron: eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek