Landbouwrapport 2014
duidingZeven dagen in de week is boer Bart in de weer op zijn melkveebedrijf. Zijn harde werk wordt beloond met een verbetering van de technische resultaten. Spijtig genoeg blijft de waardering op de markt uit en krijgt hij een te lage prijs voor zijn melk. Om duidelijk te maken dat achter de cijfers en statistieken mensen van vlees en bloed schuilgaan, vertelt het nieuwe Landbouwrapport (LARA) het verhaal van Bart en acht andere boeren en tuinders in Vlaanderen. “Het rapport geeft goed de inspanningen weer die op het terrein gebeuren”, laat Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege haar waardering blijken tijdens de voorstelling van het LARA bij een azaleateler in Lochristi. En of er hard gewerkt wordt in de sector: een krimpende boerenpopulatie neemt steeds meer hooi op zijn vork (bedrijfsareaal en veebezetting stijgen) om het inkomen veilig te stellen; tot een kwart van alle landbouwers haalt een neveninkomen uit verbredingsactiviteiten (groene zorg, hoevetoerisme, loonwerk, enz.); … en samen met de andere schakels van het agrobusinesscomplex werd vorig jaar een handelsoverschot van 4,9 miljard euro gerealiseerd. Hoewel onze boeren op het scherp van de snee presteren, kraakt de sector momenteel in al zijn voegen. De toekomstverwachtingen waren, mede door de Russische boycot, nog nooit zo pessimistisch.
Voor beleidsmakers en andere geïnteresseerden is het iedere twee jaar uitkijken naar de nieuwe uitgave van het Landbouwrapport. Het rapport, noem het gerust een boek, bevat een schat aan informatie over de Vlaamse land- en tuinbouw. Dankzij het werk van haar administratie wordt Vlaams minister van Landbouw Joke Schauvliege accuraat geïnformeerd, onder meer over de ontwikkelingen in de sector en de milieu-inspanningen die gebeuren. Het Landbouwrapport is het resultaat van een samenwerking tussen het beleidsdomein Landbouw en Visserij en een stuurgroep van vertegenwoordigers uit het middenveld en andere experten.

Nieuw GLB De vijfde editie van het LARA staat in het teken van het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie. Het wetgevend kader waarbinnen de Vlaamse landbouw opereert wordt grotendeels bepaald door het GLB, al legt Vlaanderen eigen accenten. Aangezien het budget voor inkomenssteun aan Vlaamse landbouwers slinkt van 1,86 naar 1,69 miljard euro daalt de gemiddelde subsidie per landbouwer aanzienlijk. Uit een impactanalyse blijkt dat ruim twee derde van de bedrijven in 2019 minder directe steun zal krijgen dan in 2013. Bijna 40 procent van de landbouwbedrijven verliest tussen 1.000 en 10.000 euro per jaar. Iets minder dan een kwart van de sector zal winnen bij de hervorming.
Het plattelandsontwikkelingsprogramma PDPO III wordt opgebouwd rond vier voor Vlaanderen strategische thema’s: inzetten op jonge landbouwers, investeren in innovatie en opleiding, verhogen van de weerbaarheid en verduurzaming van de Vlaamse landbouwsector en versterken van de kwaliteit en vitaliteit van het platteland. Vlaanderen ontvangt voor de uitvoering van het programma 288 miljoen euro Europese middelen en investeert hetzelfde bedrag. Door de overheveling vanuit pijler 1 (het budget voor directe steun aan landbouw, nvdr.) komt er nog 119 miljoen euro bij tot en met 2019. Van het plattelandsbudget gaat 49 procent naar het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) dat landbouwers nog meer zal stimuleren op het vlak van milieubescherming, dierenwelzijn en duurzaamheid. Andere belangrijke uitgavenposten binnen het plattelandsbeleid zijn beheerovereenkomsten (13%) en agromilieu- en klimaatmaatregelen (6%).

Structuur Vlaamse landbouw Elke bedrijfsleider maakt eigen keuzes zodat de Vlaamse landbouw wordt gekenmerkt door specialisatie en schaalvergroting maar evenzeer door verbreding en innovatie. Van de 24.884 landbouwbedrijven in Vlaanderen is 88 procent gespecialiseerd in één van de drie grote subsectoren, met veehouderij als veruit de belangrijkste specialisatie, gevolgd door akkerbouw en tuinbouw. Ook biolandbouw is een vorm van specialisatie. Eind vorig jaar telde onze regio 319 actieve bioboeren. Hun aantal vertoont de laatste vijf jaar een gemiddelde groei van zes procent per jaar. De biobedrijven bewerkten in 2013 samen 5.065 hectare of 0,8 procent van het volledige landbouwareaal.

Meer met minder Het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen daalt gemiddeld met bijna vier procent per jaar. De resterende bedrijven worden steeds groter. Enkele factoren die een rol spelen bij schaalvergroting zijn de continue technologische verbetering, samenwerking met andere schakels in de keten en productieverhoging om het inkomen veilig te stellen en de kostprijs te drukken. De gemiddelde oppervlakte cultuurgrond groeit naar 25 hectare per bedrijf. De gemiddelde grootte van de veestapel bedraagt nu 120 runderen, 1.850 varkens en 47.000 stuks pluimvee per gespecialiseerd bedrijf. Op een landbouwbedrijf werkt gemiddeld 1,65 voltijdse arbeidskracht.
Een andere strategie om een landbouwbedrijf levensvatbaar te houden, is het verbreden van de activiteiten. De studiedienst van de Vlaamse landbouwadministratie schat dat 20 à 25 procent van alle boeren en tuinders een aanvullend inkomen haalt uit een extra activiteit. Zo zijn er 405 actieve zorgboerderijen, 401 landbouwers die hoevelogies aanbieden, 949 bedrijven die loonwerk verrichten, 3.169 landbouwers die aan agrarisch natuurbeheer doen, 2.133 bedrijven met hoeveverkoop en 895 ‘energieboeren’. De belangstelling voor lokale voedselproductie stijgt, onder meer om de kloof tussen producent en consument te dichten. Community supported agriculture (zelfplukboerderijen) en volkstuinen zijn actuele voorbeelden.

Door kleine vernieuwingen en grote innovaties wapenen individuele bedrijven en de sector in zijn geheel zich voor de toekomst. Uit een enquête blijkt dat 43 procent van de bedrijven innoveerde in 2012 of 2013. De tuinbouw heeft het hoogste percentage innoverende bedrijven, met de sierteelt (62%) aan de kop.
Economische topprestaties Het aandeel van de landbouw, inclusief bosbouw en visserij, in de totale bruto toegevoegde waarde bedraagt in Vlaanderen 0,9 procent. In de meeste andere lidstaten is landbouw belangrijker voor de economie (1,7% gemiddeld). Het varieert van 0,3 procent in Luxemburg tot 6,4 procent in Bulgarije. Ook in Kroatië, Letland en Roemenië stijgt het kengetal naar vijf procent en meer. Vlaanderen behoort samen met Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland tot de groep waar het aandeel van landbouw kleiner is dan één procent. Vergeleken met het EU-gemiddelde en met onze buurlanden neemt de varkenssector in Vlaanderen een groter aandeel van de productiewaarde van de landbouw in. Ook de groentesector weegt bij ons zwaarder door. Ten opzichte van 2003 heeft de landbouw in bijna alle EU-anden aan economisch belang ingeboet, behalve in Estland, Letland en Slovenië.

Ook al is landbouw geen economische grootmacht (meer) in Vlaanderen, toch verliest de sector weinig van zijn pluimen. In 2013 bedroeg de eindproductiewaarde 5,8 miljard euro (+1,7%). Daarvan is 62 procent afkomstig van de veehouderij. Tuinbouw en akkerbouw zijn goed voor respectievelijk 26 en 12 procent. De vijf belangrijkste producten in waarde zijn varkensvlees, zuivel, rundvlees, groenten en sierteeltproducten.
De landbouwsector heeft de laatste jaren te kampen met hoge kosten. De veevoeders maken door de omvangrijke varkenshouderij in Vlaanderen 54 procent uit van het intermediair verbruik, energie 11 procent en meststoffen 4 procent. De netto toegevoegde waarde wordt geraamd op 1,3 miljard euro. Het familiaal inkomen per familiale arbeidskracht schommelt sterk over de jaren heen en varieert tussen de subsectoren en tussen de bedrijven onderling.
2014 is een moeilijk jaar Momenteel verkeert de landbouw in woelige wateren. De landbouwconjunctuurindex daalt in het najaar van 2014 fors van -5 naar -28. Dat is de laagste waarde sinds 2007, toen de index voor het eerst berekend werd. De toekomstverwachtingen waren nog nooit zo pessimistisch. De index van de economische evolutie en de tevredenheid over de voorbije zes maanden zijn eveneens zeer negatief. Alle deelsectoren in de land- en tuinbouw delen in de klappen. Het Russische handelsembargo zorgt in een aantal sectoren voor een extra bron van onzekerheid en druk op de prijzen. De komende zes maanden plant amper 29 procent van de ondervraagde bedrijfsleiders investeringen, voornamelijk in gebouwen en het machinepark.

Getuigenissen van ondernemers De jongste editie van het LARA wordt doorspekt met de verhalen van negen land- en tuinbouwers die deelnemen aan het Landbouwmonitoringsnetwerk. Dat is een representatieve steekproef van 750 bedrijven, waaraan het LARA veel data ontleent. De getuigenissen geven een inkijk in de boerenstiel en de uitdagende omstandigheden waarin landbouwers ondernemen.
Een ondernemend koppel op een gemengd bedrijf in Leffinge getuigt dat ze houden van het buiten werken en de hele dag samen zijn. De boerenstiel heeft voor hen ook zijn negatieve kanten: landbouwers zijn nooit klaar met hun werk, het onvoorspelbare weer speelt hen parten, de milieunormen worden steeds strenger en de papierwinkel neemt toe. Een melkveehouder merkt op dat hij zeven dagen op zeven in de weer is maar dat niet gewaardeerd wordt in de melkprijs. Ook een champignonteler klaagt dat er in crisistijden geen loon naar werken is. Specifiek voor champignons is er bikkelharde concurrentie door import uit Nederland en Polen. Een echtpaar fruittelers uit Brustem specialiseerde zich in kersen en stootte de braambessenteelt af vanwege de harde concurrentie met grootschalige telers. Ze staan open voor nieuwe dingen: twee gastenkamers, wijn op basis van kersensap en een proefperceel abrikozen.

Sierteler Kristof Van Laere doet niet alleen zijn verhaal in het LARA, hij was ook de gastheer tijdens de rapportvoorstelling. Kristof teelt uitsluitend kamerazalea’s op een areaal van drie hectare. Op zijn bedrijf spotten we de Aiko-azalea in wit en roze, een vrij nieuwe variëteit die door onderzoeksinstelling ILVO veredeld werd en in 2012 het nieuws haalde nadat voormalig Europees president Herman Van Rompuy het plantje doopte. Oude serres hebben op zijn bedrijf plaats gemaakt voor nieuwe, meer energiezuinige serres. De temperatuur daalt er minder snel, wat onder andere te danken is aan de vloerisolatie. De teeltomstandigheden in de serre laten zich eenvoudig opvolgen via de iPad. Zowel de micro-WKK voor energievoorziening als de robot die de planten hanteert en ook de gewasbescherming uitvoert, kunnen via de iPad aangestuurd worden. Maar vergis je niet, sierteelt is geen exacte wetenschap. Kristof moet rekening houden met de grillen van het weer en ook de markt is onvoorspelbaar. Elk jaar is anders.
Hou VILT.be in de gaten voor meer informatie over LARA 2014. Het integrale rapport kan je consulteren via de website van het beleidsdomein Landbouw & Visserij.