Laatste fase voor ruilverkaveling Sint-Lievens-Houtem
nieuwsIn de loop van 2014 worden in het kader van het ruilverkavelingsproject Sint-Lievens-Houtem de nieuwe kavels ingericht en een laatste reeks veldwegen en wandelpaden aangelegd. Vlaams milieuminister Joke Schauvliege maakt ruim 1,6 miljoen euro vrij voor de afwerking van de ruilverkaveling. Ook de betrokken gemeenten, de provincie Oost-Vlaanderen en de grondeigenaars dragen financieel bij.
Het ruilverkavelingsproject van bijna 1.700 hectare bestrijkt het grondgebied van Sint-Lievens-Houtem (1.399 ha), Oosterzele (228 ha), Erpe-Mere (60 ha) en Lede (9 ha) en staat in het teken van landbouwstructuurverbetering, landschapszorg, natuurbehoud, verkeersveiligheid, archeologie, recreatie, enz. Het oorspronkelijke aantal kadastrale percelen is na herverkaveling meer dan gehalveerd (van 5.028 naar 2.277) zodat de gemiddelde grootte steeg van 1 naar 1,5 hectare.
“Dit is een project dat onder meer de lokale landbouw ten goede komt en inspeelt op de recreatieve draagkracht van het gebied. Na deze werken zullen eigenaars, gebruikers en de hele bevolking ten volle kunnen genieten van hun heringerichte omgeving en van een prachtig stuk natuur aan de voet van de Vlaamse Ardennen", deelt minister Schauvliege mee.
Op 12 december werd een akte ondertekend die de ruiloperatie bezegelde. Op die dag werden de eigenaars uit het gebied eigenaar van hun nieuwe percelen. Sinds 25 december kunnen ook de gebruikers hun nieuw stuk grond exploiteren. De ruilverkavelingsakte kent ook 39 hectare natuurgebied toe aan de gemeenten.
Op deze gronden werd circa 20 hectare nieuw bos aangeplant en vijf hectare bos werd heringericht met autochtone boomsoorten zoals eik, es, els, enz. Ook nieuwe en bestaande houtkanten, (knot)bomenrijen, bosranden, erosiestroken, poelen en heringerichte graslanden komen door het ruilverkavelingsproject in het patrimonium van de gemeenten. Er werden ook al verschillende werken uitgevoerd om wateroverlast en erosie te voorkomen.
De verbetering van de veld- en landbouwwegen kreeg eveneens veel aandacht. Zo werden het ontwerp van het wegennet en de herverkaveling op elkaar afgestemd. Vroeger sneden sommige oude kerkwegels kruisgewijs door landbouwpercelen. Ook de verkeersveiligheid, de cultuurhistorische en ecologische waarde van de trage wegen zijn belangrijk. De meeste wegen werden of worden volgend jaar in steenslag (her)aangelegd (33 km). De recreatieve paden (13 km) zijn meestal onverhard gelaten in het ontwerp. Hoofdontsluitingswegen kregen een tweesporenbetonverharding (4 km), de fietspaden een asfaltverharding (6 km).
Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege keurde twee subsidies van in totaal circa 1,6 miljoen euro goed voor de afwerking van het project. Voor het dossier wegenwerken geeft zij een subsidie van 1.094.000 euro , de gemeenten geven 451.000 euro en de provincie Oost-Vlaanderen bijna 23.000 euro. Voor de kavelinrichtingswerken is 515.000 euro toegekend door het Vlaams gewest, de gemeenten geven 198.000 euro subsidie, de eigenaars dragen 117.000 euro bij.
Het geld wordt gebruikt voor de aanleg en verbetering van wegen en recreatieve paden, beplantingen, het opbreken van bestaande wegen en afrasteringen, de (ver)plaatsing van afrasteringen en schuilhokken, het ruimen en de (her)aanleg van grachten, het rooien van begroeiing en bomen, de (her)aanleg van perceelsovergangen, veebrugjes, erosiestroken en allerhande (grond)werken, en de heropbouw van de kapel Sint-Renildis.
De visie op de trage wegen kan hierdoor volledig op het terrein worden gerealiseerd. De missing links tussen de fietspaden en de wandelcircuits rond en tussen de dorpskernen worden weggewerkt. De heraanleg van de wegen is door de vlottere toegankelijkheid van percelen ook voor de landbouw een grote meerwaarde. Nagenoeg alle percelen komen aan een ingerichte openbare weg te liggen.
Om de landbouwstructuur te verbeteren, krijgen eigenaars en gebruikers na ruilverkaveling één of meerdere grote percelen, in plaats van kleinere, meer versnipperde percelen. Met grotere kavels met een betere vorm en dichter bij hun bedrijf besparen landbouwers onder meer arbeidstijd en brandstof.
Beeld: VLM