Kris Peeters - minister-president
duidingDe Vlaamse regering heeft in december 842 miljoen euro uitgetrokken voor een economisch herstelplan. Vorige week lanceerde minister-president Kris Peeters ook crisismaatregelen voor de land- en tuinbouw. Een zachte landing in de aanloop naar de verkiezingen is de landbouwminister niet gegund. De landbouworganisaties smeken nog altijd om extra zuurstof.
Heeft u eigenlijk een zicht op de impact die de economische recessie heeft op de Vlaamse land- en tuinbouwsector?
Kris Peeters: Zelfs doorwinterde economen zouden hun tanden stukbijten op zo’n berekening. Je kan natuurlijk de vinger aan de pols houden door een aantal indicatoren op te volgen, zoals het aantal investeringsdossiers dat ingediend wordt. We hebben ook heel wat voorlichters die op het terrein de temperatuur opmeten bij land- en tuinbouwers. Maar exacte cijfers zijn er niet, temeer omdat we nog altijd in het midden van de storm zitten. Dat de conjunctuurindex van de landbouwadministratie een half jaar geleden al bijna in het rood belandde, voorspelt natuurlijk weinig goeds. Anderzijds horen we wilde verhalen over een forse stijging van het aantal boeren in nood die zich aanmelden bij de vzw Boeren op een Kruispunt, maar daar is in elk geval geen sprake van.
Europa heeft enkele noodingrepen uitgevoerd om de zuivelsector te ondersteunen. Voor de varkenssector heeft u aangedrongen op gelijkaardige maatregelen.
De varkensboeren begonnen vorig jaar langzaam uit een diep dal te klimmen, toen ze als gevolg van de economische recessie plots geconfronteerd werden met een scherpe daling van de vraag naar varkensvlees, en dat wereldwijd. In de chemienijverheid heeft zowat twintig procent van de fabrieken tijdelijke werkloosheid ingeroepen om de gedaalde vraag naar hun producten op te vangen, maar veehouders kunnen natuurlijk niet zomaar hun dieren opzijschuiven. De Europese productie van varkensvlees is de jongste maanden weliswaar licht gedaald, maar dat vertaalt zich jammer genoeg niet in hogere prijzen. Op de volgende ministerraad wil ik het dossier terug op tafel leggen bij mijn Europese collega’s. Op mijn initiatief vertrekt er deze week trouwens opnieuw een brief, mede ondertekend door mijn collega’s Lutgen en Laruelle, richting Europese Commissie. In deze brief pleiten we er nadrukkelijk voor om een aantal dringende maatregelen te nemen om de markten in de varkenshouderij te verlichten.
Is het wel koosjer om opnieuw steunmechanismen zoals exportsubsidies van stal te halen? De directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie, Pascal Lamy, spreekt van een slecht politiek signaal.
Ik heb begrip voor die uitspraak. De Europese Unie heeft in het recente verleden te kennen gegeven dat het bereid is om de uitvoersubsidies af te bouwen tegen 2013, op voorwaarde dat een wto-akkoord wordt afgesloten. Maar zoals u weet, is de Doha-ronde nog altijd niet afgerond. We kunnen op basis van de huidige handelsregels dus nog altijd gebruik maken van exportrestituties. Vergeet ook niet dat Europa ze in 2007 in de zuivelsector als gevolg van de piekende prijzen veel sneller op nul gezet heeft dan oorspronkelijk gepland was. Intussen is de dollarkoers nog altijd laag ten aanzien van de euro, waardoor de export van zuivel in de Verenigde Staten veel vlotter loopt. Op die manier dreigen we een steeds grotere koek van de wereldmarkt te verliezen.
Dat onze land- en tuinbouw sterk exportgericht is, maakt de huidige crisis nog een stuk erger.
Met die nuance dat de problemen niet zozeer te wijten zijn aan exportkredieten, maar wel aan de vraag die gekelderd is, en dit ondanks structurele tendensen zoals de mondiale bevolkingsgroei en toenemende welvaart in de wereld. Die factoren zouden er trouwens wel eens voor kunnen zorgen dat de prijzen voor landbouwgrondstoffen opnieuw de hoogte inschieten van zodra het economisch herstel intreedt.
Met het herstelplan voor de land- en tuinbouwsector wil u twintig miljoen euro vervroegd uitkeren aan de land- en tuinbouwers. Is er geen geld voor bijkomende steunmaatregelen?
Er zullen extra middelen moeten komen om in te spelen op het Europees herstelplan voor de landbouw en om gebruik te maken van de extra middelen in het kader van de health check. Maar wat men er ook van zegt, het zal nog tot de tweede helft van dit jaar duren vooraleer dit allemaal uitgewerkt is. Daarom vond ik het vooral nodig om naast die extra middelen op iets langere termijn een aantal maatregelen te nemen met onmiddellijk resultaat. Het komt er op aan om zo snel mogelijk financiële zuurstof in de agrarische sector te pompen. Deze week wordt aan 1.590 landbouwers die nog een premie voor zoogkoeienpremie moesten krijgen een versnelde uitbetaling verricht. Volgende maand zijn de VLIF-kapitaalpremies aan de beurt en in april volgt de vervroegde uitbetaling van de subsidies voor agromilieumaatregelen. Alleen al die laatste maatregel heeft een impact op 12.000 dossiers bij de overheid. Aan VLAM zullen we vragen om het actieterrein een beetje te verschuiven richting export en we gaan ook wat soepeler en sneller werken in het kader van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds. Zo zullen we wat flexibeler omspringen met de termijn om investeringen uit te voeren.
In Griekenland heeft de regering alle moeite van de wereld om de landbouwers te paaien met herstelmaatregelen waar een prijskaartje aan vast hangt van vijfhonderd miljoen euro. In welke mate laat Europa eigenlijk nog ruimte om boeren en tuinders in moeilijkheden financieel bij te springen?
Europa staat toe dat de lidstaten tot tien procent van hun inkomenssteun afromen. De jongste bijsturing van het Europees landbouwbeleid heeft het mogelijk gemaakt dat dit geld bijvoorbeeld ook aan risicobeheer besteed wordt. Maar bij mijn weten zijn de landbouworganisaties in Vlaanderen er niet onmiddellijk voorstander van om van deze mogelijkheid gebruik te maken. Daarnaast heeft de EU nog niet zo lang geleden de modaliteiten versoepeld voor steun die niet moet aangemeld worden, de zogeheten ‘de minimis’. Gespreid over drie jaar gaat het om een maximaal bedrag van 7.500 euro per producent. Dit maakt het mogelijk om beperkte crisismaatregelen te nemen in het kader van het Landbouwinvesteringsfonds. Landbouwbedrijven die in moeilijkheden verkeren, kunnen steeds individueel contact opnemen met de diensten van het Landbouwinvesteringsfonds om eventueel uitstel van aflossing te bekomen.
De extra budgetten die de Europese Commissie met zijn economisch herstelplan wil injecteren in projecten op het vlak van energie en breedband wil Boerenbond besteed zien in een modernisering van de distributienetten zodat er meer ruimte komt voor de decentrale productie van groene stroom.
Dat lijkt me niet haalbaar omdat Europa dit geld wil inzetten voor een heel beperkt aantal grote energieprojecten. Die zullen onder meer in de nieuwe lidstaten de stabiliteit moeten bevorderen van de gasaanvoer vanuit Rusland. Anderzijds krijgen de Europese lidstaten dit jaar wel een half miljard euro extra plattelandssteun. Momenteel weten we nog niet welk aandeel van dat steunbedrag naar Vlaanderen zal vloeien, maar het staat wel vast dat het geld nog in 2009 moet ingezet worden. Daarom zullen we nog vóór de Vlaamse verkiezingen een aangepast programma voor plattelandsontwikkeling indienen bij Europa.
Na de rondetafel die u vorig jaar georganiseerd heeft met alle betrokken partijen wil u de komende maanden ook nog een aantal stappen voorwaarts zetten op het vlak van risicobeheer?
Vorige week zijn internationale experts tijdens een nieuwe bijeenkomst toelichting komen geven bij de manier waarop het systeem in Spanje werkt. Bij ons hebben we in het kader van de gemeenschappelijke marktordening groenten en fruit de telerverenigingen verplicht om maatregelen op het vlak van risicobeheer op te nemen in hun operationeel programma. Eigenlijk doen zij dienst als een soort experimenteerkamer. We stellen vast dat verzekeringen tegen hagelschade het goed doen, maar private verzekeringssystemen inschakelen als een alternatief voor inkomensbeheer is momenteel nog een brug te ver. Dat zal misschien iets zijn voor het Europees landbouwbeleid na 2013. Het feit dat Europa het risicobeheer heeft ondergebracht in de eerste pijler van het landbouwbeleid maakt het er voor Vlaanderen trouwens niet makkelijker op om hiervoor de nodige budgetten te voorzien.
Stilaan komt het debat over het landbouwbeleid na 2013 op gang. De Nederlandse landbouwminister heeft haar standpunten reeds uit de doeken gedaan in de zogeheten ‘Houtkoolschets’, een achttien pagina’s tellend document. Waarop wacht u?
In Nederland gooien beleidsmakers wel vaker de knuppel in het hoenderhok, waarna de stakeholders de kans krijgen om te reageren. Ik kies voor de omgekeerde aanpak: we geven de betrokkenen brede inspraakmogelijkheden en laten de geesten rijpen. Dit verschil in methodiek heeft te maken met een andere cultuur. Welke aanpak het beste is, laat ik in het midden. Ik stel alleen vast dat de Europese Commissie ook nog geen voorstellen over het landbouwbeleid na 2013 op tafel heeft gelegd. Het debat over de begroting van de Europese Unie moet ook nog gevoerd worden, en dan zijn er ook nog de Europese verkiezingen.
Een cruciale vraag is wat er in de periode na 2013 moet gebeuren met de eerste pijler van het landbouwbeleid. In welke mate moet de inkomenssteun overeind blijven?
Zolang we in Europa kiezen voor strengere productie-eisen op het vlak van bijvoorbeeld milieu en dierenwelzijn, moeten we voor een stevige ondersteuning zorgen. Als we geen chloorkippen en hormonenvlees op ons bord dulden, moeten we daar iets voor over hebben. We zullen dus ook in de toekomst nood hebben aan een soort inkomenspijler, of hoe dat instrument ook mag heten. Door de mogelijkheid om inkomenssteun vrijwillig af te romen en de opname van het risicobeheer in de eerste pijler is het onderscheid tussen het markt- en plattelandsbeleid alleszins aan het vervagen.
Komen er op korte termijn nog meer stappen op weg naar een zachte landing voor de melkquota?
Bij de opmaak van het stappenplan met het oog op de afschaffing van de melkquota in 2015 werd afgesproken om de situatie regelmatig te evalueren. Vandaag leeft als gevolg van de slechte situatie op de zuivelmarkt en het resultaat van de health check de verwachting dat de quotahandel sterk zal terugvallen. Een bijkomende daling van de quotumprijs bij verkoop aan het quotumfonds is dus noodzakelijk. Daarnaast bestuderen we of er in de huidige reglementering elementen zitten die op bedrijfsniveau een verdere kostenbesparing belemmeren. De melkprijzen hebben momenteel te lijden onder het feit dat melk eigenlijk het luxeproduct bij uitstek is in het hele gamma van landbouwproducten. De hoge grondstoffenprijzen en daarna de economische crisis hebben de vraag flink naar beneden doen tuimelen.
De relatie tussen melkveehouders en zuivelindustrie is al een hele tijd gespannen, maar bereikte door de affaire rond Fabrelac een nieuw dieptepunt.
Volgende week brengen we beide partijen rond de tafel om hen een intentieverklaring te laten ondertekenen. Het is de bedoeling dat ze samen met de overheid regelmatig gaan overleggen over de problemen in de zuivelsector, met de bedoeling om een serene werksfeer te creëren. Tot hiertoe was er enkel fragmentarisch overleg in technische werkgroepen.
Een sector die het al jaren moeilijk heeft, is die van het vleesvee.
Die bedrijfstak krijgt minder subsidies dan in het verleden en bovendien is er een sterke concurrentie vanuit regio’s die nu eenmaal veel goedkoper rundvlees kunnen produceren, in de eerste plaats Brazilië. Het resultaat is dat Europa geëvolueerd is van een uitvoerder naar een netto-importeur van rundvlees. In eigen land beschikken we dankzij onze witblauwe runderen over een uitstekend product, maar we geraken er nauwelijks de grens mee over. Ondanks de weerbarstige markt geloven we echt in de exportkansen van ons rundvlees. Via een aantal dialoogdagen willen we de sector de komende weken in elk geval grondig analyseren. Die kennis moet ons ook toelaten om binnen enkele maanden de juiste beslissing te nemen over de ontkoppeling van de zoogkoeienpremie.
Straks lanceert u ook nog het Witboek voor Landbouwonderzoek. Wat is het belang ervan?
Eerder hebben we een platform in het leven geroepen waarmee we er in geslaagd zijn om alle onderzoeksinstellingen in Vlaanderen met elkaar in dialoog te laten treden. Aan dat overlegorgaan hebben we de vraag gesteld met welke thema’s het landbouwonderzoek zich tot 2020 moet bezighouden. Op dat ogenblik moet Vlaanderen één van de Europese topregio’s zijn op het vlak van landbouw. Via onderzoek en innovatie moeten we onze zwakke punten wegwerken, zeker ook gezien onze roeping om een steentje bij te dragen aan de mondiale voedselbevoorrading. Dat is een duidelijke boodschap voor de volgende regering, die voor deze doelstelling de nodige budgetten zal moeten vrijmaken.
Naar welke verwezenlijkingen in de agrarische sector blikt u tot hiertoe met de meeste voldoening terug?
Dan komt het mestdecreet zeker op de eerste plaats. Dat dossier heeft veel overleg gevergd, maar dat ligt me wel. Zo hebben we voor het actieplan van de biologische landbouwsector een consensus kunnen uitwerken tussen protagonisten die elkander er nog niet zolang geleden van beschuldigden ofwel vervuiler ofwel geitenwollen sok te zijn. Dat we er de voorbije legislatuur in geslaagd zijn om 50 miljoen euro extra te injecteren in het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, is natuurlijk ook erg belangrijk. En ik ben blij dat de landbouwadministratie zich na de regionalisering van de landbouw kunnen settelen heeft op Vlaams niveau. Aanvankelijk werden de landbouwambtenaars een beetje over het hoofd gezien door de beleidsdomeinen Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening. Maar intussen hebben we daar een stevige voet tussen de deur gekregen.