Klimatoloog verzoent opwarming en ontwikkelingshulp
nieuwsIn Peru worden met ontwikkelingsgelden projecten gespijsd om de watervoorziening aan te zwengelen. Water wordt afgeleid van een gletsjers. Probleem is echter dat het ijs almaar sneller wegsmelt, een gevolg van de opwarming van de aarde. De houdbaarheidsdatum en duurzaamheid van zulke projecten smelten dus even snel weg. Liefst 55 procent van de projecten van de Wereldbank zijn op gelijkaardige manieren 'klimaatgevoelig' en een kwart ervan riskeert schade op te lopen door de klimaatverandering.
Naar aanleiding van die vaststelling heeft de Belgische ontwikkelingssamenwerking een internationale conferentie georganiseerd waar experts de uitdaging om klimaatverandering en ontwikkelingshulp te verzoenen uiteenzetten. De problematiek is driedubbel. Veel klassieke landbouw- en waterprojecten lopen schade op door extremer weer, onverwachte droogtes, smeltende gletsjers en overstromingen. Ook bijvoorbeeld steun aan lokale visserij moet herbekeken worden omdat er steeds meer soorten bedreigd zijn.
Daarnaast hebben steeds meer mensen in arme landen hulp nodig net omdat het op hol geslagen klimaat hun broodwinning aantast. "De facto zijn vooral landbouwprojecten in de Sahel nu al een respons op klimaatschade", zegt Marc-Olivier Herman, campagneleider van Greenpeace België. "Dat net die landen die het minst de klimaatverandering veroorzaken het hardst getroffen worden is een dubbel onrecht en betekent dat wij de plicht hebben onze hulp op die klimaateffecten toe te spitsen.
Voorts is het zo dat ontwikkelingshulp soms het klimaat schaadt. Herman: "De Wereldbank sponsort bijvoorbeeld armoedebestrijding in bosgebieden van Congo maar dat betekent steeds meer ontbossing, een van de oorzaken van CO2-uitstoot. Een ander voorbeeld zijn de koffie- en theeteelt. Ons land sponsort die teelten in onder andere Rwanda en Burundi. Maar er worden veel fossiele brandstoffen gebruikt om de bladeren te drogen, wat jaarlijks ongeveer 15 miljoen ton extra CO2 in de lucht betekent.
"Er is altijd een spanningsveld tussen armoede bestrijden en klimaatschade vermijden. Die teelten steunen is nodig voor die gemeenschappen. Maar door bijvoorbeeld te drogen met zonne-energie voorkom je meer uitstoot en blijft de ontwikkelingshulp solide", zegt Herman.
Op dit moment wordt maar twee procent van de ontwikkelingshulpprojecten getoetst aan klimaatgevoeligheid. Minister Michel heeft evenwel de ambitie klimaatverandering en ontwikkelingssamenwerking te verzoenen en hij hoopt dat het Belgisch beleid een voorbeeld kan worden op wereldvlak.
Michel stelt daarom internationaal vermaard klimatoloog Jean-Pascal van Ypersele aan om voorstellen tot verbetering uit te werken. Van Ypersele laat alvast verstaan dat er vooral nood is aan personeel in de Belgische ontwikkelingssamenwerking dat zich bezighoudt met de klimaatproblematiek en dus aan meer middelen. Herman: "Er is ook een revolutie in het denken over ontwikkelingshulp voor nodig.
Een afgevaardigde uit Ecuador gaf een voorzet. "In een gebied dat om zijn biodiversiteit zou moeten worden beschermd, is een olieveld ontdekt. De arme bevolking zou er graag geld mee verdienen maar beseft de effecten op het milieu. Dus ze stellen voor dat de rijke landen ontwikkelingshulp bieden in de vorm van duurzame energie- en landbouwprojecten zodat ze het olieveld niet hoeven te ontginnen.(KS)
Bron: De Morgen