Intensieve veehouderij: opportuniteit of bedreiging?
nieuwsOp 22 mei, dag van de biodiversiteit, wezen Ecolife en EVA, het Ethisch Vegetarisch Alternatief, vleesconsumptie aan als boosdoener voor het uitsterven van planten en dieren. Wetenschappers van Wageningen UR trokken eerder deze maand de tegenovergestelde conclusie. Zij zien in intensieve veehouderij een efficiënte manier om de groeiende wereldbevolking te voeden binnen de draagkracht van onze planeet.
2010 is het jaar van de biodiversiteit en 22 mei werd uitgekozen als dag van de biodiversiteit. Voor milieuorganisatie Ecolife en voor EVA, het Ethisch Vegetarisch Alternatief, het sein om stil te staan bij het uitsterven van planten- en diersoorten op onze planeet. Beide organisaties wijzen vleesconsumptie, in se de veehouderij, als grote boosdoener met de vinger.
De stijgende wereldbevolking veroorzaakt een grote druk op het milieu. Maar EVA en Ecolife wijzen nog op een ander soort overbevolking, met name die van veedieren. “Voor elke mens lopen er meer dan drie landbouwdieren rond op aarde”, maken zij de rekening. “De kippen zijn met 17 miljard in de meerderheid. Het gewicht van de 1,5 miljard runderen overtreft dat van de menselijke bevolking. En dan hebben we het nog niet over het miljard varkens en de 1,9 miljard schapen en geiten”, zeggen EVA en Ecolife.
Om de gevolgen van die overbevolking aan te kaarten, citeren beide organisaties uit het rapport 'Livestock’s Long Shadow' van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO): “het ziet er naar uit dat veeteelt wel eens de belangrijkste speler zou kunnen zijn in het verlies aan biodiversiteit, aangezien het de grootste oorzaak is voor ontbossing en één van de belangrijkste oorzaken voor landerosie, vervuiling, klimaatverandering, overbevissing (…)”.
Daarmee beroepen ze zich op een heel andere manier op de woorden van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie in vergelijking met twee wetenschappers van het Departement Dierwetenschappen van Wageningen Universiteit. De Nederlandse wetenschappers Johan Arendonk en Mart de Jong vinden evenzeer dat er iets moet veranderen . Maar zij zien juist in de intensivering van de veehouderij de oplossing van vele problemen. "Alleen een intensieve veehouderij kan de groeiende wereldbevolking voeden binnen de draagkracht van onze planeet", zeggen de wetenschappers in een gesprek eerder deze maand met het Brabants Dagblad (Nederland).
Arendonk en de Jong verwijzen naar de wereldvoedselorganisatie FAO die wees op de noodzaak om de productie de komende jaren verder te doen toenemen om de groeiende wereldbevolking te kunnen voeden. Die uitdaging is enorm want nu al wordt de draagkracht van de aarde overschreden. "Het voeden van de wereldbevolking vraagt ontegensprekelijk een vorm van veehouderij waarin grondstoffen op een efficiënte manier worden omgezet in voedsel voor de mens", concluderen beide wetenschappers. "Veehouderij verdient dus een eerlijke kans".
“Alleen door het terugdringen van verliezen en een verbetering van de efficiëntie is het mogelijk om voldoende voedsel te produceren en tegelijkertijd de gevolgen voor het milieu te beheersen. Een zorgvuldige intensieve veehouderij biedt de meeste kansen om voldoende voedsel te produceren en tegelijkertijd de ecologisch footprint te reduceren”, aldus de wetenschappers. De veehouderij zet immers plantaardige grondstoffen, gras en reststromen, om in voor menselijke consumptie geschikte vlees- en zuivelproducten. Bovendien kunnen meststoffen uit de veehouderij bijdragen aan biogasproductie en zijn het waardevolle grondstoffen voor de akker- en tuinbouw.
"Met behulp van technologische doorbraken kan de intensieve veehouderij op een zorgvuldigere manier worden ingevuld. Dat wil zeggen met zorg voor milieu, volksgezondheid, diergezondheid en dierenwelzijn. Goed vakmanschap van de veehouder kan worden ondersteund met technologische hulpmiddelen en wetenschappelijke kennis . Een intensieve vorm van veehouderij levert zo een bijdrage aan het voeden van de groeiende wereldbevolking binnen de draagkracht van onze planeet", formuleren Arendonk en de Jong hun visie.
Bron: AgriHolland/eigen verslaggeving