IBR kost veehouder jaarlijks 11 tot 37 euro per koe
nieuwsIBR is niet louter een handelsziekte die enkel gevolgen heeft voor de export. Volgens Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) is het ook een economische ziekte die leidt tot productieverlies voor een bedrijf. De organisatie becijferde het jaarlijks verlies op 11 tot 37 euro per koe aanwezig op een IBR-bedrijf. “Uiteraard kan dit ook het gevolg zijn van een algemeen hoger gezondheidsmanagement op bedrijven met een IBR-vrij statuut, maar toch kan men aannemen dat IBR-bestrijding een belangrijke duit in het zakje doet”, klinkt het bij DGZ.
Door de verplichte bestrijding van IBR de laatste jaren, maar ook door het feit dat de virusstammen milder zijn, lijkt IBR minder belangrijk te worden. “Toch is IBR vaak verdoken aanwezig op het bedrijf”, waarschuwt DGZ. “De dieren vertonen dan geen duidelijke ziektetekenen, maar bouwen wel antistoffen op en blijven latent drager van het virus. Op momenten van stress, zoals bij het mengen van dieren, wordt er meer virus uitgescheiden en verspreid op het bedrijf.” Ook bij zo’n verdoken aanwezigheid is de schade door IBR volgens DGZ niet te onderschatten.
Op melkveebedrijven uit dit zich in een daling van de melkproductie. Uit een Nederlandse studie blijkt dat die ‘milkdrop’ kan oplopen tot 9,5 liter per koe en een Britse studie geeft aan dat een IBR-drager dagelijks gemiddeld 2,6 kilogram minder melk produceert dan IBR-vrije dieren op hetzelfde bedrijf. IBR is ook gekend als oorzaak van abortus, zowel in de vroege als late dracht. In 2011, toen IBR nog werd onderzocht in het abortusprotocol van het Voedselagentschap, had 21 procent van de onderzochte koeien antistoffen tegen IBR. Op vleesveebedrijven zijn abortusstromen met een verwerpingspercentage tot tien procent beschreven.
Daar tegenover staat dat op IBR-vrije bedrijven zowel de geboorte- als sterftecijfers gunstiger zijn ten opzichte van de gemiddelde cijfers voor Vlaanderen. DGZ berekende dat bedrijven met I3-statuut (bedrijven die IBR-vrij zijn, nvdr) in 2011, net voor de start van de verplichte IBR-bestrijding, 4,66 procent meer geboortes hadden ten opzichte van I2-bedrijven (bedrijven waar IBR-vaccinatie verplicht is, nvdr). Ook wat de sterftecijfers betreft, is er een duidelijk verschil. Op IBR-vrije bedrijven stierven er in 2011 en 2013 respectievelijk 2,42 procent en 1,77 procent minder dieren dan op bedrijven met een I2-statuut.
“Hoewel IBR al lang niet meer de agressieve ziekte is zoals ze in de jaren ’60 vanuit Amerika in Europa binnenkwam, komen er vandaag toch nog steeds explosieve uitbraken voor, vooral op vleesveebedrijven. Het IBR-virus lokt frequent griepuitbraken uit met sterfte, groeivertraging en sterk oplopende behandelingskosten tot gevolg”, legt DGZ uit. “Vaak komen deze uitbraken voor een drietal weken na introductie van nieuwe dieren. De dieren hebben dan meer last van stress wat leidt tot een verhoogde uitscheiding van het virus.” Gezien de financiële impact van de ziekte heeft een veehouder dus zeker baat bij IBR-bestrijding, waarschuwt de organisatie.