nieuws

Hoe samenleven met de wolf?

nieuws
Nu de wolf naar alle waarschijnlijkheid zijn eerste twee schapen heeft doodgebeten, laait de discussie over het samenleven met wilde dieren weer op. Moet de overheid compensaties voorzien voor getroffen veehouders of moet ze net preventieve maatregelen ondersteunen? Waar alle partijen het over eens zijn: het is hoog tijd voor een wolvenplan. Want de kans is reëel dat de eerste Vlaamse wolf in meer dan een eeuw tijd hier nog een hele poos zal blijven.
23 januari 2018  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:43
Lees meer over:

Nu de wolf naar alle waarschijnlijkheid zijn eerste twee schapen heeft doodgebeten, laait de discussie over het samenleven met wilde dieren weer op. Moet de overheid compensaties voorzien voor getroffen veehouders of moet ze net preventieve maatregelen ondersteunen? Waar alle partijen het over eens zijn: het is hoog tijd voor een wolvenplan. Want de kans is reëel dat de eerste Vlaamse wolf in meer dan een eeuw tijd hier nog een hele poos zal blijven.

Ondergelopen weiden door een beverburcht, door everzwijnen geplunderde maïsvelden of recenter: schapen, doodgebeten door een wolf. Hoe gaan we om met de schade die wilde dieren veroorzaken? De vraag is actueler dan ooit nu de wolf na een afwezigheid van minstens 150 jaar weer opduikt in Vlaanderen. “Het is toch logisch dat een landbouwer zijn oogst en zijn vee beschermt”, zo vindt Jan Loos van Welkom Wolf / Landschap vzw. “Zo is het eeuwenlang geweest.”

Als er toch schade is, en de dader een beschermde diersoort is, dan voorziet de Vlaamse overheid een vergoeding. Als de soort bejaagbaar is, zoals het everzwijn of de vos, dan zijn jagers verantwoordelijk voor het evenwicht. Behalve als de dieren uit een natuurgebied komen. “Bewijs dat maar eens aan een rechter”, klinkt het bij Boerenbond. “In Limburg vreten everzwijnen akkers leeg. Maar de landbouwers moeten dat zelf betalen, omdat ze niet kunnen aantonen uit welk bos de beesten komen.”

“Dat is toch geen beleid?”, reageert Jan Rodts van Vogelbescherming Vlaanderen. “Het is pure symptoombestrijding, want binnenkort zijn die everzwijnen terug. Hetzelfde met de vos: er zijn 30.000 vossen in Vlaanderen, er worden er elk jaar 10.000 afgeschoten. Maar andere vossen nemen hun plek in. Waarom nemen mensen geen simpele maatregelen? Voor de everzwijnen: je veld omrasteren met lage stroomdraad. Voor de vos: een kippenhok dat bij schemering dichtgaat. Oké, dat is een eenmalige investering: 100 euro voor een lichtsensor die het hok sluit. Maar je bent wel jaren beschermd. Op termijn zal je méér betalen voor nieuwe kippen dan voor een goed hok.”

Natuurorganisaties zien graag meer overheidsgeld naar preventie vloeien en minder naar bestrijding. Bevoegd minister Joke Schauvliege ziet het anders: “Kijk naar alle wilde soorten die terugkwamen: het natuurbeleid werkt. Wij willen ook terug naar een goede band tussen mens en dier. Maar dan moeten we rekening houden met beide partijen: mens én dier. Dus ondersteunen we de bever, maar ook de boer van wie de akker onder water loopt door een dam.”

Wat de wolf betreft hoeven de meeste veehouders alvast geen schrik te hebben. “Voor landbouwers met runderen en paarden zal de impact wellicht miniem zijn”, aldus Jan Loos. “Ik sluit niet uit dat de wolf een veulen of kalf zal aanvallen, maar de kans is zeer klein. Vooral schapenhouders zijn de pineut.” Wolven richten zich doorgaans op wilde prooien zoals everzwijnen of reeën. “Ook deze wolf”, zegt Loos. “In Nederland heeft ze al reeën gepakt. Ze weet dus hoe ze wild moet vangen en kan perfect overleven in de natuur.” Veehouders die toch dode dieren aantreffen, moeten meteen het Agentschap Natuur en Bos op de hoogte brengen.

Hobbyboeren krijgen de raad hun dieren op te hokken. Professionele landbouwers installeren het best een schrikdraadraster. “Op lange termijn kijken zij het best uit naar Roemeense herdershonden”, zegt Loos. “Die zijn erg efficiënt in het beschermen van de kudde en zullen de confrontatie met de wolf aangaan. Ze droegen destijds meestal een halsband met stalen pinnen op, om te verhinderen dat de wolf hen naar de keel kan grijpen. Hoe meer moeite een wolf moet doen om een prooi te vangen, hoe kleiner de kans dat hij daadwerkelijk aanvalt.”

Vallen er toch slachtoffers, dan worden de kadavers best zo snel mogelijk weggehaald. “Doodt een wolf een ree in het wild, dan kan hij daar een week van eten”, legt Loos uit. “De wolf moet leren dat het niet loont om schapen te doden.” De kans is overigens reëel dat de wolf nog een hele poos in ons land blijft, ook al zit er geen partner in dat gebied. “Mannetjes blijven zwerven tot ze een partner vinden, maar vrouwtjes blijven tot zes jaar ter plaatse wachten tot er een mannetje komt. Eigenlijk betekent dat dat ze misschien levenslang wacht, want binnen zes jaar is haar leven voorbij.”

“Hoe dan ook zal het een impact hebben op het dierenbestand”, zegt Loos nog. “Op een populatie van tienduizenden reeën zul je dat niet meteen merken. Maar op de lange termijn zal het gedrag van de dieren wijzigen. Een everzwijn kon vroeger op zijn gemak staan wroeten. Nu moet het over zijn schouder kijken en controleren of er geen wolf in de buurt is. Zelfs één wolf heeft dat effect. Ze zullen het minder makkelijk hebben.” En als je zelf een wolf zou tegenkomen? “Niet panikeren. En een foto nemen. Anders zal niemand je geloven.” 

Bron: Het Nieuwsblad / De Morgen

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek