nieuws

Heeft tafeldruiventeelt nog professionele toekomst?

nieuws
In de zuidrand van Brussel, meer dan vijftig jaar geleden het bruisende mekka van de Vlaamse tafeldruiventeelt, lijkt de professionele teelt van tafeldruiven op zijn laatste benen te lopen. Of niet? De laatste jaren stijgt de interesse in het streekproduct, met onder meer druk bijgewoonde cursussen en renovaties van oude serres, zo schrijft De Standaard. Al lijkt de tafeldruif vooral te zullen voortleven via hobbyteelt. “Dit is nochtans een uitstekend bedrijf om over te nemen”, aldus de 61-jarige teler Filip Luppens. “Maar het zal niet evident zijn om iemand te vinden.”
24 januari 2018  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:43
Lees meer over:

In de zuidrand van Brussel, meer dan vijftig jaar geleden het bruisende mekka van de Vlaamse tafeldruiventeelt, lijkt de professionele teelt van tafeldruiven op zijn laatste benen te lopen. Of niet? De laatste jaren stijgt de interesse in het streekproduct, met onder meer druk bijgewoonde cursussen en renovaties van oude serres, zo schrijft De Standaard. Al lijkt de tafeldruif vooral te zullen voortleven via hobbyteelt. “Dit is nochtans een uitstekend bedrijf om over te nemen”, aldus de 61-jarige teler Filip Luppens. “Maar het zal niet evident zijn om iemand te vinden.” 

De professionele druiventeelt is vergane glorie. In de jaren zestig waren Hoeilaart, Overijse, Duisburg en Huldenberg 'glazen dorpen', maar in de jaren 70 stuikte de teelt in elkaar. Dat kwam door het openstellen van de Europese markt. Plots kochten we goedkope druiven uit het zuiden. De Vlaamse druif is niet goedkoop, en kan dat door de hoge stookkosten ook niet zijn. Door de kelderende vraag werd het interessanter voor de serristen om hun domeinen te verkopen als bouwgrond. Wie vandaag door de straten van de druivengemeenten rijdt, ziet nog wel typische serristenvilla's, maar weinig serres.

Toch leeft de passie voor de druiventeelt ook vandaag nog verder in de streek. Zo organiseert de vzw 3Wplus cursussen rond de teelt en renoveert ze ook authentieke serres. Daarnaast werden alle Vlaams-Brabantse druivenvariëteiten verzameld op één domein. Cursisten kunnen er een druivelaar huren. Alles gebeurt in samenwerking met de gemeente. “Net als in Hoeilaart kun je sinds kort ook in Overijse een premie krijgen als je een oude serre oplapt”, aldus de burgemeester van Overijse Inge Lenseclaes. “Er moet wel minstens één druivelaar in de serre staan.”

Is het de bedoeling om de druiventeelt weer aan te zwengelen? De burgemeester is voorzichtig. “We bekijken druiventeelt meer en meer als een hobby. Er is almaar meer interesse van de inwoners.” Filip Luppens is één van de zowat twintig beroepstelers die de Druivenstreek nog rijk is. “Ik begon eraan toen alle oude serristen zeiden dat we beter zouden stoppen”, aldus Luppens. “Maar ons domein is geen bouwgrond: onze serres liggen niet langs de straat waardoor de grond verkopen als bouwgrond niet kon. Ik heb meteen een een grote, moderne serre gezet en geautomatiseerd waar mogelijk. Dat heeft het verschil gemaakt, denk ik.”

“Ik heb een bloeiend bedrijf”, aldus Luppens. “De vraag is groter dan mijn aanbod. Maar wie komt er na ons? Ik word nog altijd tot de jonge telers gerekend, maar over vier jaar wil ik wel met pensioen. Mocht er hier een jonge tuinbouwer langskomen, dan kan ik mooie cijfers voorleggen. Dit is een uitstekend bedrijf om over te nemen. Maar het zal niet evident zijn om iemand te vinden. Ik blijf in elk geval jonge planten aanplanten, zodat ik tot mijn pensioen op volle capaciteit kan blijven draaien. De cursus vind ik overigens een prima initiatief, al denk niet dat er uit die hobbytelers een nieuwe beroepsteler opstaat.” 

Bron: De Standaard

Beeld: Proeftuinnieuws

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek