nieuws

Guatamalteekse boeren laten Belgische toeristen vrij

nieuws
De vier Belgische toeristen die vrijdag in Guatemale gegijzeld werden door de boerenbeweging Encuentro Campesino zijn op vrije voeten. In ruil zouden enkele leden van de boerenorganisatie vrijgelaten zijn, maar niet hun leider Ramiro Choc die op 14 februari opgepakt werd. Zowat de helft van de meer dan twaalf miljoen inwoners van Guatemala zijn inheemse boeren, van Maya-origine. Velen van hen zijn landloos en bezetten vaak grond om daar wat voedsel voor hun gezinnen op te kweken.
15 maart 2008  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:03
De vier Belgische toeristen die vrijdag in Guatemale gegijzeld werden door leden van de boerenbeweging Encuentro Campesino zijn op vrije voeten. Dat heeft een woordvoerder van de Guatemalteekse regering gezegd tegen het persbureau Associated Press. Buitenlandse Zaken bevestigt het bericht. Volgens woordvoerder François Delhaye zouden in ruil drie leden van de boerenorganisatie vrijgelaten zijn, maar niet hun leider Ramiro Choc.

In het gebied waar de Belgische gijzelaars uit het Gentse gevangen zaten, bevonden zich sinds vrijdag meer dan vierhonderd speciale troepen van de nationale politie en het leger van Guatemala. Ze wachtten er een eventuele reddingsactie af. Tijdens een interview op een lokale radio, verklaarde een van de boerenleiders dat het "de staat is die schendingen begaat, niet wij. Wij oefenen enkel ons recht op protest uit". De ontvoerders eisten de vrijlating van Ramiro Choc, een van hun leiders die op 14 februari opgepakt werd door de politie. Ze claimen ook landrechten op een stuk grond dat ze reeds tien jaar bezetten, maar nu dreigen kwijt te spelen.

Over de manier waarop de Belgen uiteindelijk zijn vrijgekomen, bestaan verschillende versies. Volgens de gijzelnemers zat er niets anders op dan de Belgen te laten gaan nadat de politie er met boten en helikopters in geslaagd was om de groep te localiseren. Daarop zou er een klopjacht ontstaan zijn waarbij één lid van de boerenbeweging is omgekomen. De politie ontkent dat er bij de actie een dodelijk slachtoffer is gevallen. Of de plaatselijke autoriteiten zich nu gaan buiten over de verzuchtingen van de boeren, is ook niet duidelijk.

Zowat de helft van de meer dan twaalf miljoen inwoners van Guatemala zijn inheemse boeren, van Maya-origine. Velen van hen zijn landloos en bezetten vaak grond om daar wat voedsel voor hun gezinnen op te kweken. Guatemala spant de kroon inzake onevenwichtige landverdeling: 57 procent van het land is in handen van minder dan twee procent van de commerciële landbouwbedrijven, 92 procent van de boeren bewerkt iets meer dan een vijfde van alle gronden, bijna driekwart van het vruchtbare land ligt braak.

De strijd om land was in de jaren zestig één van de oorzaken van de burgeroorlog die pas in 1996 werd beëindigd en waarin zo'n kwart miljoen mensen werd gedood of spoorloos verdween. Het vredesakkoord zette agentschappen op om landloze boeren aan grond te helpen. Maar uit een rapport van de internationale christelijke ngo Social Alert blijkt dat er weinig of niets is veranderd. Die overheidsdiensten zijn er ook niet in geslaagd om land dat tijdens de burgeroorlog illegaal werd onteigend en in handen kwam van de staat of van militairen, terug aan de oorspronkelijke eigenaars te geven.

De onteigening van de inheemse boeren startte al ten tijde van de Spaanse verovering van het land, maar nam vooral in de negentiende eeuw grote proporties aan. Toen werden fincas of latifundios gevormd, grote commerciële koffieplantages. Vaak werden inheemse boeren gedwongen om op die plantages te werken. De rancheros woonden er met hun gezinnen en hun baas zorgde voor huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs voor de kinderen. Maar de jongste jaren is hun toestand erg verslechterd.

De sterke Aziatische concurrentie werd vele koffieplantages in Guatemala fataal. Ze dankten hun werkers af zonder enige vorm van vergoeding. Als ze toch werk hebben op de fincas is het nu als tijdelijke arbeidskracht, ingehuurd voor soms niet meer dan enkele weken. Sociale zekerheid of arbeidsrechten zijn onbestaande. Meestal worden ze zelfs niet betaald per uur, maar op basis van productiviteit. De normen liggen daarbij echter zo hoog, dat de boeren slechts een hongerloon opstrijken.

De boeren pogen zich te verenigen, maar de vakbondsleiders worden constant lastig gevallen door de finqueros (de eigenaars van de fincas) en de lokale autoriteiten. Vaak mogen kinderen van vakbondsleden ook niet meer naar de finca-school. Ten einde raad bezetten de boeren landerijen om hun rechten af te dwingen. De voorbije jaren schuwde de overheid het geweld niet.(KS)

Bron: Associated Press/De Standaard

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek