Gezocht: biopluimveehouder
nieuwsBio zoekt Boer, het bioplatform dat ondersteund wordt door de Vlaamse overheid, Boerenbond, ABS en BioForum, is op zoek naar meer biologische pluimveehouders. Zowel bestaande pluimveebedrijven als onervaren starters worden aangemoedigd de “bioswitch” te maken om zo tegemoet te komen aan de gestaag groeiende vraag naar biologisch kippenvlees. Bio zoekt Boer zet de troeven van de biokip op een rij.
In een korte reportage over een gemengde bioboerderij in Wallonië, waar onder meer ook biokippen worden gekweekt, komen de belangrijkste verschillen met de gangbare pluimveehouderij aan bod. Zo leeft een biokip minimum 70 dagen of tien weken, terwijl een gangbare vleeskip gemiddeld na 42 dagen of zes weken wordt geslacht.
De biopluimveehouderij produceert volgens een specifiek biolastenboek. Dat houdt onder meer in dat er maximaal 4.800 vleeskippen per stal gehuisvest mogen worden. Gezien de norm van tien dieren per vierkante meter moet de stal dus 480 vierkante meter groot zijn en moet elke kip bovendien beschikken over een buitenloop van vier vierkante meter. In de gangbare pluimveehouderij hebben vleeskuikens die buitenloop niet en bedraagt het gemiddelde aantal kippen per vierkante meter 20 à 22 stuks.
De biologische veehouderij is principieel grondgebonden met twee grootvee-eenheden (GVE) per hectare, wat rekening houdend met de buitenloop overeenkomt met 580 braadkippen per hectare. Dat maakt dat een biopluimveehouder een aanzienlijke oppervlakte nodig heeft om aan die norm te voldoen en verklaart ook waarom het overgrote deel van de Belgische biokippenboeren in Wallonië gevestigd is.
Steven Jespers, directeur van de Aalsterse pluimveeslachterij Belki, legt uit: “Het extensieve karakter van de Waalse bioveehouderij maakt de verplichte mestafzet makkelijker. Bovendien beschikt Wallonië over veel weidegrond geschikt voor buitenloop. Die broodnodige grond ontbreekt vaak in Vlaanderen en is bovendien duur. Een biokippenboer heeft al gauw twee hectare weide nodig per stal. Hij mag maximaal drie stallen hebben, anders wordt het bedrijf te grootschalig, en combineren met industriële pluimveehouderij is strikt verboden.”
Het omschakelen naar een biopluimveebedrijf is daardoor niet goedkoop: “Een boer die van nul begint, moet goed rekening houden met het zware kostenplaatje. De bouw van een biopluimveestal loopt op tot 120.000 euro en twee hectare landbouwgrond in Vlaanderen vertegenwoordigt al gauw een waarde van 100.000 euro. Een gangbare kippenkweker die zou willen omschakelen mag wel zijn industriële stal van bijvoorbeeld 1.500 vierkante meter ombouwen tot drie afzonderlijke biostallen van telkens 480 vierkante meter.”
Tegenover deze investeringen staan volgens Jespers de grote vraag naar biologisch gekweekte vleeskippen en de mooie afnameprijs die slachterijen als Belki aan de de biopluimveehouders voor hun product betalen. “De consument wil Belgische biokippen en de retail is bereid hier een fatsoenlijke prijs voor te betalen. Maar dan moet de biosector wel continuïteit in de aanvoer kunnen verzekeren, en daarvoor zijn er meer biopluimveehouders nodig”, besluit Jespers.
Meer info: reportage biopluimveehouder
Bron: eigen verslaggeving / Bio zoekt boer