"Geloof in vrije markt is zélf uitgegroeid tot zeepbel"
nieuwsIn het verleden koesterde Paul De Grauwe een haast onwankelbaar geloof in de vrije markt en de onzichtbare hand. Maar de Leuvense economieprofessor is veranderd. "Ik ben destijds bezweken voor de schoonheid van een theorie en werd een marktfundamentalist. Ik geloofde dat de markt alle problemen kon oplossen. Zo ben ik niet meer".
Vóór de kredietcrisis was het monetarisme van denkers als Milton Friedman de norm: de staat moest zich zo ver mogelijk terugtrekken uit het economische leven, de markt had altijd gelijk. Ook De Grauwe kantte zich tegen haast elk overheidsinitiatief, zijn geloof in privatiseringen was groot. Maar nu spreekt De Grauwe met opvallend veel respect over John Maynard Keynes: 'Verrassend actueel'.
Het is niet eens zó hard schrikken, want de voorbije jaren kwam de Leuvense econoom wel vaker onverwacht uit de hoek. De Grauwe kantte zich met regelmaat tegen de VBO-pleidooien voor lastenverlagingen. Hij betoogde dat de stevig uitgebouwde sociale zekerheid het Europese continent heeft behoed voor een diepe recessie. Hij bepleitte ook een nationalisering van Fortis. En hij trok ten strijde tegen de exuberante bonussen voor topmanagers. Hij leek wel bekeerd.
Journalist Ruud Goossens van De Standaard vroeg De Grauwe of hij van zijn paard gebliksemd is. "Ik leg in ieder geval totaal andere accenten", antwoordt de professor. "De voorbije dertig jaar zijn we als economen, zeker in de financiële sector, ontspoord. Mijn fundamentele overtuiging is niet veranderd: ik geloof nog steeds dat het marktsysteem de basis is voor de creatie van welvaart. Maar tegelijk zeg ik nu met veel nadruk dat er ook heel wat problemen zijn die níét door de markt kunnen worden aangepakt".
"Vroeger sprak ik daar veel minder over: de vrije markt werd toen veel sterker gecontesteerd. Nu is het omgekeerd: we zijn uit het oog verloren dat de markt niet alles kan oplossen. Ik had vroeger moeten zeggen waar de overheid zich wél mee had moeten bezighouden. Als je de markt laat doen, zal het milieuprobleem alleen groter worden. Je hebt een onafhankelijke instantie nodig - de overheid dus - die ondernemingen controleert en indien nodig factureert", vertelt De Grauwe.
Hij heeft ook ontdekt dat de financiële markten inherent instabiel zijn. "De markten kunnen zichzelf niet controleren, zoals we jarenlang geloofden. De mensen die in aandelen beleggen, zijn niet perfect rationeel. Ze proberen de toekomst te voorspellen, terwijl niemand weet hoe die er zal uitzien. Bovendien laten ze zich leiden door niet-rationele factoren: door emoties bijvoorbeeld of door kuddegedrag. Zo kunnen er enorme zeepbellen ontstaan die op een bepaald moment in elkaar storten".
"Twintig jaar geleden waren er ook al economen die niet geloofden dat de markt zelfregulerend was. Alleen werden ze niet serieus genomen. Op een bepaald moment zie je dat de wetenschap in een bepaalde richting evolueert. Iedereen begint op dezelfde manier te denken, men verliest de werkelijkheid uit het oog. Zo kan een theorie zélf een zeepbel worden", besluit De Grauwe.
Bron: De Standaard