FAO vindt zowel klein- als grootschalige landbouw nodig
nieuwsJosé Graziano da Silva, directeur-generaal van de Wereldvoedsel- en landbouworganisatie (FAO), bezocht Wageningen Universiteit omdat de twee instellingen hun samenwerkingsovereenkomst vernieuwden. Zowel aan de Nederlandse universiteit als tijdens een bezoek aan een Italiaanse universiteit sprak da Silva in lovende termen over kleinschalige landbouw en de korte keten, “die net zo nodig zijn als industriële landbouw”.
De FAO-topman is overtuigd dat klein- en grootschalige landbouw naast elkaar kunnen bestaan, en dat we ze ook allebei nodig hebben. Aangezien 2014 het internationaal jaar van de familiale landbouw wordt, zette da Silva de verdiensten van kleinschalige landbouw in de verf. “In de meeste ontwikkelingslanden zijn kleine boeren de belangrijkste voedselproducenten. Vaak zijn kleine boerderijtjes daar de belangrijkste tewerkstellingsvorm op het platteland.”
Kleinschalige landbouw die voedsel produceert voor de lokale markt kan best een grote rol spelen in het bestrijden van honger, beseft da Silva. De groene revolutie uit de jaren ’60 heeft de voedselbeschikbaarheid met meer dan 40 procent per capita doen toenemen. De keerzijde is de milieu-impact door het intensief gebruik van chemische hulpmiddelen en een verlies aan diversiteit van voedselgewassen. Lokale voedselproductie, die opnieuw gebruikmaakt van oude gewassen zoals Quinoa, helpt zowel het milieu, de rurale economie als de hongerlijders voort.
Beeld: FAO