FAO en CEMA steunen mechanisatie in ontwikkelingswereld
nieuwsWereldvoedselorganisatie FAO gaat samen met de Europese federatie van machinebouwers (CEMA) inzetten op duurzame mechanisering van de landbouw in ontwikkelingslanden. Vertegenwoordigers van beide partijen hebben daartoe een samenwerkingsovereenkomst ondertekend in Rome. “Mechanisatie kan in ontwikkelingslanden nog een wereld van verschil maken. Als het op de juiste manier wordt toegepast, kan dit het werk verlichten, de ecologische impact verkleinen en het inkomen van landbouwfamilies verhogen”, klinkt het. De eerste focus van de samenwerking zal op Afrika liggen, waar menselijke spierkracht nog steeds de belangrijkste energiebron is.
De organisaties zullen kennis over duurzame toepassingen van landbouwmechanisatie bundelen en verspreiden, innovatie stimuleren en implementatie in de praktijk faciliteren. Initieel zal hun focus daarbij liggen op Afrika, omdat de implementatie van mechanisatie daar nog het geringst is. In Sub-Sahara-Afrika bijvoorbeeld wordt 65 procent van de nodige kracht voor het veldwerk nog steeds geleverd door menselijke spieren. Ter vergelijking: in Oost-Azië is dat 40 procent, in Zuid-Azië 30 procent en in Latijns Amerika en de Caraïben 25 procent.
Mechanisatie heeft nochtans belangrijke voordelen. FAO en CEMA stellen het zo: “Meer taken kunnen tegelijkertijd uitgevoerd worden, op een efficiëntere, arbeids- en energiezuinigere manier.” Voorwaarde is wel dat het materiaal waarmee gewerkt wordt, aangepast is aan de sociale, economische en natuurlijke omstandigheden. Zo zijn kleine, budgetvriendelijke tractors interessant voor ontwikkelingslanden, omdat ze gekoppeld kunnen worden aan lichte plant- en zaaimachines die geschikt zijn voor niet-geploegde bodems. Bovendien kunnen ze ook ander, veelgebruikt materiaal in ontwikkelingslanden aandrijven, zoals pompen, dorsmachines en molens.
Het proces van mechanisering mag volgens FAO en CEMA trouwens niet stoppen bij de primaire sector, maar moet in de hele agrovoedingsketen doorgetrokken worden. De efficiëntie van de verwerking, verpakking, bewaring, het transport en de marketing van voeding kan hierdoor sterk verbeterd worden. Ten slotte kan het ook de kwaliteit en veiligheid van voedsel ten goede komen, waarde creëren, markttoegang verbeteren en voedselverlies beperken.
Dat net FAO en CEMA een partnerschap aangaan, is niet vreemd. FAO zet al jaren in op de ontwikkeling van duurzame mechanisatie in ontwikkelingslanden en CEMA beschikt over de kennis en het netwerk nodig om dit project tot een goed einde te brengen.
“Als het op een goede manier geïmplementeerd wordt, kan mechanisering een wereld van verschil maken voor landbouw in ontwikkelingslanden”, stelt Ren Wang, assistent Directeur-Generaal van het departement Landbouw en Consumentenbescherming van de FAO. “Het kan het werk verlichten, problemen veroorzaakt door een gebrek aan tijd en arbeid oplossen en de ecologische voetafdruk van de landbouw verkleinen.”
Ook voorzitter Richard Markwell van CEMA acht het potentieel groot. “Mechanisering kan het inkomen van landbouwgezinnen verhogen en zelfs economische groei in plattelandsgebieden creëren.”