Europese milieukoepel vindt op akkers geen vergroening
nieuwsDe vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is er enkel op papier. Dat schrijft de Europese koepel van milieuorganisaties op basis van twee studies die het mee financierde. Vooreerst blijkt de biodiversiteit op akkerland teleurstellend laag. De klaproos gold als één van de indicatoren en werd in tien landen maar op 13 procent van de akkers teruggevonden. In Frankrijk en Duitsland zijn ze door chemische onkruidbestrijding vrijwel verdwenen. De lidstaten zouden ook weinig ambitieus zijn als het over de biodiversiteit in landbouwgebied gaat. Zij kiezen meestal de weg van de minste weerstand bij de implementatie van de vergroening. Vervolgens krijgen landbouwers maximale flexibiliteit bij de invulling er van.
Anders dan het European Environmental Agency (EEA) is het European Environmental Bureau (EEB) geen EU-instelling maar de grootste federatie van milieu- en natuurorganisaties in Europa. Dat verklaart wellicht de harde toon in de communicatie over het rapport. EEB windt er geen doekjes om dat het slecht gesteld is met de natuur in landbouwgebied.
Het eerste luik van het onderzoek werd op het terrein uitgevoerd door het Duitse Instituut voor agrarische ecologie en biodiversiteit. Een huzarenstukje, want in tien landen ging men op zoek naar klaprozen en andere tekenen van biodiversiteit (hagen, bufferstroken, poelen, enz.) op het platteland. In totaal werden 800 plots onderzocht die elk 25 hectare groot waren. Naar verluidt is er niet eerder op zo’n grote schaal informatie verzameld over de natuurkwaliteit in landbouwgebied.
Zelfs op plaatsen waar men verwachtte dat landbouw en natuur in elkaar overlopen, blijkt het armtierig gesteld met de agrobiodiversiteit. Op 95 procent van het akkerland werden weinig natuurwaarden aangetroffen. Het geringe voorkomen van klaprozen op akkers (13% en amper 2,5% in Frankrijk en Duitsland) wordt gezien als een goede indicator omdat klaprozen op akkers overal in Europa kunnen voorkomen.
Voor bestuivers zijn akkers zonder bloemen weinig aantrekkelijk. Het is dan ook een geluk bij een ongeluk dat de meeste landbouwgewassen door de wind bestoven worden. Bufferstroken zouden een gunstig effect kunnen hebben op wild en nuttige insecten maar ze komen nog altijd erg weinig voor (0,3% van het akkerland). Op de akkers zelf zorgt het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen er voor dat er buiten het landbouwgewas zelf vrijwel geen andere plantensoorten voorkomen. De milieubeweging is overtuigd dat meer diversiteit de oogstzekerheid ten goede zou komen.
Ondanks het ongunstige beeld dat het eerste rapport schetst, constateert het Europees Instituut voor milieubeleid (IEEP) in het tweede luik van het onderzoek dat lidstaten bij de implementatie van de vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid net voor die maatregelen kiezen waarvan het minste milieugunstige effecten te verwachten zijn. De milieubeweging is van oordeel dat de vergroening al redelijk uitgekleed was na afloop van de politieke onderhandelingen. Dat wordt nu gevolgd door een minimale implementatie, waarbij EEB verwacht dat landbouwers geen betere keuzes gaan maken dan overheden hen hebben voorgedaan.
EEB denkt dat de meeste landbouwers weinig hoeven te veranderen aan hun bedrijfsvoering om in orde te zijn met de vergroening. Zo kunnen ze maar moeilijk begrijpen dat gewasbescherming in de meeste landen niet volledig verboden wordt in de vijf procent van het akkerland die als ecologisch aandachtsgebied wordt ingericht. Van de instandhouding van blijvend grasland en de eis rond gewasdiversificatie lijkt EEB meer milieueffecten te verwachten, al zou het ook hier weer afhangen van de concrete uitvoering van deze maatregelen door landbouwers.
De conclusie van de verzamelde milieubeweging in Europa is vernietigend: de vergroening van het landbouwbeleid faalt en op lange termijn is dat een bedreiging voor onze voedselzekerheid. Het hervormde landbouwbeleid is nog maar sinds begin dit jaar in voege. Volgens het milieubureau zat het met het basisidee achter de hervorming wel goed – garanderen dat belastinggeld gebruikt wordt voor maatschappelijke diensten als zuiver water en biodiversiteit – maar werd de vergroening finaal niet meer dan een voorwendsel voor het veilig stellen van de landbouwsubsidies. Hoewel het landbouwbeleid “op papier groen is”, zou het de milieuvoetafdruk van landbouw in de praktijk niet verminderen.
Kort na de goedkeuring van het hervormde landbouwbeleid publiceerde het wetenschapsblad Science reeds een artikel dat de bescherming van de biodiversiteit door het nieuwe beleid liet afhangen van de juiste keuzes die de lidstaten zouden moeten maken. Aangezien ongeveer de helft van het Europese grondgebied voor landbouw gebruikt wordt, kan het EU-landbouwbeleid een belangrijke bijdrage leveren aan de Europese biodiversiteitsstrategie. Of het daar effectief in slaagt, ligt in de handen van de lidstaten.
Recent gepubliceerde rapporten tonen aan dat de huidige situatie alleszins niet rooskleurig is. Het Europese milieuagentschap (EEA) onthulde dat ecosystemen in landbouwgebied onder druk blijven staan. Ook wordt er weinig vooruitgang geboekt in het beschermen van soorten en habitats die afhangen van of beïnvloed worden door de landbouw.
Gelet op de rapporten die reeds verschenen en de eigen bijdrage die nu geleverd wordt, verwacht de Europese milieukoepel dat de Europese Commissie nauwkeurig gaat monitoren of de vergroeningsmaatregelen effect hebben of niet. In 2017 zal Europa beslissen of het aandeel ecologisch aandachtsgebied moet stijgen van vijf naar zeven procent. EEB vraagt om de oefening niet puur kwantitatief te maken “want dat is betekenisloos als voor de biodiversiteit schadelijke pesticiden nog steeds gebruikt mogen worden in deze zones”.