Strijd rond Europese begroting: Landbouworganisaties luiden samen alarmbel
nieuwsVerschillende Europese landbouworganisaties luiden de alarmbel met een gezamenlijke verklaring ter verdediging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het bijbehorende budget. “De Europese landbouw nadert het breekpunt”, waarschuwen ze de Europese leiders die momenteel discussiëren over de toekomstige Europese begroting. Ondertussen tekenen zich aan die onderhandelingstafel twee kampen af, met sterk uiteenlopende visies op de omvang van de begroting.
Terwijl de Europese leiders in Brussel bijeenkomen over de inkomsten en uitgaven van de EU voor de komende zeven jaar, komen de voorzitters van de verschillende Europese landbouworganisaties in Stockholm samen op hun ‘Congres van Europese Landbouworganisaties’. Op dit tweejaarlijks congres worden gewoonlijk de belangrijkste uitdagingen voor de Europese landbouw besproken zoals concurrentievermogen, generatiewissels en investeringen. Al vindt het congres dit jaar plaats tegen een bijzonder gespannen achtergrond. “De sector staat vandaag onder heel wat economische druk door de handelsspanningen en geopolitieke instabiliteit”, duidt de organisator van het congres, de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca. “En een verwoestende zomer heeft opnieuw duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar de Europese landbouwproductie is voor extreme weersomstandigheden.”
Blijvende ongerustheid over toekomst landbouwbeleid
Al ligt de belangrijkste oorzaak van de gespannen sfeer vandaag vooral bij de EU. De toekomstige koers van het Europese landbouwbeleid, blijft onduidelijk en biedt volgens de organisaties weinig geruststelling. “De huidige voorstellen voor de toekomstige Europese begroting en het GLB dreigen de financiële middelen, het gemeenschappelijke karakter en de voorspelbaarheid van het Europese landbouwbeleid te verzwakken”, klinkt het vanuit het congres. “Net op een moment waarop landbouwers behoefte hebben aan stabiliteit en een duidelijk langetermijnperspectief.”
Met een gezamenlijke oproep wijzen de landbouworganisaties de Europese leiders op “de ernst van de situatie". "De Europese landbouw nadert het breekpunt", waarschuwen ze. “Er moeten doortastende maatregelen komen. Dit is het laatste moment voor Europa om zijn landbouw opnieuw op een stevige basis te zetten.”
Verklaring uit Stockholm
Om hun boodschap kracht bij te zetten, brachten ze vanuit het congres in Stockholm een gezamenlijke verklaring. Daarin roepen ze op om landbouw te erkennen als een pijler van de Europese veiligheid, paraatheid en defensie. De productie van voedsel, veevoeder, brandstoffen en vezels moeten volgens de organisaties beschouwd worden als een strategische troef. “Landbouwers vormen de eerste verdedigingslinie van Europa om productieve landbouwgebieden te behouden en een betrouwbare en betaalbare voedselvoorziening te garanderen”, klinkt het.
Ook pleiten ze ervoor om het GLB-budget “minstens op het huidige niveau te behouden en aan te passen aan de inflatie”. “De middelen moeten bovendien effectief worden afgeschermd, zodat ze niet voor andere doeleinden kunnen worden ingezet”, luidt het. “Het is noodzakelijk dat het GLB zijn gemeenschappelijk karakter moet houden als de EU zijn interne markt wil vrijwaren en een ongeziene renationalisering van het landbouwbeleid wil voorkomen.” Daarnaast vragen ze ook een “eenvoudiger en evenrediger GLB, dat rekening houdt met de diversiteit van de Europese landbouw”.
“Europa kan zijn veiligheid niet versterken of de ambitie koesteren om in de toekomst een wereldmacht te zijn, terwijl het tegelijkertijd de fundamenten van zijn landbouw verzwakt. Het GLB vandaag verdedigen, betekent dan ook Europa verdedigen”, klinkt het vrij strijdvaardig richting de Europese leiders in Brussel. “Europa kan het zich nu niet veroorloven om op dit cruciale moment een strategische fout te maken.”
De impact van juridische onzekerheid door interpretatie van slechte Europese wetgeving is niet meer louter een Vlaams of Nederlands probleem
“Onze land- en tuinbouwers hebben het steeds moeilijker om vergunningen te verkrijgen en zo hun bedrijf aan te passen en hun productie voort te zetten", geeft Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens vanuit Stockholm mee. "De impact van juridische onzekerheid door interpretatie van slechte Europese wetgeving is niet meer louter een Vlaams of Nederlands probleem. Alle Europese landbouworganisaties geven vandaag met deze verklaring een duidelijk signaal om hier sterk op in te zetten en landbouw centraal te stellen op de Europese competitiviteitsagenda.”
Ondertussen in Brussel
In Brussel zijn de begrotingsgesprekken ondertussen een beslissende fase ingegaan, al is men nog ver verwijderd van een landingszone. Momenteel buigen de verschillende staatshoofden en regeringsleiders over het nieuw compromis dat het Ierse voorzitterschap zaterdag op tafel legde. In dat compromis wordt het voorgestelde begrotingsbudget van de Europese Commissie teruggeschroefd met acht procent. Daarmee zou de Europese geldpot uitkomen op ongeveer 1,83 biljoen euro in plaats van 1,99 biljoen euro. Dit zou nog steeds een forse verhoging van de bijdragen van de lidstaten betekenen ten opzichte van het huidige budget van 1,2 biljoen euro.
In het Ierse compromis blijven de voorgestelde budgetten voor landbouw en cohesie grotendeels gespaard. De grootste besparingen worden op andere domeinen genomen. Toch is dat voor de landbouworganisaties geen reden tot juichen. De gegarandeerde middelen voor landbouwers zouden nog steeds lager liggen dan in de huidige begrotingsperiode. Lidstaten zouden desgewenst wel bijkomende middelen voor landbouw kunnen vrijmaken uit een bredere Europese fondsenenveloppe (NRPP), maar daarin moet landbouw concurreren met tal van andere beleidsdomeinen die eveneens ondersteund willen worden.
Nederland en Duitsland willen EU-budget voor landbouw verlagen
30 september 2026Twee kampen
Bij de Europese leiders zijn er momenteel ruwweg twee kampen op te merken. Aan de ene kant zijn er de ‘vrienden van cohesie’ met voornamelijk landen uit Zuid- en Oost-Europa. Zij verdedigen de huidige grote uitgaveposten zoals het landbouw- en cohesiebeleid en zijn ervan overtuigd dat “op deze cruciale pijlers” geen bezuinigingen kunnen gebeuren.
Aan de andere kant van de onderhandelingstafel zit ‘de club van gelijkgestemden’ of ‘de coalitie van de zuinige landen’. Daarin vertoeven Duitsland, Nederland, Denemarken, Zweden, Finland en Oostenrijk. Zij vinden zowel het voorstel van de Europese Commissie als het Ierse voorstel te exuberant en dringen aan op grotere verminderingen. De NRPP-enveloppe valt daarbij in het vizier. De club van gelijkgestemden houden zich minder vast aan de traditionele grotere pijlers en vinden dat nieuwe uitdagingen zoals defensie en concurrentievermogen in de nieuwe begroting een grotere prioriteit moeten krijgen. Deze zes lidstaten hebben een bepaald gewicht in de onderhandelingen aangezien ze samen goed zijn voor ongeveer 40 procent van de bijdragen van de lidstaten aan de Europese begroting. Al moet de begroting uiteindelijk unaniem goedgekeurd worden.
België behoort formeel niet tot één van beide groepen, maar heeft wel al te kennen gegeven dat een toename van de lidstatenbijdrage onbetaalbaar dreigt te worden en dringt ook aan op een slankere begroting.
Ondanks de verdeeldheid tussen de lidstaten wordt nog steeds gehoopt op een akkoord in december. Zo zou er nog voldoende tijd zijn om het nieuwe GLB op 1 januari 2028 van start te laten gaan, zonder het huidige beleid met overgangsjaren te moeten verlengen. Al lijkt zo’n overgangsperiode toch steeds waarschijnlijker.
Bron: Eigen berichtgeving / Belga