Europees 'masterplan' tegen klimaatverandering klaar
nieuwsWoensdag zal opnieuw duidelijk worden dat de EU het voortouw neemt in de strijd tegen de klimaatverandering. Dat is een belangwekkend statement. Ook al omdat de andere economische en politieke grootmachten, onder meer de Verenigde Staten, zich op dit punt grondig van Europa onderscheiden. De beslissingen van woensdag hebben ook verregaande geostrategische gevolgen. Momenteel koopt de Unie 50 procent van haar energie buiten Europa en als er niet wordt ingegrepen, stijgt dat cijfer in 2030 tot 65 procent. Vermits energie over leven en dood van de industrie beslist, kan het belang van een daling van de energie-afhankelijkheid bezwaarlijk overschat worden.
Het klimaat- en energiepakket van woensdag is voor de Commissie en haar voorzitter Barroso ook een "upgrading" zonder voorgaande. Ongevraagd en zonder noemenswaardige contestatie, ook niet van eurosceptische landen als Groot-Brittannië, kreeg de Commissie de bevoegdheid en de macht om aan de industriële en geopolitieke fundamenten van de Unie en de 27 lidstaten voor de volgende decennia te sleutelen. Bovendien blijft het niet bij abstracte doelen, want de Commissie kreeg de opdracht om de inspanning van elke lidstaat te bepalen. Zo kreeg de Commissie zonder enige verdragswijziging plots heel veel invloed en macht toegeschoven. Hoe globaler de uitdagingen, hoe meer de Commissie "incontournable" wordt.
Zeker, de globale doelen voor de hele Europese Unie werden bijna een jaar terug door de regeringsleiders vastgelegd. In maart 2006 beslisten ze dat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 20 procent moest verminderd worden. Dit in vergelijking met 1990. Daarnaast kwam er de doelstelling dat in 2020 20 procent van het Europees verbruik uit hernieuwbare energie moet bestaan. Ook beslisten de chefs dat in 2020 ten minste 10 procent van het Europees diesel- en benzineverbruik uit biobrandstoffen moet komen. De Commissie kreeg de opdracht om die globale EU-doelstellingen per lidstaat op te splitsen en na akkoord van lidstaten en Europees parlement, worden die objectieven bindend. Kortom, het gaat niet om vrijblijvende intentieverklaringen.
Dit in tegenstelling tot de aanbeveling dat de EU tegen 2020 haar energieverbruik met 20 procent moet verminderen. Hier komt er geen wettelijke verplichting en kunnen de lidstaten zelf het tempo en het ritme bepalen. Met alle gevolgen vandien. In de Commissie wijst men erop dat de evolutie naar een efficiënter energieverbruik forse vertraging oploopt en dat heeft onder meer tot gevolg dat de kostprijs van het pakket dat woensdag publiek wordt gemaakt, beduidend duurder uitvalt dat aanvankelijk gepland. Momenteel becijfert de Commissie de kost van de 20 procent daling van de CO2-uitstoot, 20 procent hernieuwbare energie en 10 procent biobrandstoffen op 90 miljard euro per jaar. Dat betekent 0,6 procent van het Europees nationaal inkomen.
Het is een pak geld, maar voor de Commissie gaat het om de beste wissel op de toekomst van de Europese industrie. Het wordt de gedroomde hefboom om de concurrentiekracht van de industrie aan te scherpen en veilig te stellen, maar ook om van de Europese industrie definitief de marktleider van de groene technologie en hernieuwbare energie te maken. Nu al is deze sector goed voor een omzet van 20 miljard euro en 300.000 jobs. Ongetwijfeld gaat het masterplan van woensdag over de redding van de planeet, maar het gaat eveneens over 'big business'.(KS)
Poll: Vindt u dat Europa voluit de kaart van de biobrandstoffen moet trekken?
Bron: Belga