CVBB volgt bemesting op 628 percelen intensief op
nieuwsDe provinciale coördinatoren van het Coördinatiecentrum voorlichting en begeleiding duurzame bemesting kropen in hun pen om uit te leggen hoe het CVBB gebiedsgericht tewerk gaat. Verspreid over de vijf provincies zullen er dit jaar 34 stroomgebieden intensief opgevolgd worden. Op 628 percelen zal aan de hand van bodemstaalnames de bemesting geoptimaliseerd worden. De 205 landbouwers die deze percelen gebruiken, werken vrijwillig mee aan deze actie. “De bereidheid tot medewerking is zeer groot”, merkt CVBB op.
Via een intensieve opvolging van de percelen gelegen in de afstroomgebieden van rode MAP-meetpunten wil CVBB de bemestingsstrategieën van alle landbouwers binnen het afstroomgebied verfijnen om zo de nitraatdruk te verminderen en overschrijdingen te voorkomen. De hoofdoorzaak voor de overschrijdingen in het grootste deel van de rode MAP-meetpunten is te vinden bij de uitspoeling van nitraten uit de bodem tijdens de winter. De stikstof die niet door teelt of groenbedekker opgenomen werd, spoelt onder invloed van neerslag uit. Via drainagebuizen of natuurlijke drainage komen deze nitraten in de waterlopen terecht en beïnvloeden zo de nitraatconcentraties aan het meetpunt.
Bij ongeveer 82 MAP-meetpunten, dit is 40 procent van alle rode meetpunten tijdens winterjaar ‘12-‘13, zijn de overschrijdingen rechtstreeks te wijten aan nitraatuitspoeling tijdens de winter. Door de bemesting op 628 percelen in het afstroomgebied van die rode MAP-meetpunten intensief op te volgen, hoopt CVBB dat te kunnen oplossen.
De provinciale CVBB-coördinatoren leggen uit wat ‘intensieve opvolging’ precies inhoudt: “Aan de hand van bodemstaalnames in het voorjaar worden bemestingsadviezen opgemaakt en wordt de teelt opgevolgd. Indien nodig kan ook dierlijke mest ontleed worden. Staalnames tijdens de teelt zijn nuttig voor de advisering van een bijbemesting en leveren extra informatie over de mineralisatiecapaciteit van het perceel en over het vrijkomen van de reeds eerder toegediende meststoffen. Ook het nitraatresidu in het najaar wordt bepaald. Deze info maakt het mogelijk om de bemestingsstrategie grondig te evalueren en te optimaliseren voor het volgende teeltjaar.”
De kost voor de staalnames en voor de opvolging en begeleiding wordt volledig gedragen door het CVBB. De CVBB-begeleider beslist in overleg met de landbouwers waar en wanneer een bodemanalyse wenselijk is. Bij de begeleiding zal er extra aandacht zijn voor een verfijning van de bemesting op perceelsniveau, ook al groeit daar dezelfde teelt als op een ander perceel. Daarnaast wordt de invloed van mineralisatie benadrukt aangezien de bodem zelf stikstof levert.
Bij teelten met een lange groeiperiode kan de basisbemesting verlaagd worden om enkele weken na het planten een bodemanalyse uit te voeren met het oog op een bijbemesting. Tot slot wil CVBB onnodige bemestingen vermijden door met analyses aan te tonen dat een minder goede gewasontwikkeling niet altijd te wijten is aan een stikstofgebrek. Als de algemene bodemvruchtbaarheid (b.v. zuurtegraad) niet goed zit, dan kan dat de oorzaak zijn.
Bron: eigen verslaggeving
Beeld: Loonwerk Defour