Congo
duidingMet 68 miljoen overwegend jonge inwoners, een land zo groot als Centraal-Europa en een duizelingwekkende grondstoffenrijkdom lijkt Congo over uitstekende kaarten te beschikken om de komende decennia tot een economisch performante Afrikaanse grootmacht uit te groeien. Maar de Belgische ex-kolonie blijft politiek erg fragiel: na het overlijden van militair dictator Mobutu in 1997 volgde de ene burgeroorlog de andere op, met humanitaire crises en grote binnenlandse vluchtelingenstromen tot gevolg. Te midden van deze woelige context probeert de Congolese landbouwer zich staande te houden, ondersteund door verschillende boerenorganisaties die zich voor het eerst nationaal hebben verenigd. Een sterk signaal in een versnipperd land als Congo. Uw VILT-reporter stapte samen met Noord-Zuidorganisatie Trias het vliegtuig op richting Kinshasa en was getuige van een historisch moment.
Sinds onze eigen Leopold II tijdens de jaren ‘70 van de negentiende eeuw in zijn zoektocht naar een koloniaal privé-project in Centraal-Afrika belandde, neemt het reusachtige evenaarsgebied dat vandaag Congo heet een aparte plaats in op de wereldkaart van de Belgische internationale politiek. In 1960 trok de Belgische kolonisator zich officieel terug, maar in de vorm van ontwikkelingssamenwerking is ons land de banden met Congo steeds blijven onderhouden. Zo bundelen 13 ngo’s via de koepelorganisatie AgriCongo de krachten om de Congolese landbouwsector naar een hoger niveau te tillen. Onder meer Trias en Vredeseilanden dragen hun steentje bij.
Congo in cijfers
Congo is een reus op lemen voeten: Op de ontwikkelingsindex van de Verenigde Naties staat het land op een weinig benijdenswaardige 186ste plaats. Het inkomen wordt voor het overgrote deel uit de informele economie gehaald. Op een actieve bevolking van ongeveer 27,5 miljoen mensen is slechts 4 procent actief in de formele economie, waarvan 90 procent tewerkgesteld wordt door de overheid. 72 procent opereert in de informele economie en 24 procent is officieel werkloos. 65 procent van de bevolking is jonger dan 25 jaar en de mediaanleeftijd is net geen 18 jaar.
De Congolese economie groeit de laatste jaren gemiddeld met 7 à 9 procent, met een inflatie die eindelijk onder controle is – in 2010 bedroeg die nog 53,4 procent. Het aantrekken van de economie na de financiële crisis en de hoge grondstoffenprijzen hebben voor relatieve economische stabiliteit gezorgd, en investeringen in infrastructuur en de heropening van de spoorlijn tussen Kinshasa en de belangrijkste havenstad Matadi kwamen de binnenlandse handel ten goede. Tegelijkertijd zeggen cijfers niet alles. Een groei van bijna 10 procent mag dan wel indrukwekkend lijken, met een begroting van 9 miljard dollar is de basis zodanig klein dat die groei niet veel betekent in het licht van de enorme noden van de snel groeiende bevolking.

Naast de jonge bevolking is ook de overweldigende aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen een enorme troef voor Congo. De reusachtige lap grond in het hart van Afrika is ongeveer 2,3 miljoen vierkante kilometer groot en huisvest, na het Braziliaanse Amazonewoud, het grootste regenwoud ter wereld. Dat regenwoud bezorgt Congo de grootste biodiversiteit van het hele Afrikaanse continent en niet minder dan de helft van de Afrikaanse zoetwatervoorraad. Daarnaast beschikt Congo over ongeveer 80 miljoen hectare cultuurgrond. Ter vergelijking, het Vlaams landbouwareaal is iets groter dan 600.000 hectare.
Op een totaal van 68 miljoen inwoners wonen bijna 10 miljoen Congolezen in de hoofdstad Kinshasa, met voorsprong dé metropool van het land. Ook Lubumbashi (1,8 miljoen), Mbuji-Mayi (1,7) en Kananga (1,1) zijn miljoenensteden. Daarnaast woont ongeveer 70 procent van de bevolking op het platteland. Zij leven hoofdzakelijk van landbouw, visvangst, jacht, bosbouw en kleinschalige mijnbouw. 90 procent van de Congolese landbouwers doet aan overlevingslandbouw, wat betekent dat ze na de oogst weinig overhouden om op de lokale markten te verkopen. 75 procent van de dierlijke eiwitten die geconsumeerd worden op het platteland zijn afkomstig van wilde dieren uit de bossen en wouden. 10 tot 40 procent van de dierlijke proteïnen wordt uit de consumptie van insecten gehaald. 76 procent van de totale Congolese bevolking leeft in voedselonzekerheid.
Landbouw in Congo
Toch is het landbouwpotentieel enorm: slechts 10 procent van de cultiveerbare grond wordt effectief bewerkt. Volgens schattingen zou Congo in staat moeten zijn ongeveer 2 miljard mensen te voeden, maar de realiteit is dat het land enkel zelfvoorzienend is voor maniok, groenten, bananen en bonen. Rijst, graan, vlees en vis worden geïmporteerd uit Azië, Europa en Noord- en Zuid-Amerika. Ongeveer 75 procent van de actieve bevolking is actief in de landbouwsector. Toch levert de sector met 35 tot 40 procent van het bruto binnenlands product een relatief bescheiden bijdrage aan de nationale economie.
Over het algemeen kan de Congolese landbouwsector beschouwd worden als “weinig performant”, aldus een rapport van Agricongo. Dat komt onder meer door een gebrekkige toegang tot technologie en financiering. Handel tussen de grote handelscentra wordt bemoeilijkt door een erg pover wegennetwerk dat in een erbarmelijke staat verkeert. Het land beschikt amper over geasfalteerde wegen, bruggen ontbreken, waterwegen zijn onvoldoende uitgebaggerd waardoor de scheepvaart moeizaam verloopt, enzovoort. Bovendien werkt de internationale markt in vele gevallen verstikkend eerder dan stimulerend voor kleinschalige Congolese landbouwers, aldus Agricongo. Wat daarbij niet helpt, is dat de familiale landbouw vanuit het beleid systematisch stiefmoederlijk behandeld is geweest.

Enkele jaren geleden spraken heel wat Afrikaanse landen in het Maputo-akkoord een gezamenlijke ambitie uit om volop in te zetten op landbouw. Ambitieuze doelstelling was om zo de extreme armoede op het continent tegen te gaan. In Congo probeert de overheid dat onder meer door middel van het importeren van grootschaligheid en de aanleg van heuse ‘agro-industriële parken’. 20 zones van 1.000 tot 150.000 ha werden afgebakend en in 2014 werd een eerste park in gebruik genomen, onder meer met steun van de Wereldbank.
Maar het is vooral op wetgevend vlak dat de Congolese overheid de boeren een dienst kan bewijzen. Sinds 2011 is er een algemene landbouwwetgeving, maar door een gebrek aan middelen is die nog steeds niet omgezet in uitvoeringsbesluiten, waardoor ze de facto dode letter blijft. Ook op een hervorming van de wet inzake grond en toegang tot grond is het nog steeds wachten. De huidige wetgeving dateert uit 1973 en heeft sindsdien vooral voor conflicten gezorgd eerder dan voor oplossingen. Net als dat het geval is voor zovele Congolese administraties hebben ook hier corruptie en een gebrek aan middelen een gedegen uitvoering en handhaving van de wet verhinderd.
Samen sterk
Om de positie van de Congolese landbouwers te versterken zetten Belgische ontwikkelingsorganisaties sterk in op het versterken en uitbouwen van boerenorganisaties. Agricongo werkt sinds 2010 rond vier belangrijke syndicale thema’s: de landbouwwet, de toegang tot grond, de verbetering van de plattelandsinfrastructuur en de financiering van de landbouwsector. Gender, milieu en jongeren worden daarbij steeds in het achterhoofd gehouden. Voornaamste lokale partner daarbij is CONAPAC, de belangrijkste Congolese landbouwkoepel.
Tijdens ons bezoek aan Congo zijn we getuige van een historisch moment: voor het eerst komen de boerenleiders van de zes provincies tot een gezamenlijke eisenbundel in de aanloop naar de nationale verkiezingen. Tijdens een traject dat intens begeleid werd door Agricongo namen de lokale boerendelegaties van elke provincie een specifiek lobbydossier onder de loep. Die zes thema’s zijn: het formuleren van een landbouwbeleid op maat van Congo; de plattelandsinfrastructuur; de toegang tot grond; mogelijke maatregelen om de implementering van de landbouwwet te versnellen; het nationale landbouwontwikkelingsfonds; en het nationale microfinancieringsfonds.
Met input van onder meer VILT en ex-VRT-journalist Guy Janssens werd er samen met Congolese landbouwjournalisten nagedacht over hoe je als boerenorganisatie zo overtuigend mogelijk met je standpunten naar buiten kan komen. Uiteindelijk werd er met de Congolese collega’s een dvd van een half uur in elkaar getimmerd die de kernboodschap van de zes lobbydossiers gebald en bevattelijk overbrengt naar de brede achterban. Dat voor een dvd werd gekozen heeft te maken met de zeer beperkte beschikbaarheid van internet en televisie op het platteland.

Doorheen de verschillende pleidooien voor een beter landbouwbeleid valt de vastberadenheid van de lokale boerenleiders op. In politiek woelige tijden steken ze resoluut hun nek uit voor de beoefenaars van een kwetsbaar beroep, zo bevestigt ook Mathusalem Paluku Mivimba, die aan het hoofd staat van CONAPAC: “Het belang van deze sector voor de nationale economie staat in schril contrast met het respect voor het werk van de boeren. Vooral na de oogstperiode staat iedereen in de rij om de boeren te pluimen: plots regent het dan valse beschuldigingen bij de politie, die in ruil voor smeergeld gretig meewerkt aan arrestaties.”
Paluku woont in Kinshasa om de organisatie aan te sturen, maar is afkomstig van Noord-Kivu, een van de belangrijkste landbouwstreken. In die regio is onder meer ook Vredeseilanden erg actief. Ivan Godfroid hielp er in 2012 mee een nieuwe koffiecoöperatie in het zadel. Hij overtuigde koffietelers om voor 50 dollar instapkost het project mee op te starten. Dat ging aanvankelijk moeizaam. “Zes maanden na onze oproep hadden we nog geen enkele reactie”, doet Godfroid zijn verhaal. “Pas na een tweede oproepronde slaagden we erin boeren te verzamelen. Het probleem was dat er voordien geen gestandaardiseerde productie plaatsvond, waardoor de verzameling koffiebonen een bont allegaartje was.”
“Een koffiewedstrijd in Kampala was de grote doorbraak”, aldus Godfroid. “De telers uit Noord-Kivu kaapten er de eerste prijs weg, wat hen een meerprijs van 2 euro per kilo koffie opleverde. De trein was vertrokken. Ondertussen gaat het een stuk beter met de koffieteelt in Noord-Kivu.” Ook Trias heeft in haar strijd voor een sterkere Congolese landbouwsector al een hele weg afgelegd. Trias is sterk vertegenwoordigd in onze ex-kolonie en coördineert vanuit zijn kantoor in Kinshasa de werking van Agricongo. Uitgangspunt van Trias is dat individuele boeren pas echt goed kunnen functioneren als ze gesteund worden door sterke lokale en nationale belangenverdedigers, sterke organisaties die bovendien ook oog hebben voor kwetsbare groepen. Denk daarbij in de eerste plaats aan vrouwen, die op de meerderheid van de landbouwbedrijven de dagdagelijkse leiding voor hun rekening nemen.

Verenigd boeren of niet boeren
“Ook bij ons wordt gewerkt met de coöperatieve ondernemingsvorm”, zo vertelt Jean-Loïc Guièze die aan het hoofd staat van Trias in Congo. “Maar daar staan lang niet alle boeren voor te springen, ook al is het een model dat erg goed past bij de structuur van de sector zoals die er vandaag uitziet. Je moet het land wat beter kennen om dat te begrijpen. In het verleden is er namelijk enorm geknoeid met coöperatieven. Tijdens de koloniale periode stonden coöperatieven volledig in het teken van een maximale productie en werd er verder naar de boer niet omgekeken. Tijdens de dictatuur van Mobutu werd die structuur behouden en werd de leiding overgenomen door incompetente en corrupte bestuurders.”
“Daarnaast zijn er ook andere obstakels”, gaat Guièze verder. “Onze relatie met de overheid is goed, maar de corruptie waarmee je krijgt af te rekenen is wel degelijk een belangrijk obstakel. Dat gezegd zijnde is het vooral belangrijk dat we goed kunnen samenwerken met de boerenorganisaties. Waar het om draait: het uitbouwen van een transparante en solide structuur die volledig ten dienste staat van de boeren. Wij bieden daarbij onze medewerking aan om bepaalde processen te begeleiden, we reiken knowhow aan, maar uiteindelijk moeten ze het zelf doen. Dat ze voor het eerst samen hun prioriteiten hebben geformuleerd, stemt me dan ook erg hoopvol. Het is nu afwachten hoe hun eisen onthaald worden na een eventuele machtswissel in Kinshasa. Er breekt een enorm belangrijk jaar aan voor de Congolese boer.”
Bekijk hier een videodagboek van de VILT-expeditie naar Congo. Vind hier meer informatie over de projecten van Trias in Congo.