nieuws

"Competitiviteit Waalse voedingsindustrie in gevaar"

nieuws
Een te grote loonhandicap, een stijgende energiefactuur en de kilometerheffing. Het zijn volgens Guy Paternoster, voorzitter van FEVIA Wallonië, momenteel de drie grootste bedreigingen voor de competitiviteit van de Waalse voedingsindustrie. “De loonhandicap bedraagt nog steeds 17,4 procent en de energiekosten stegen sinds 2008 met 200 procent,” zo klinkt het. “Sinds 2005 gaat het bergaf met de rendabiliteit en dat vreet aan de competitiviteit van onze bedrijven.”
28 juli 2016  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:29

Een te grote loonhandicap, een stijgende energiefactuur en de kilometerheffing. Het zijn volgens Guy Paternoster, voorzitter van FEVIA Wallonië, momenteel de drie grootste bedreigingen voor de competitiviteit van de Waalse voedingsindustrie. “De loonhandicap bedraagt nog steeds 17,4 procent en de energiekosten stegen sinds 2008 met 200 procent,” zo klinkt het. “Sinds 2005 gaat het bergaf met de rendabiliteit en dat vreet aan de competitiviteit van onze bedrijven.”

Een gemiddeld voedingsbedrijf realiseerde in 2014 een netto operationele marge van 3,9 procent, wat 0,2 procent minder is dan in 2013. In 2005 bedroeg die marge nog 5,3 procent. Dat staat te lezen in het jaarverslag van FEVIA Wallonië, dat wijst op een structurele daling van de rentabiliteit. Anderzijds is de manke rentabiliteit ook te wijten aan de volatiliteit van de grondstoffenprijzen. Het grote verschil, aldus FEVIA, zit hem in het feit dat de grondstoffenprijzen gestuurd worden door de markt, terwijl andere kosten, zoals de loonkost of het surplus op de energiekost, sterk beïnvloed worden door het fiscale beleid van de overheid.

“Sinds 2010 is de fiscale druk op Waalse voedingsbedrijven stelselmatig toegenomen,” aldus de voorzitter van FEVIA Wallonië, Guy Paternoster. In totaal zou het gaan om een stijging van de patronale bijdragen van 176,2 miljoen euro in 2010 tot 215,9 miljoen in 2014, wat een toename is van 22,5 procent. “En dat percentage stemt niet overeen met de stijging van het aantal werknemers,” aldus Paternoster. “Tijdens dezelfde periode is de loonlast met 20,4 procent gestegen en de bedrijfsvoorheffing met 33,7 procent.”

Wat die loonkost betreft merkt Paternoster bovendien op dat een stijging van de productiviteit in de toekomst verre van gegarandeerd is; “En als die er al komt, dan gaat die waarschijnlijk gepaard met een hogere sociale kost door de verhoogde druk op de werknemer. Bovendien is de concurrentie van de Oost-Europese landen bikkelhard. Het totale loon per uur van een Poolse werknemer in de voedingsindustrie bedraagt nog geen 5 euro. Dit soort feiten wordt vandaag nog onvoldoende meegenomen in het politieke debat.”

Wat de energiekosten betreft, is het jaarverslag duidelijk: die liggen hoger dan in buurlanden Frankrijk en Nederland en wegen op de competitiviteit. Een gemiddeld Belgisch voedingsbedrijf met een gemiddeld jaarlijks elektriciteitsverbruik van 10.000 MWh heeft zijn elektriciteitsfactuur de laatste acht jaar met 200 procent zien stijgen. “Die kosten dreigen nog verder te stijgen en belemmeren de groei van de sector, vooral van de kmo’s die met een groot verbruik zitten,” zo zegt Paternoster. “Ook de kilometerheffing is zo’n kostenpost die weegt op de sector. We vragen dan ook dat er vanuit het beleid meer aandacht wordt besteed aan de competitiviteit van onze voedingsbedrijven.” 

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek