Brengt RHD2-virus konijnenjachtseizoen in gedrang?
nieuwsVogelbescherming Vlaanderen stelt zich vragen bij het openen van de jacht op het konijn op 15 augustus nu het RHD2-virus volop de ronde doet en voor heel wat dode dieren zorgt. De organisatie suggereert dat minister Schauvliege preventieve maatregelen zou kunnen nemen vanuit het voorzichtigheidsprincipe. Het lijkt de organisatie daarenboven ook geen goed idee om kadavers te verplaatsen aangezien het virus maanden infectieus kan blijven in kadavers en je nooit zeker kan weten of je met een gezond of een geïnfecteerd dier te maken hebt. Hubertus Vereniging Vlaanderen spreekt dat tegen.
Eerder berichtte VILT over een nieuwe variant van de Rabbit Hemorrhagic Disease of kortweg RHD. De RHD2-variant verspreidde zich vanuit Frankrijk over de rest van Europa en zorgt ook bij wilde konijnenpopulaties voor heel wat dode dieren. Vogelbescherming Vlaanderen vraagt zich daarom af of het wel verantwoord is om de jacht op het konijn, die normaal op 15 augustus van start gaat, effectief te laten doorgaan. In 2014 werden volgens cijfers van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) meer dan 53.000 wilde konijnen geschoten. Daarnaast heb je ook nog de uitval door besmettelijke ziekten als myxomatose en dus ook het RHD2-virus, aldus Vogelbescherming.
“We stellen ons dus de vraag of het openen van de jacht wel een goed idee is nu er een nieuwe factor meespeelt in het konijnenverhaal,” aldus Vogelbescherming Vlaanderen. “De jacht op het konijn al dan niet openen, valt binnen de klassieke context van responsabilisering van de jager. Hij wordt geacht geen korte-termijn-visie te hebben maar aan duurzaam wildbeheer te doen. Met andere woorden: als een wildsoort het minder goed doet, wordt de jager verondersteld daar spontaan rekening mee te houden.”
“Vooral omdat er zoveel factoren in het spel zijn waar nog weinig over geweten is, zou minister van Natuur Joke Schauvliege preventieve maatregelen kunnen nemen vanuit het voorzichtigheidsprincipe en de konijnenjacht op 15 augustus niet openen,” zo vindt Vogelbescherming. “Gelet op de manier waarop het virus zo gemakkelijk overgedragen wordt en lange tijd resistent blijft, is het wellicht ook geen goed idee om kadavers te verplaatsen. Omdat er nauwelijks zichtbare symptomen zijn, weet je namelijk nooit zeker of je met een gezond of geïnfecteerd dier te maken hebt.”
Vanuit de jagershoek klinkt een ander geluid: “Wij gaan zeker niet meteen pleiten voor bepaalde wetgevende initiatieven wanneer het over een recent vastgestelde ziekte gaat zoals dat nu het geval is”, aldus Hubertus Vereniging Vlaanderen. “Zeker als er nog geen betrouwbare, wetenschappelijke cijfers voorhanden zijn. Bovendien zijn we als jagers opgeleid om een inschatting te maken van dit soort situaties. En als jager is het uiteraard nogal logisch dat je niet erg veel bent met een uitgestorven populatie. Daarnaast is er ook nog het gegeven van de ziekteprevalentie binnen een bepaalde populatie,” zo klinkt het nog. “Bij een zeer hardnekkig en sterk virulent virus kan de jacht wel degelijk een bijdrage leveren om de overdracht tegen te gaan.”