Bijensterfte ligt in Nederland veel lager dan bij ons
nieuwsIn Nederland maken imkers zich blij over de beperkte wintersterfte onder hun bijenvolken. Een telefonische enquête bij de leden van de Nederlandse Bijenhouders Vereniging leert dat de uitval afgelopen winter net geen tien procent bedroeg. In Belgisch Limburg rapporteerde men vorige maand een dramatische bijensterfte tussen 50 en 60 procent. "Ofwel wordt er verkeerd geteld ofwel is Nederland gewoon beter in het bestrijden van de varroamijt", reageert de Koninklijke Vlaamse Imkersbond, die vooral rekening houdt met dat laatste vanwege "de lamentabele aanpak van varroa in ons land".
Terwijl een bevraging van Limburgse imkers – de resultaten van de enquêtes in andere provincies worden nog verwerkt – een dramatisch beeld schetste van de bijensterfte in onze contreien lijkt er bij onze noorderburen geen vuiltje aan de lucht. Ook in Nederland is de wintersterfte onder bijenvolken jarenlang alarmerend hoog geweest. Er waren winters dat één op de vier volken niet overleefde, maar de jongste tijd oogt het sterftepercentage er veel bijenvriendelijker. Nu al drie jaar op rij ligt de wintersterfte bij honingbijen, gemeten begin april, er rond de tien procent.
Net geen tien procent uitval is de uitkomst van de meest recente telefonische enquête die de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV) en onderzoekers van Wageningen UR uitvoerden bij 200 imkers. Zes op de tien respondenten gaven aan dat alle volken de winter overleefd hebben. Nu hebben deze bijenvolken een warm voorjaar nodig en een bloemenrijke omgeving zodat ze voldoende stuifmeel en nectar kunnen verzamelen om te groeien. Na drie jaren met een acceptabele wintersterfte hopen onze Noorderburen dat de hoge sterftecijfers tot het verleden behoren. Naar de reden voor een kentering hebben ze nog steeds het raden. Aan de universiteit van Wageningen wordt geopperd dat Nederlandse imkers nauwgezetter – jaarlijks en ook midden in de winter – de parasitaire varroamijt bestrijden.
Bij de Koninklijke Vlaamse Imkersbond (KonVIB) zouden ze niet liever willen dan met een doortastende aanpak van de varroamijt de wintersterfte ook in onze regio omlaag helpen. De sector doet zelf inspanningen in de vorm van opleiding en sensibilisering, maar voelt zich door nodeloos complexe regelgeving geremd. Hendrik Trappeniers, ondervoorzitter van de imkersvereniging, geeft meer uitleg: "Ter bestrijding van de varroamijt gebruiken onze imkers producten op basis van thymol, net zoals de noorderburen. Anders dan in Nederland worden onze imkers verplicht om naar de apotheek te gaan, waar hetzelfde product veel duurder geprijsd staat, indien het al aanwezig is."
Trappeniers denkt met heimwee terug aan de tijd dat varroabestrijdingsmiddelen in elke speciaalzaak te kopen waren en de imkersbonden gezamenlijke bestellingen plaatsten voor hun leden. "Dat zorgde voor een 'sociale druk' die de bestrijding ten goede kwam." Eenvoudig verkrijgbare alternatieven voor thymol zijn er niet, zo verklaart Trappeniers, want fabrikanten hebben weinig interesse in de kleine Belgische markt en voor elders in de EU toegelaten middelen maar bijvoorbeeld ook voor oxaalzuur verplicht de overheid een ommetje langs de dierenarts én de apotheker.
Over de wintersterfte wil de ondervoorzitter nog kwijt dat sommige streken in ons land veel minder getroffen worden dan andere. Aangezien er hoge sterftepercentages zijn bij imkers die de varroabestrijding volgens het boekje doen, vermoedt Trappeniers dat er nog andere factoren in het spel zijn zoals het aanbod van stuifmeel en nectar. "Meer of minder stuifmeel in augustus en september naargelang de streek zou dit verschil kunnen verklaren want een bijenlarf die beter gevoed wordt, zal waarschijnlijk ook beter bestand zijn tegen de negatieve druk die de varroa heeft op de toekomstige winterbijen."