Belgische visserij kende bovengemiddeld goed 2014
nieuwsIn 2014 voerde de totale Belgische vissersvloot 24.273 ton vis aan, wat 6 procent meer was dan het jaar voordien en goed was voor een aanvoerwaarde van 81,3 miljoen euro. Dat is een stijging van 11 procent ten opzichte van 2013. Het aantal vaartuigen blijft met 79 stuks quasi status quo en met 41 vaartuigen blijft Zeebrugge veruit de belangrijkste vissershaven, voor Oostende, Nieuwpoort en Blankenberge. Lage brandstofprijzen en een lager verbruik kwamen de rendabiliteit dan weer ten goede.
2014 was een bovengemiddeld goed jaar voor de visserijsector. Dat blijkt uit de bedrijfsresultaten van de Vlaamse zeevisserij, die de laatste decennia flink is gekrompen. Zo telde de vissersvloot anno 2014 nog 79 vaartuigen: 42 kleine en 37 grote. Van die vaartuigen hebben er 76 effectief gevist. De volledige vloot vertegenwoordigt een totale capaciteit van 46.289 kW en 14.556 gross tonnage. In 2014 verdween 1 voertuig uit de vloot en kwam er geen enkel vaartuig bij.
Meer dan de helft van de vaartuigen (41) hebben Zeebrugge als thuishaven, waarmee ze haar positie als belangrijkste Belgische vissershaven handhaaft. Oostende telt nog 23 vissersvaartuigen, Nieuwpoort 9, Blankenberge 4 en tenslotte hebben nog 2 vaartuigen een Scheldehaven als thuisbasis. De resultaten van de Belgische commerciële vissersvloot in 2014 waren bovengemiddeld goed. De globale aanvoer bedroeg 24.273 ton (+6 procent), goed voor een aanvoerwaarde van 81,3 miljoen euro (+11 procent).
Bovendien steeg de gemiddelde visprijs met 4 procent tot 3,35 euro/kg (3,50 euro/kg in Belgische havens en 2,70 euro/kg in vreemde havens). De tongprijs steeg slechts met 0,9 procent van 9,31 in 2013 naar 9,39 euro/kg, maar de aanvoer van tong steeg met 25 procent van 2.768 ton naar 3.471 ton (+703 ton) waardoor er voor tong alleen al 6,8 miljoen euro meer besomd werd. De totale besomming lag 8,2 miljoen euro hoger dan in 2013. Zo was de totale reële besomming per vaartuig nog nooit zo hoog als in 2014. Onder besomming wordt de opbrengst verstaan van de visserijproducten die door het vaartuig gevangen werden en in de openbare afslag verkocht.
In 2014 steeg het quotum met 1 procent tot 32.405 ton. Er mocht meer schol (+9 procent) bovengehaald worden en meer zeeduivel (+11 procent). Het quotum van tarbot, griet en tongschar bleef gelijk, terwijl de quota van tong (-15 procent), kabeljauw (-8 procent) en rog (-8 procent) daalden. Uitgedrukt in zeedagen bleef de visserijactiviteit vrij stabiel (+3 procent), maar steeg de gemiddelde nettowinst wel, vooral bij de grote boomkorvaartuigen (+3,75 procent). Ook het gemiddelde brutobedrijfsresultaat per zeedag gaat er voor alle groepen op vooruit. Het brutobedrijfsresultaat lag in 2014 tussen de 367 en 1.029 euro per zeedag.
De belangrijkste kostenfactoren bij de exploitatie van een vissersvaartuig zijn de loon- en brandstofkosten. Het aandeel van de loonkost ten opzichte van de totale besomming bleef in 2014 vrij stabiel. De brandstofkosten zijn verder gedaald, enerzijds door dalende gasolieprijzen, maar ook door initiatieven om het brandstofverbruik verder terug te dringen: onder meer door het inbouwen van zuinigere motoren, efficiëntere schroeven en het uitwerken van milieuvriendelijkere visserijmethodes. Dat alles neemt niet weg dat de toekomst van de Belgische visserij er niet bepaald rooskleurig uitziet: de ouderdom van de Belgische visserijschepen ligt vrij hoog ligt en nieuwbouwprojecten zitten niet in de pijplijn.
Meer info: Departement Landbouw & Visserij
Bron: Krant van West-Vlaanderen/eigen verslaggeving